Bikkelen voor behoud baksteenindustrie Liemers

ZEVENAAR - Tegenwoordig kun je ze op één hand tellen; steenfabrieken. Maar de grootste staan nog steeds in de Liemers. En dat komt doordat het gebied rijk is aan rivierklei. Steenoven De Panoven in Oud-Zevenaar is de laatst overgebleven zigzagsteenoven van Europa.

Bekijk de video. De tekst gaat daaronder verder.

De steenfabriek is sinds 1982 niet meer in gebruik, maar het industrieel erfgoed wordt zorgvuldig bewaakt door dezelfde familie die er sinds 1923 ook stenen, dakpannen en drainagebuizen produceerde. “Mijn man en schoonvader hebben zich hier doodgewerkt”, vertelt Erna Kruitwagen-Hajenius, “uit respect voor die generatie is dit wel het minste wat ik kan doen.”

Achter Zevenaar, op een steenworp afstand van de Oude Rijn, ligt de 10 hectare die Buitengoed De Panoven nu nog groot is. Erna Kruitwagen: “Gelderland is rijk aan baksteenindustrie, altijd geweest. Na de oorlog waren er zo'n vierhonderd fabrieken.''

Op het terrein van de fabriek uit 1865 staan behalve de steenoven ook nog verschillende droogloodsen en de pershal. En vakantieverblijven, want om het erfgoed te bewaren is er geld nodig. Ongeveer 400 gasten kunnen op het complex terecht in bungalows, kamers en in het restaurant. Door de coronamaatregelen liggen deze activiteiten zo goed als stil.


Rivierklei

Rivierklei van meer dan 10.000 jaar oud is het belangrijkste ingrediënt voor de productie van bakstenen. De klei, gewonnen in de kleiput aan de overkant van het smalle weggetje, werd in mallen geperst. Alle machines in de pershal - soms meer dan een eeuw oud - zijn nog operationeel. Toch was er nog veel en zwaar handwerk nodig voordat de 'vormelingen' , de geperste brokken klei, in de droogloodsen lagen. “Stilstaan was er niet bij. Als de baas vroeg kom even hier zitten, dan wist je al dat je eruit vloog”.


Zigzagoven

De zigzagoven is in 1926 gebouwd. Het ontwerp, een ovale constructie van twintig kamers met een oven in het midden, is er op gericht dat de vuurgang die ontstaat zich over 160 meter al zigzaggend langs de kamers verspreid. “Maar dan ben je wel zes weken, 16 ton kolen en een vrachtwagen vol turf verder”, aldus Erna Kruitwagen. “En de echte goede stokers konden dan op het blote oog tot 1070 graden stoken, tien graden onder de smelttemperatuur. Als dat misging en het te heet werd, kreeg je misbaksels en had je niks verdiend. Dan moest je met een pikhouweel de kamers schoonbikken.”


Hard werken

De stoker, die met extra dikke klompen op de hete zoldervloer rondliep, hield het vuur in de gaten en gooide kolen door de stookgaten als dat nodig was. Nu is op die zolder van de oven, tussen de kolen die er nog liggen, het Nederlands Baksteen- en Dakpanmuseum gevestigd. In een vitrine zijn foto's te zien uit de historie van De Panoven. Het zweet spat haast van de foto's af, zo treffend is het zware werk vastgelegd.

“Er is geen man” zegt Erna, terwijl ze wijst op een foto van haar schoonvader, “die harder heeft gewerkt dan hij. Wie zijn wij dan om te klagen? Wij behouden 't hier door te ontwikkelen. Dat is de enige manier om te kunnen blijven bestaan.”

Erna weet waar ze over praat, want het bakken van stenen zit in de genen van de familie. En ze kan het overbrengen. Zo leert ze Willem te Molder in deze aflevering van 'I love de Achterhoek' hoe een steen wordt gebakken. Een leuk cadeau voor Frans Miggelbrink, die er dit keer niet bij kon zijn, omdat hij in quarantaine zat. Meer zien? Kijk vanavond naar 'I love de Achterhoek' of kijk nu alvast:

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip of opmerking voor de redactie? Stuur ons een bericht op 06 - 220 543 52 of stuur een mail: omroep@gld.nl!
Deel dit artikel: