Orhan Delibas dankt bokscarrière aan strenge vader: 'Ik was bang voor hem'

DOESBURG - Omroep Gelderland zoekt topsporters uit vervlogen tijden op en portretteert ze vanuit het verleden en het nu. In de eerste aflevering het meeslepende verhaal van Orhan Delibas, voormalig profbokser uit Arnhem. Hij woont nu in Doesburg.

Zijn levensverhaal is indrukwekkend. Orhan Delibas, één van de beste Nederlandse boksers aller tijden, praat vanuit zijn hart en neemt geen blad voor de mond. De geboren Turk (Kayseri, 1971) neemt ons mee terug in de tijd. Op de achtergrond het geluid van een baby, want de inwoner van Doesburg is onlangs al opa geworden.  

Openhartig schetst Delibas een beeld van een nietig dorpje waar hij opgroeide, maar ook hoe hij moest wennen aan wonen in Nederland. Praten doet hij ook over de bijzondere relatie met zijn vader, die uiteindelijk bepalend was voor zijn succesvolle carrière. In 1992 won de bokser zilver op de Spelen van Barcelona. Nu runt hij een eigen academie/sportschool in Arnhem en zoekt hij naar een andere baan voor ernaast. Zijn nog levende moeder bezoekt de 48-jarige Delibas dagelijks in de bekende volkswijk Klarendal. 

Met zijn moeder in het Arnhemse Klarendal (eigen foto) 

Twee uur lopen

Tot zijn negende woonde de kleine Delibas in Turkije. 'Ik ben geboren in Kayseri, maar opgegroeid in Hinis. Dat was een heel klein dorpje waar we niets hadden. Erzurum was de eerste grote stad in de buurt waar winkels waren. Om daar te komen moest je twee uur lopen. Waar wij woonden was alles heel primitief. Als de zomers goed waren, hadden we in de winter te eten. Toch heb ik een prachtige jeugd gehad. Altijd was ik buiten. Wol maakten we zelf van dieren. De oudere kinderen maakten een voetbal, ik was gek op voetbal.'

Zijn vader werkte als gastarbeider in Nederland. Zelden kwam hij thuis om vrouw en kinderen te zien. 'Twintig dagen na mijn geboorte is hij vertrokken. Het gezin, met vijf kinderen, stuurde hij toen naar het dorp Hinis. Mijn vader was erg streng, net als mijn opa voor zijn kinderen. De vredesstichter thuis was altijd moeder', lacht Delibas. Om vervolgens heel serieus te zijn. 'Ik was bang voor mijn vader. In Turkije heb ik hem eigenlijk nooit gekend. Hij was in die tijd een wildvreemde. Soms was hij er ineens. En ik kreeg ook genoeg klappen van hem.'

Medailles in het café

Nu is Delibas zelf vader. Hij heeft twee zonen, van 23 en 10 jaar oud. De opvoeding doet hij anders, al herkent hij soms ook karaktertrekjes. 'Maar slaan zou ik ze nooit. Ik geef mijn kinderen liefde en aandacht. Ik hou van ze en omhels ze. Mijn vader hield ook wel van mij, hij liet het alleen niet zien. Heel diep van binnen heb ik het wel gevoeld. De medailles die ik met boksen won, liet hij zien aan de mensen in het café. Hij was dus trots. Ik geef mijn kinderen nu alles wat ze willen. Als het kan, krijgen ze het. Waarom? Delibas denkt even na en zegt dan: 'Misschien omdat ik het zelf nooit gehad heb. Ik weet heel goed wat armoede is.'

Yoghurt maken

Het gezin Delibas woonde aan de Hoflaan in het Arnhemse Klarendal. Orhan was negen jaar oud en wist helemaal niets van Nederland. 'De eerste auto die ik zag in mijn leven was in 1980 toen mijn vader ons ophaalde in ons dorp. Ik had er nog nooit eentje gezien en nu zag ik ze ineens overal. We hadden een huis met twee verdiepingen. Tegenover het huis lag een speelgoedwinkel. Mijn vader zei 'ga er maar naar toe'. Ik kocht plastic emmers waar ik met melk en water yoghurt wilde maken voor mijn moeder. Ik wist helemaal niet dat yoghurt gewoon te koop was in Nederland. In Hinis haalden we het water altijd bij de put. Stromend water kende je niet.'

'Mijn hersenen waren nog in Turkije', weet Delibas nog van bijna 40 jaar geleden. 'Maar in Arnhem begon het leven weer opnieuw. Ik was in mijn jeugd een jongen vol energie en adrenaline. Mijn vader had me gezegd dat alle Nederlanders bang waren. Dat was een valkuil voor mij, want toen ik de straat op ging om de buurt te verkennen, sloeg ik direct iemand in elkaar. Toen ik hem later opnieuw tegenkwam, zag ik niet dat hij een grote stok achter zijn rug had. Nu kreeg ik flinke klappen. Ik heb goed moeten huilen, maar mijn vader had daar geen enkele boodschap aan.'

Delibas in 1995 (foto ANP)

Prestatiegericht

Na vijf maanden wonen in Arnhem kende het leven van Orhan Delibas een cruciale wending. 'Mijn vader zei uit het niets: 'Pak je spullen, jij gaat boksen.' Hij was groot fan van Mohammed Ali. Zelf voetbalde ik graag, maar dat moest stiekem. Vader vond twee sporten namelijk te veel. Van boksen had ik nooit gehoord.'

De sport sloeg echter aan bij het energieke ventje. 'Ik werd direct verliefd op boksen en bleek talent te hebben. De drive van mijn vader heeft me prestatiegericht gemaakt. Hoe hij ons opvoedde, had anders gekund. Maar ik heb wel alles aan hem te danken.'

Botsplinter 

Boksen werd zijn toekomst. Delibas was jarenlang onaantastbaar in de Duitse Bundesliga. Hij verloor één partij in zes jaar. Hij bokste wedstrijden in Amerika en werd in Tunesië zelfs wereldkampioen. Daarnaast stond hij in 1992 in de Olympische finale van de Spelen waar een Cubaan sterker was. 'Hij was de terechte winnaar. De finale was de vijfde partij. Tijdens de derde kreeg ik last van een botsplinter in mijn hand. Dat heeft waarschijnlijk in de finale wel een rol gespeeld. Het was goed, elke wedstrijd was voor mij een hoogtepunt.'

De zilveren medaille in Barcelona tijdens de Spelen (foto ANP)

Zijn eerste serieuze jeugdwedstrijden waren in Groningen. Delibas herinnert het zich nog goed en raakt enthousiast. 'We moesten verzamelen in een park. Het was 06.00 uur in de ochtend. Ik zat vol spanning, maar won de eerste wedstrijd. Dat was zo'n mooi gevoel. Bij een volgende wedstrijd waren er twee bekers te verdienen. Eentje voor stijl en techniek en één beker voor de winst. Ik won ze allebei en dat vond ik toen zo prachtig.'

Delibas in actie in Arnhem tijdens zijn profdebuut. Binnen drie minuten was de Portoricaan Rodriquez verslagen (foto ANP)

Na zijn sportieve loopbaan werkte de inwoner van Doesburg zeven jaar in een jeugdgevangenis. 'Je wil wat terugdoen voor de maatschappij en mensen terugbrengen op het juiste pad', verklaart Delibas zijn keuze. 'Ik weet wat er leeft bij die jongeren. Ik ben opgegroeid in Klarendal. Door veel te praten probeerde ik ze te helpen. Ik heb als sporter een hoop meegemaakt en veel gewonnen. Dat speelde mee. Er zaten altijd tien jongens op een groep. Als je er ééntje kon redden, had je goed werk verricht.'

Touwtjespringen

Tegenwoordig runt Delibas een eigen boksacademie. Maar na het uitbreken van corona is zijn school gesloten. Hij heeft het er moeilijk mee. 'Het is een saaie tijd. Gelukkig trainen we nu drie weken buiten, maar boksen is een contactsport en dat is verboden. We springen dus touwtje, doen wat cardio en schaduwboksen. Maar ook dat is saai. Vanaf 1 juli mogen we weer. Ik verheug me er ontzettend op. Soms vind ik het wel wat overdreven zoals de overheid ermee omgaat. Zo voorzichtig hoeft het wat mij betreft ook weer niet allemaal.' 

Twee jaar geleden overleed de vader van Delibas, maar zijn moeder leeft nog altijd. Ze woont in de wijk waar de voormalig topsporter als kind opgroeide. 'Mijn moeder kan niet lezen en niet schrijven. Ik bezoek haar iedere dag. Ze is eenzaam, zeker in deze moeilijke tijd. Maar mijn moeder is wel gelukkig in Klarendal. Ze voelt zich daar thuis en wil er nooit meer weg.'

Dit is het eerste verhaal uit een reeks over topsporters uit vervlogen tijden. Elke dag verschijnt op de website van Omroep Gelderland een nieuw portret. Maandag een portret van Jacco Eltingh.