Ineke schreef een boek over een Arnhems taboe: de evacuatie van 1944

ARNHEM - Al van kinds af aan merkte Ineke Inklaar dat er een gat zat in haar familiegeschiedenis. Haar ouders werden op last van de Duitse bezetter in 1944 geëvacueerd uit Arnhem, en met hen bijna 100.000 stadsgenoten. Haar ouders lieten echter vrijwel niets los over die periode. Daarom ging Ineke zelf op zoek naar antwoorden. Dat resulteerde in een speciaal boek, waarin ze de evacués van toen aan het woord laat.

In Vluchteling in eigen land staan de verhalen van vijftien Arnhemse oorlogskinderen centraal. Eén van hen, Joep Visser (88), was twaalf jaar toen hij op Duits bevel werd geëvacueerd van Arnhem naar Apeldoorn. Duitse aanplakbiljetten kondigden het aan in de buurt. De bedoeling was dat zijn gezin 'een paar dagen' van huis zou zijn, maar het bleef niet bij een paar dagen.

Weesgegroetjes aan tafel

"We werden ingeschreven in Beekbergen en kregen een boer toegewezen, die met paard en wagen stond te wachten. Die bracht ons naar zijn huis. Bij aankomst ging dat allemaal prima, we kregen een kamertje toegewezen om te slapen. 's Avonds bij het eten begon het tumult. De boer las voor uit de Bijbel, dat was mooi, maar wij waren van de andere kant. Mijn moeder bad het weesgegroetje. Dat viel niet in goede aarde", weet meneer Visser nog. 

Rob Kleijs sprak op Radio Gelderland met Ineke Inklaar en Joep Visser. De tekst gaat verder onder het fragment:

Er gebeurde meer op de boerderijen, in de kippenschuren en bakhuizen. Veelal moesten de evacués met kleding, sieraden en geld betalen voor een enkel ei of een liter melk. "We zaten met dertien kinderen", haalt meneer Visser op. "Tijdens de hongerwinter sloeg dat er wel even in. Dan ging mijn moeder de boer op, in een vast patroon. Op maandag die richting, op dinsdag die richting. Zo kwamen we de week door. Er waren goede boeren bij, die gaven soep. Van de sneetjes brood nam ik een hapje, daarna deed ik ze in een tasje. Want ook mijn neefjes en nichtjes moesten eten."

Broodmager terug

Dergelijke verhalen kwam Ineke nooit te weten van haar eigen ouders. In het gezin Inklaar waren de evacuatie en de nasleep ervan geen gespreksonderwerpen. "Ik weet dat mijn vader tbc heeft opgelopen en dat mijn moeder broodmager uit de evacuatie terugkeerde. Dat was wat ze erover wilden vertellen, meer niet. Ik heb als kind wel eens geprobeerd te vragen hoe het nu zat, maar dan hoorde ik 'eet je piepers op!'. Er werd niet over gepraat."

Zodoende zat ze al jong met vragen die onbeantwoord bleven. Waarom hadden andere families bijvoorbeeld een klok die al generaties lang in de familie was? En waarom hadden anderen wel oude familiefoto's, maar haar gezin niet? Het verwonderde haar. Ook de relatie die oud-evacués hadden met voedsel was anders. "Ze waren altijd aan het hamsteren en kunnen niets weggooien. Er waren allerlei dingen, waaraan je kon merken dat de evacuatie van invloed was op de manier waarop zij leefden. En dat straalde ook af op de kinderen. Dat intrigeerde me."  

Haast geboden

Uiteindelijk besloot Ineke de verhalen van anderen op te tekenen. Enige haast was daar wel bij geboden, realiseerde ze zich in de aanloopfase. "De generatie die het heeft meegemaakt is in de tachtig. Als ik het wilde weten, moest ik het nú vragen. Voor de eerste generatie waren de gebeurtenissen dramatisch, maar het heeft ook invloed op de tweede generatie, om het zo te zeggen."

Ineke, die journalist werd en jarenlang in de media werkte, nam een jaar vrij om het boek - dat vanaf vrijdag in de Arnhemse boekwinkels ligt - te schrijven. Ze heeft opgetekend hoe geëvacueerde Arnhemmers terechtkwamen op het platteland en daar vooral dankbaar moesten zijn. Ze zouden de hongerwinter niet hebben meegemaakt, hadden niet geleden in concentratiekampen, hadden geen familieleden verloren. Toch leeft het verhaal nog steeds in Arnhem. Burgemeester Ahmed Marcouch, die in Vluchteling in eigen land het voorwoord schreef, vertelt dat - toen hij na zijn installatie kennismaakte met de Arnhemmers - iedereen over de evacuatie begon.

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip of opmerking voor de redactie? Stuur ons een bericht op 06 - 220 543 52 of stuur een mail: omroep@gld.nl!
Deel dit artikel: