Arnhem onderzoekt onteigening Joodse panden

ARNHEM - De gemeente Arnhem gaat onderzoek doen naar de onteigening van Joods vastgoed in de Tweede Wereldoorlog. Dat laat het college weten na vragen van DENK Verenigd Arnhem. Het zou om zo'n honderd panden gaan.

Deze werden afhandig gemaakt van gedeporteerde Joden. Van de winsten werden onder meer concentratiekampen gefinancierd, blijkt uit een reportage van Pointer. Bij sommige gemeenten zou er bij de Joden die wel terugkeerden alsnog 'achterstallige belastingen' geheven zijn over hun voormalige eigendommen. In een aantal gevallen zou het de gemeente zelf zijn geweest die de panden aankocht.

Te weinig in archieven

Hoe dat precies in Arnhem zit, weet het college niet. Er is in de archieven gekeken, maar die waren niet toereikend om iets te zeggen over de mogelijke betrokkenheid van de gemeente. Over het opleggen van heffingen of boetes aan teruggekeerde Joden of hun families, was ook te weinig terug te vinden, schrijft burgemeester Ahmed Marcouch.

Daarom is er volgens de burgervader 'zorgvuldig onderzoek' nodig. Mochten er in die tijd dingen zijn misgegaan, dan vindt hij het belangrijk om dat te benoemen. Op basis van de onderzoeksresultaten wil Marcouch bekijken of er compensatie voor nabestaanden of de Joodse gemeenschap moet volgen. Vooralsnog zijn Amsterdam en Den Haag de enige gemeenten die daadwerkelijk tot compensatie zijn overgegaan.

'Lang geleden kunnen doen'

Arnhem heeft een uitgebreid Joods gemeenschapsleven gekend, weet fractievoorzitter Yildirim Usta (DENK Verenigd Arnhem) die de zaak aankaartte. "Daar is nu bijna niets meer van over." Onze vaderlandse geschiedenis kent zwarte bladzijden, ziet hij.

Usta is blij dat het college de kwestie serieus neemt. Het verbaast hem wel dat er na al die jaren nog zoveel onduidelijkheid is. "Je zou verwachten dat wij als beschaafd land, dit lang geleden al uit hadden kunnen zoeken."

Dit is een verhaal van De Belofte, ons platform voor gemeentepolitiek. Heb jij nieuws? Tip ons dan hier.