Witte stok en bossen stro: dit deed Gelderland vroeger bij een epidemie

NIJMEGEN - De zwarte dood kwam in de middeleeuwen in razend tempo vanuit Italië naar Europa, net zoals het coronavirus nu. Hoe reageerden we destijds? Niet veel anders dan nu, zegt hoogleraar Johan Oosterman van de Radboud Universiteit. 'Blijf binnen, was het advies.'

Heel Zuid-Europa is ten prooi gevallen aan een nietsontziende epidemie, een apocalyps die via Italië, Toulon en Marseille heeft bereikt. ‘Ik schrijf jullie dit, dierbaren, omdat jullie moeten weten in welke gevaren we op dit moment verkeren.’* 

Met deze onheilspellende woorden waarschuwde geestelijke Lodewijk Heyligen vanuit Avignon in Zuid-Frankrijk zijn broeders in Europa. Het was 17 april 1349. Bijna de helft van de bevolking om Lodewijk heen was gestorven. Vanuit Italië baande deze ongekende ziekte zich een weg over het continent naar boven: de zwarte dood. 

Grote angst 

Zonder dat ze het konden stoppen kroop die ziekte het continent omhoog, zegt Johan Oosterman, hoogleraar Oudere Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit en betrokken bij een tentoonstelling over de pest. Die is vanaf oktober dit jaar te zien in Museum Het Valkhof in Nijmegen. 

'Diezelfde onheilspellende angst die men toen voelde, voelen wij nu ook,' zegt hij. In tegenstelling tot de moderne media van nu, was een brief in de tas van een ruiter die door de straten snelde Lodewijk’s enige kans om zijn broeders in te lichten. Maar de voorkennis maakte niet veel verschil: deze ziekte was niet te stoppen. 

Blijf thuis 

De pest woekerde in verschillende uitbraken over Gelderland. In rampjaar 1635 bezweken in Nijmegen 6000 van de 16.000 inwoners: procentueel vele malen meer dan het coronavirus nu. Besmette burgers kregen bulten zo groot als appels in hun liezen, en bezweken vaak binnen enkele dagen. 

Waar kwam de ziekte vandaan? Hoe verspreidde het zich? Was er een medicijn? Niemand wist het, net als in onze tijd. Eén ding voelden ze wel aan, en ook dat herkennen we nu, zegt Oosterman: ‘Houd afstand. Blijf uit de buurt van besmette mensen. Begraaf je doden snel, en kom je huis zo weinig mogelijk uit.’ Best bijzonder, zegt hij, want van bacteriën of virussen hadden ze nog nooit gehoord. 

Kruidendrankjes 

De middeleeuwse apotheek verkocht speciale pestdrankjes. Een kruidenboek uit 1484 dat in het depot van de Nijmeegse universiteitsbibliotheek ligt, schrijft een recept met aalbessen voor. Daarvan werd siroop gemaakt die de bevolking moest beschermen (zie het recept onderaan dit artikel). 

 Afbeelding: Aalbes. Herbarius, 1484. Collectie UB Nijmegen

Om de pest te stoppen, namen veel Gelderse steden maatregelen. ‘Een gezin waar iemand besmet was moest een bos stro aan de voordeur hangen ter herkenning. Afval dumpen was streng verboden. Middeleeuwse medici dachten dat de ziekte werd overgebracht door ratten, en die kwamen af op vuil. Ratten waren overigens niet de boosdoeners, zo weten we nu: hun vlooien wel.  

Witte stok voor besmette inwoners

Er kwamen nog meer maatregelen. De markt werd alleen toegankelijk voor één inwoner per besmet gezin. Was je ziek, dan mocht je geen water uit de stadsput halen. 

Zes weken lang moesten patiënten met de pest een witte stok dragen, zodat mensen hen van verre zagen komen. In Arnhem was die stok een halve el (de lengte van vingers tot elleboog) lang, in Nijmegen iets langer. Medici moesten een rode stok dragen: ook zij konden besmet zijn. 

Corona en de pest 

Veel dingen die tijdens de pest gebeurden, gebeuren ook nu in deze bizarre tijd van de corona uitbraak, zegt Oosterman. De economie implodeerde, net als nu. ‘Het hele land lag plat, de samenleving raakte ontregeld.’ Wie een afgelegen huisje had in de heuvels of op het platteland vluchtte weg. ‘Denk aan Texel en de andere waddeneilanden, die oproepen om niet te komen’, zegt hij.  

Nepnieuws 

Nepnieuws was er toen, en is er nu ook. ‘We zoeken een zondebok. Toen de corona-pandemie net opkwam, werden mensen met een Aziatisch uiterlijk nagewezen en bespot. In de middeleeuwen ging de grote pandemie gepaard met een sterke jodenhaat. Zij werden verantwoordelijk gehouden.'

Maar wat vooral op elkaar lijkt, zegt Oosterman, is dat iedereen is overgeleverd aan het lot. ‘Niemand weet wat er komen gaat. Misschien helpt het warme weer? Komt er een vaccin? Met wie je ook spreekt, niemand plant meer vooruit.’ En men zoekt toch ook in deze tijd naar een verklaring. ‘Vroeger dachten we aan de toorn Gods. Nu hoor ik mensen zeggen: het kon zo ook niet doorgaan met de wereld.’ Alsof dit onze ‘straf’ is. 

Over je heen laten komen?  

De gedachte dat burgers de epidemie in de middeleeuwen ‘gewoon over zich heen liet komen’, klopt niet, zegt Oosterman. ‘Wij kunnen nu zeggen dat hun kruidendrankjes niet hielpen. Of dat het idee dat de pest uit de lucht kwam neerdalen niet klopte. Maar ze probeerden wel een medicijn te vinden.’ Eigenlijk net zoals wij nu doen bij deze onbekende ziekte, zegt hij. 

 

Zie ook deel 2 in dit tweeluik: Hoe Gelderland voorop liep in de aanpak van de pokken

* Het cursieve fragment bovenin dit artikel komt uit het boek: 1349, Hoe de Zwarte Dood Vlaanderen en Europa Veranderde, van Joren Vermeersch.  

Het middeleeuwse recept voor aalbessensiroop:
‘Neem een pond sap van aalbessen; drie pond bernagiesap; weegbreezaad en kweeappelenzaad, van elk twee maal 3,9 gram; kook het met wat azijn totdat een derde deel verkookt is en als het gezuiverd is doe je er wit suiker bij zoveel als genoeg is en maak je een siroop’. Dat is goed tegen hitte van koorts en tegen loop van rode gal. Ook is het goed tegen pest. Als je het met suikerwater geeft stilt het de dorst.'

Meer over dit onderwerp:
Corona Gemeente Nijmegen Nijmegen Nieuws
Deel dit artikel: