Aanleiding voor het artikel in Der Spiegel is de 200ste verjaardag van de fiets. In 1817 presenteerde Karl Drais in Mannheim de eerste loopfiets. Reden voor het weekblad om eens te kijken hoe het met de fiets is gesteld in het land waar die is uitgevonden en dus ook daarbuiten.

Rood geverfd asfalt

Fietsparadijzen noemt journalist Christian Wüst van Der Spiegel ze. Denemarken en Nederland. Dat Nijmegen door de Fietsersbond dit jaar is verkozen tot de beste Fietsstad van Nederland, is de Duitser niet ontgaan.

En ook niet dat er volgend jaar samen met Arnhem het grootste fietscongres ter wereld wordt gehouden, Velocity 2017. Wüst kijkt zijn ogen uit. Voor Duitse bezoekers lijkt Nijmegen wel van een andere planeet, zo schrijft hij.

Brede fietspaden die van de rijwegen zijn gescheiden, rood geverfd asfalt waar fietsers voorrang hebben en auto's slechts te gast zijn. Fietsstallingen waar je heel makkelijk je fiets kwijt kan en die ruimte bieden aan duizenden fietsen. Dat twee derde van de inwoners van de stad regelmatig met de fiets naar het werk gaat noemt hij een grandioos resultaat.

Nuchtere Hollandse reactie

Nijmeegs wethouder Harriët Tiemens wordt in het artikel om een verklaring gevraagd en stelt daarop nuchter dat ze gewoon al lang geleden begonnen zijn met het fietsvriendelijker maken van de stad.

Tiemens noemt de woorden van het Duitse weekblad 'een mooi compliment voor de stad en alle inspanningen die we doen om fietsen te stimuleren. Natuurlijk hebben we nog veel ambities en is er nog genoeg te doen. Maar fijn om te lezen dat we het goed doen in vergelijking met andere steden in Nederland en Europa.'

Dat Duitsland 200 jaar na de uitvinding van Karl Drais wat minder fietsvriendelijk is blijkt wel uit een in het artikel aangehaalde richtlijn voor wegenbouw uit 1956: 'Brommers, fietsers en voetgangers dienen als in gelijke richting bewegende hindernissen te worden gezien die de breedte van de weg verminderen'. Dat verklaart eigenlijk alles, besluit Christian Wüst.

Zie ook: