Twee derde van de ouderen voelt zich veiliger met paniekknop en rookmelders

ARNHEM - 92 procent van de ouderen in de Achterhoek is tevreden over het gebruik van slimme sensoren in huis, zoals rookmelders, een inbraakalarm en de paniekknop. Het veiligheidsgevoel is daardoor toegenomen bij de ouderen. Dat blijkt uit onderzoek vanuit de GGD en Wageningen University en Research.

Het Evaluatiebureau Publieke Gezondheid van de GGD Noord- en Oost-Gelderland en Wageningen University & Research hebben een jaar lang onderzoek gedaan bij duizend ouderen in de Achterhoek, die meedoen aan het project Leefsamen Achterhoek en gebruik maken van slimme sensoren in hun woning. Als één van de sensoren afgaat, krijgt een familielid of een kennis een melding op de mobiele telefoon. Zij kunnen dan snel poolshoogte nemen.

Langer thuis

Bij ongeveer driekwart van de ouderen is tijdens de projectperiode minimaal één keer een sensor afgegaan. In de meeste gevallen was dit een melding dat er te lang geen beweging was geweest of dat er iemand binnen kwam op een onverwacht tijdstip. Dit is dus feitelijk 'loos alarm', maar het voordeel hiervan is wel dat op zo'n moment duidelijk is dat het systeem ook werkt. Ongeveer de helft van de ouderen denkt door de sensoren langer thuis te kunnen blijven wonen. Twee derde voelt zich veiliger in huis dan voorheen. Ongeveer 80 procent van de familieleden en kennissen vindt dat de veiligheid van de oudere door het gebruik van de sensoren is toegenomen.

Inmiddels heeft drie kwart van de deelnemers deze dienst tegen betaling voortgezet en 10 procent daarvan neemt nog aanvullende maatregelen, zoals een verbinding met een particuliere meldkamer. Het onderzoeksrapport is vandaag door burgemeester Besselink van de gemeente Bronckhorst overhandigd aan commissaris van de Koning John Berends.

Binnenkort komen er nog 3000 huurwoningen in de Achterhoek bij die uitgerust zijn met slimme sensoren. 

Zie ook:

 

 

Deel dit artikel: