'Nederland is kampioen uit huis plaatsen', forse kritiek op jeugdzorg

NIJMEGEN - Nederland is kampioen uit huis plaatsen. Jaarlijks wonen zo’n 46.000 kinderen niet meer bij hun ouders thuis en zitten er tot 3.000 kinderen in een gesloten instelling. Kinderen die uit huis zijn geplaatst worden Kinderen van de Staat, maar voldoende toezicht van de overheid ontbreekt. Dat stelt de Nijmeegse onderzoeksjournalist Hélène van Beek in haar vrijdag verschenen boek Kinderen van de Staat, Jeugdzorg in ademnood.

Jeugdhulp komt te laat en schiet tekort, zo stelt de auteur in het boek. Problemen van kinderen stapelen zich zo hoog op dat ze uiteindelijk vaak helemaal niet meer te helpen zijn.

Geld boven zorg

Een van de deskundigen in het boek maakt de volgende vergelijking: "Het betekent, als je een beetje overdrijft, dat wij bij een verkoudheid van kinderen niks doen. We wachten net zo lang totdat het een hele zware longontsteking is, en dan nemen we ze op in het ziekenhuis." Er wordt volgens diverse geïnterviewden in het boek met andere woorden te weinig aan de voorkant gedaan om te voorkomen dat kinderen moeten worden opgenomen in de jeugdinstelling.

Hélène van Beek beschrijft hoe de jeugdzorg ten prooi is gevallen aan de marktwerking na de invoering van de Jeugdwet in 2015. Daarbij werden de taken overgeheveld aan de gemeenten wat tevens gepaard ging met een bezuiniging van vijftien procent. Hélène van Beek: "Een markt waarin expanderen, geld en macht boven het welzijn van de jongeren gaat. Jeugdzorg is een wereld waarin niet de waarheid en de beste zorg voorop staan, die verder wordt gekenmerkt door een waanzinnige bureaucratie."

'Afvalputje van de jeugdzorg'

De focus ligt tevens op de zwaarste vorm van jeugdzorg: de gesloten instellingen voor JeugdzorgPlus. Gevangenisachtige instellingen waar kinderen met gedragsproblemen, hechtings- of eetstoornissen, psychiatrische problemen of met een trauma worden opgesloten zonder dat ze een delict hebben gepleegd.

In die instellingen is er volgens het boek vaak geweld en worden cliënten regelmatig afgezonderd in de isoleercel. Van Beek: "Vaak is er geen behandeling. Het is veelal het laatste redmiddel wanneer niemand meer weet wat er met een kind nog kan." Deskundigen noemen de gesloten instellingen in het boek het 'afvalputje' van de jeugdzorg.

Misstanden Pluryn

De Gelderse zorginstelling Pluryn krijgt in het boek forse kritiek. Zo zou een cliënt door een behandelaar zijn gewurgd waarvoor hij later wel zijn excuses aanbood maar waarover Pluryn nooit iets heeft gezegd, zo zegt de moeder van het slachtoffer. Een andere moeder vindt dat het seksueel misbruik dat haar eigen zoon binnen Pluryn pleegde ten onrechte binnenskamers werd gehouden.

Woordvoerder Marian Draaisma van Pluryn antwoordt de schrijver van het boek over de incidenten: "Ik spreek mijn verbazing uit over je insinuerende houding. Je vragen en de manier waarop je dit alles als feiten presenteert. Komende week krijg je een officiële reactie." 

Die reactie van Pluryn is er echter, ondanks herhaald verzoek, nooit meer gekomen, zo schrijft Hélène van Beek in het boek.

Slachtoffer van expansiedrift

Deskundigen stellen over Pluryn onder meer dat de grote zorgorganisatie het slachtoffer is geworden van zijn eigen expansiedrift. Die te snelle groei heeft volgens hen onder meer geleid tot de sluiting van De Hoenderloo Groep.

De ontmanteling van De Hoenderloo Groep is illustratief voor hoe het er in de jeugdzorgsector aan toegaat, zo staat in het boek. Van Beek: "De zorg voor de kinderen staat lang niet altijd op de eerste plaats, geld wel. Jeugdzorg is een markt waarin schaalvergroting het toverwoord is. Groot, groter, grootst is het devies. Instellingen fuseren voortdurend, grotere organisaties nemen de kleinere over. En dat heeft voor kinderen en hun ouders enorme gevolgen."

'Jeugdzorg is industrie'

Die lezing wordt bevestigd door diverse deskundigen waaronder bestuurskundige René Clarijs met jarenlange ervaring in de jeugdzorg. "De jeugdzorg is een industrie geworden. Natuurlijk hebben we onze mond vol van de goede bedoelingen en een groot hart. Maar bij welke beleidsvergadering je ook zit, daar valt het woord ‘kind’ niet. Dat is buitengewoon pijnlijk."

Volgens Hélène van Beek gaat er in de jeugdzorg jaarlijks 3,75 miljard euro om. "Meer dan 1 miljard daarvan gaat niet naar zorg, maar verdwijnt in het niets. Het gaat op aan ‘apparaatskosten’ oftewel aan bureaucratie, en wordt niet aan zorg voor kinderen besteed. Bestuurders hebben riante salarissen."

Geld van marketing kan niet meer naar zorg

De oud-directeur van de Hoenderloo Groep Erwin Duits, ondersteunt die lezing: "Dat zie je nu ook bij Pluryn, en dat is ook mijn frustratie, dat de bestuurders zeggen: ‘Ja het gaat slecht, want we krijgen ook te weinig geld.’ Ze investeren in marketingafdelingen die er eigenlijk niet toe doen. Maar ze spenderen het geld niet aan de jongeren. Als jij als bestuurder kiest voor al dat soort onzin eromheen, dan héb je uiteindelijk ook te weinig geld om begeleiders voor die jongeren aan te trekken."

In het boek komen ook kritiekpunten aan de orde die betrokkenen van Pluryn eerder al aan Omroep Gelderland vertelden, zoals het grote verloop van personeel en onrust die dat geeft voor de cliënten of dossiers die niet op orde zijn. Bart Krijnen de vader van Wesley die onlangs tot twee keer wegliep van Pluryn, zegt dat hij ondanks herhaalde verzoeken nog steeds geen inzage krijgt in het dossier van zijn zoon en dat hij niet eens weet of en waar Wesley is verzekerd. Hij heeft die gegevens nodig omdat hij zijn zoon wil overplaatsen naar een andere instelling.

'Eén grote puinbak'

Peer van der Helm expert op het gebied van de kwaliteit van instellingen voor jeugdzorg in Nederland, klaagt in het boek dat ook wetenschappers vaak geen toegang krijgen tot dossiers. "Ik deed onderzoek in een van die instellingen, en wilde weten hoe het met kinderen was gelopen. Toen bleek dat zeker de helft van de dossiers niet vindbaar was. Ik moest door half ondergelopen kelders lopen en achter plantenbakken zoeken. En als je dan die dossiers opende, zaten er ook gegevens van andere cliënten in. Het was één grote puinbak."

Bovendien accepteren volgens Van der Helm lang niet alle instellingen 'pottenkijkers.' Zo vertelt hij over de OG Heldringstichting in Zetten: "Ik heb daar één keer onderzoek gedaan en de resultaten waren desastreus. Vervolgens mocht ik er geen leefklimaatonderzoek meer doen… Ik had gezegd dat het niet goed was daar. In plaats van dat ze het probleem bij zichzelf zoeken, zoeken ze het bij een ander."

Volgens een woordvoerder van de OG Heldring stichting ligt het anders. Hij laat weten: "Dhr. van der Helm heeft jaren geleden een verzoek gedaan om zijn onderzoeksmethode te mogen toepassen binnen OG Heldringstichting. Bij evaluatie bleek dat zijn onderzoeksmethode niet aansloot bij onze behandelwijze. Voorwaarde voor onderzoek is namelijk dat deze de behandeling niet mag beïnvloeden. Aangezien de onderzoeksmethode van dhr. van der Helm niet was toegesneden op onze behandelwijze heeft OG Heldringstichting deze onderzoeksmethode niet gecontinueerd en er voor gekozen de eigen onderzoeksmethode te handhaven."

Pluryn: 'Wij herkennen ons niet in kritiek'

Pluryn wil niet ingaan op het verzoek van Omroep Gelderland voor wederhoor, maar geeft de volgende reactie: "Pluryn heeft kennisgenomen van de inhoud en herkent zich niet in het beeld dat in het boek wordt geschetst van JeugdzorgPlus in het algemeen en Pluryn in het bijzonder. Op individuele casussen die in het boek worden besproken, gaan we niet in. Sluiting van De Hoenderloo Groep was onvermijdelijk, vanwege de kwaliteit van zorg, de financiële situatie van deze locatie en veranderingen in de jeugdzorg. Voor alle kinderen die op de locatie Hoenderloo en Deelen verbleven, is een passende vervolgplek gevonden. We snappen wel dat dit voor jongeren, ouders en medewerkers heel ingrijpend was."

Meer over dit onderwerp:
Gemeente Nijmegen Nijmegen Nieuws
Deel dit artikel: