Zin in Zondag | De dominee komt voorbij | Victor Bulthuis

Hoeshenne.

Luister hier naar het fragment

‘Ie bint ja ne echte hoeshenne’, zei mijn moeder ooit eens tegen mij. ‘Jij bent een typische huismus’. Dat klopt. Ik ben graag thuis. Het predikaat ‘hoeshenne’ of ‘huismus’ beschouw ik dan ook als een compliment – temeer omdat ik me wat dat betreft in goed gezelschap bevind. De achttiende-eeuwse filosoof Immanuel Kant bijvoorbeeld heeft zijn leven lang zijn woonplaats Königsberg niet verlaten, op een enkel uitstapje na. Toch kon hij zó levendig college geven over plaatsen in het buitenland dat zijn toehoorders dachten dat hij er zelf geweest was. En van de filosoof Blaise Pascal zijn de beroemde woorden dat alle ellende in de wereld alleen wordt veroorzaakt doordat de meeste mensen niet rustig op een stoel in de kamer kunnen blijven zitten.

Niet alleen onder de filosofen vinden we huismussen. In de Middeleeuwen waren er her en der kluizenaressen als Suster Bertken, een Middeleeuwse religieuze die zich in de buitenmuur van de Utrechtse Buurkerk liet inmetselen. Zij gaf door een raampje van haar kluis raad aan voorbijgangers. Leven op één plek hoeft dus niet perse bekrompen te zijn. Veel levenswijze mensen in de verschillende wereldgodsdiensten hebben hun rijpheid juist bereikt door op één plaats te verblijven. Daar bereikten ze rust en vrede, echter niet door zomaar wat te luieren. Want tussen vier muren word je genadeloos met jezelf geconfronteerd. Een collega van me die jaren als bajespastor werkte, vertelde me ooit dat gedetineerden in de isoleercel óf gek werden of een doorbraak in hun leven meemaakten, die het begin was van een weg uit hun ellende.

Maar wat moeten we dan met wat Jezus in het evangelie van Lucas zegt? Hij stuurt zijn leerlingen twee aan twee op pad met de opdracht dat ze niets mee mogen nemen en nergens mogen blijven hangen. Geen bagage mogen ze meenemen, geen extra kleding, niets wat hun enige zekerheid biedt. Met andere woorden: ze zijn helemaal aangewezen op de goedheid van mensen die ze op hun weg tegenkomen. En op hun vertrouwen dat Jezus bij hen is, waar ze ook gaan of staan, ook al zien ze Hem niet en kunnen ze Hem niet om raad vragen.

Hebben al die kloosterlingen en kluizenaars er dan niks van begrepen? Hadden zij in plaats van in hun celletje te blijven, niet beter op pad kunnen gaan, net als Jezus’ leerlingen? Verlummelen zij hun tijd niet? Vluchten zij niet voor de boze buitenwereld, geven zij zich niet over aan comfort en gemakzucht en kortzichtigheid? Kortom, wat betekent op reis gaan, iets dat Jezus zijn leerlingen aanbeveelt en dat blijkbaar bij het christen-zijn hoort, als je eigenlijk in je hart geen globetrotter bent maar een huismus? Kun je dan wel een leerling van Jezus zijn? Eerlijk gezegd voel ik me wel eens een beetje schuldig als ik dit evangelie lees. Moet ik er niet meer op uit?

Gelukkig liggen de zaken wat genuanceerder. Heel het leven is een reis, of je nu piloot bent of monnik, een backpacker of een hoeshenne. Je koffers pakken of thuisblijven; het zijn beide manieren om op reis te gaan naar jezelf en naar God, en ook om de wereld te verkennen, op al verschillen ze van elkaar. Monniken wonen weliswaar op één plek, maar het zijn reizigers door de ziel. De woestijnvaders, de pioniers van het christendom, brachten heel hun leven in een cel door. Daar baden en werkten ze, daar gingen ze het gevecht aan met alles wat hun ervan afhield om op weg te blijven naar God. Lukte het hen om de weg te blijven vervolgen, dan werd in hun cel iets van de weidsheid van de hemel ervaarbaar. Sommige politieke gevangenen maken het ook mee: de vier muren kunnen hen niet gevangen houden, in hun hart en hun ziel blijven ze onderweg, blijven ze betrokken bij de buitenwereld.

Het is voor veel mensen bijna vakantie, of misschien zelfs al vakantie. Een tijd om op pad te gaan, naar verre bestemmingen of - vanwege de coronamaatregelen - naar een plek dichter bij huis. Of helemaal thuis, dat kan natuurlijk ook. Hoe dan ook, laten wij de vakantie beleven als een stukje van onze levensreis. Als een oefening in loslaten, overgave, genieten en opnieuw beginnen. Echt vakantie vieren is letterlijk leeg worden, want het woord vakantie komt van het Latijnse vaco of vacare en dat betekent leeg worden.

Dat valt soms niet mee, want menigeen met een druk leven wordt in de vakantie genadeloos met zichzelf geconfronteerd. Vakantie kan een metafoor zijn voor heel het leven, dat soms winnen is en soms verliezen, en dingen achter je moeten laten om verder te kunnen komen. Leren leven met onzekerheid, en tegelijk jezelf oefenen in het vertrouwen dat er Iemand met een hoofdletter is die ons leidt, zoals de leerlingen van Jezus zich in dat vertrouwen moesten oefenen.

Zoals de dichter Hermann Hesse zo prachtig zegt in zijn gedicht Stufen, een dubbelzinnige titel die zowel ‘(trap)treden’ als ‘(levens)fasen’ betekent. Een gedicht dat ik ooit voor mijn vader hebt vertaald:

\Zoals de bloem verwelkt en onze jeugd

wijkt voor het grijs, bloeit elke levensfase

tezamen met de wijsheid en de deugd

slechts korte tijd; zij mag niet eeuwig duren.

Als ’t leven roept, dan moet ons hart zich haasten

afscheid te nemen, overnieuw beginnen

en zich manmoedig, zonder om te turen,

aan andere verbanden overgeven.

En in elk nieuw begin schuilt diep van binnen

iets magisch, dat ons hoedt en helpt te leven.

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip of opmerking voor de redactie? Stuur ons een bericht op 06 - 220 543 52 of stuur een mail: omroep@gld.nl!