Arnhems jeugdbeleid is visieloos, zo luidt de harde conclusie

ARNHEM - De organisatie van het Arnhemse jeugdbeleid is onvoldoende. Verbeteringen in beleid en uitvoering zijn nodig. Dat concludeert de rekenkamer in haar onderzoek. Er zou te weinig samenhang zijn: een doelenjungle. De hoeveelheid partners vormen bovendien een 'gemankeerde estafette'. Een duidelijke visie ontbreekt, stellen de onderzoekers.

Het Arnhemse beleid voldoet in technische zin aan de wet, ziet de rekenkamer. Maar het is onvoldoende samenhangend, te weinig concreet en te weinig sturend, volgens het rapport.

Gemeente en partners zouden geen netwerk vormen. 'Een veelheid van partners probeert het stokje steeds over te dragen' , zegt het rapport. Veranderingen zouden makkelijker vorm te geven zijn met minder betrokken partijen.

'Zwakste schakel bepaalt kracht keten'

'Iedereen doet zijn of haar ding, geeft het stokje over en constateert vervolgens dat het geheel niet de som der delen is en dat men soms het stokje kwijtraakt. Anders gezegd: het jeugdbeleid is te veel ingericht als een keten en de zwakste schakel bepaalt de kracht van de keten.'

Het advies aan het stadsbestuur is om eerst te inventariseren wat er nu precies aan de hand is en de staat van de jeugd op wijkniveau in beeld te brengen. De gemeenteraad kan vervolgens doelen stellen en maatschappelijke waarden aangeven, waarmee het college het jeugdbeleid kan verbeteren. Mogelijkheden tot verbetering zouden nu onvoldoende worden opgepakt. Bovendien zou de sturing om binnen de financiële kaders te blijven tekortschieten.

Zie ook: Arnhemse wethouder over jeugdzorgbezuinigingen: 'Dat gaat pijn doen'

'Stip op de horizon'

De huidige doelen geven te weinig richting aan het beoogde resultaat, zegt de rekenkamer. 'Als je niet weet waar je heen wilt, maakt het ook niet uit welke kant je opgaat.' Doelen als sociale binding, kansen voor betrokkenheid en de erkenning en waardering van positief gedrag, worden gemist. De gemeente controleert bovendien te weinig op de effectiviteit van haar beleid, stellen de onderzoekers. Het uitgangspunt 'doen wat nodig is', vinden zij onvoldoende. Een visie en een 'stip op de horizon' ontbreekt.

Het inkoopmodel van de zorg leidt tot een 'vrijwel onmogelijk te organiseren netwerksamenwerking', valt te lezen in het rapport. Ook bij een reductie van de vierhonderd aanbieders. 'Het is nu eenmaal niet mogelijk om met zoveel partners elkaar te kennen en te vinden op wijk- of gezinsniveau.' De onderzoekers wijzen naar het Utrechtse model. Een idee dat de D66-fractie al eerder naar voren bracht. 'Dat heeft minder aanbieders die de hulp bovendien in samenhang geven.'

Zie ook: D66 stelt Utrechts jeugdzorgmodel als Arnhems voorbeeld

Ouders en jeugdigen zijn over het algemeen wel tevreden over de ondersteuning die zij hebben gekregen, constateren de onderzoekers. Wel zijn rollen voor hen vaak onduidelijk en wordt het vormen van een netwerk rondom een gezin gemist.

'Effectiviteit moeilijk te bepalen'

Vanwege het ontbreken van doelen en een visie is de effectiviteit van het Arnhemse jeugdbeleid moeilijk te bepalen, zien de onderzoekers. En dat was wel het hoofddoel van het onderzoek. 'Het is opmerkelijk dat de gemeente, vijf jaar nadat zij verantwoordelijk werd voor jeugdzorg, nog steeds geen eenduidig antwoord heeft op de vraag wat zij nu wil bereiken.'

Gemeente herkent beeld

De gemeente laat weten zich voor een belangrijk deel te herkennen in de conclusies van de rekenkamer en een aantal verbeteracties al in gang te hebben gezet. Wel mist de gemeente de betrokkenheid van scholen en welzijnsorganisaties in het onderzoek. Ook vragen de wethouders zich af of het interviewen van 24 van de 3600 Arnhemse cliënten wel een representatief beeld geeft. Verder vinden zij dat er te weinig is gekeken naar de verbeteringen die al in gang zijn gezet.

Zie ook: 

Dit is een verhaal van De Belofte, ons platform voor gemeentepolitiek. Heb jij nieuws? Tip ons dan hier.