Zin in Zondag | De dominee komt voorbij | Sjoerd Muller

Kerk en kunst

Luister hier naar het fragment

Twee cabaretiers hebben een rol gespeeld in mijn keuze om dominee te worden. De eerste is Youp van ’t Hek. Dat zou je vreemd kunnen vinden. Van ’t Hek? Maar die vloekt toch de helft van de tijd in al z’n optredens. Ja, maar wie verder kijkt dan de vloeken ziet vaak wel een boodschap die ergens over gáát: hij maakt zich kwaad over hoe het is met het land en de wereld, of over hoe Nederlanders zich een leven lang bezig kunnen houden met allerlei flutzaken. En hij kan een zaal met honderden mensen anderhalf uur lang boeien met alleen maar liedjes en gesproken woord. Kom daar maar eens om bij de gemiddelde predikant, mijzelf inbegrepen.

De andere cabaretier, meer nog dan de eerste, is Herman Finkers. Finkers heeft een grafmonument voor zijn dichtende vriend Willem Wilmink in de tuin, hij heeft een kapel onder zijn woonhuis en hij is een vurig pleitbezorger van het Gregoriaans. En de laatste jaren hamert Finkers ook op een ándere drie-eenheid, namelijk die van kerk, humor en kunst.

De kerk is daarin de plek voor de zingeving: van een fundament onder je bestaan. De humor heb je nodig om diezelfde kerk én jezelf te kunnen relativeren. En de kunst is nodig omdat ieder mens ten diepste verlangt naar schoonheid.

En juist die laatste, de kunsten, staan onder druk. En niet alleen in de kerk, maar in heel Nederland.

Terwijl het begrotingsoverschot over de plinten klotst, bleek het afgelopen week in politiek Den Haag niet mogelijk om 25 miljoen euro los te weken voor slechtbetaalde kunstenaars en de culturele sector. Dat was door het kabinet onderzocht door de mensen van Strategy Research Markets Consultants (alleen al van zo’n naam zou ik ’s nachts gillend wakker worden). Deze consultants zeiden dat de kunstsector het als een uitdaging moest zien om met hetzelfde geld uit te kunnen. Lees: je stopt als kunstenaar, of anders schroef je de prijs van je kaartjes maar omhoog. Dat is de pest aan deze tijd. Alles moet rendabel zijn, alles moet iets opleveren. Maar kunst dient niet het geld, maar de vrijheid.

Kunst in de kerk. Hoe leg ik dat uit? Het beste rijd je vanmiddag met partner en kinderen naar het Rijksmuseum, naar de tentoonstelling Caravaggio en Bernini – Barok in Rome. Het meeste van die schilderijen en beelden dateert van rond het jaar 1600. De katholieke kerk was destijds nogal pissig op reformatoren als Calvijn en Luther en organiseerde een heuse contrareformatie. Vooral kunstenaars werden daarbij ingeschakeld: musici, beeldhouwers als Bernini, schilders als Caravaggio. Voor échte kunst moest je niet bij die stakkers aan de andere kant van de Alpen zijn, maar in de katholieke kerk van Rome. Dáár gebeurde het.

Wie daar over de tentoonstelling loopt ziet dat ieder kunstwerk bedoeld is om te emotioneren, om je te raken. Zo hangt er een schitterend schilderij van ene Antonio Galli, een leerling van Caravaggio. Je ziet daarop de verrezen Christus die de wond in zijn zijde laat zien en ondertussen de toeschouwer uitnodigend, vragend, aankijkt. “Zie je dit?” wil Christus zeggen, “Dít heb ik voor jou gedaan.” Het is een zeldzaam aangrijpend schilderij: de opstanding wordt opeens iets voor jou alleen. Om de bezoeker rechtstreeks aan te kijken in een religieus portret; dat was toen een nieuwigheid. Schilderijen in de kerk, beelden rond het altaar, glas-in-lood, mooie muziek: de band tussen kerk en kunst was hecht. Bezoekers van de kerk begrepen destijds wellicht geen hol van het Latijn, maar de kunst imponeerde. Die lieten óók het verhaal zien of horen, zonder woorden.

Dat was toen, nu is nu. Kunst en schoonheid zijn in veel moderne protestantse kerken ver te zoeken. Gisteren hoorde ik van een parochie die hun zzp-kerkmusici vraagt om voortaan alleen vrijwillig te spelen in de kerk, met misschien een kleine onkostenvergoeding. Cantorijen en kerkkoren zitten in zwaar weer. En de SGP in Flevoland is bezig met het verbieden van een betonnen kunstwerk langs de A6, de Tong van Lucifer, en nee: dat is niet eens de Bijbelse Lucifer, het is gewoon een ovalen schijf. Ik vind het ding ook niet mooi, maar dat maakt niet uit, die vrijheid heb ik. Net zoals de kunstenaar de vrijheid heeft om het ding te maken. En juist die vrijheid is nou net de essentie van kunst.

Ik zou het fijn vinden als kerken de kunst niet zouden verbieden, maar weer zouden omarmen: als we kerken niet alleen inrichten voor de multifunctionaliteit of de zaalverhuur, maar gewoon weer oldskool mooie dingen bouwen en ontwerpen, met aandacht voor God. Of dat we als kerken nou eens grof zouden inzetten op goede en mooie kerkmuziek, omdat dát misschien wel onze grootste schat is, meer nog dan alle dogma’s en belijdenisgeschriften bij elkaar. In tijden van corona, van vluchtelingen, van nieuws dat ieder uur maar bij je binnenkomt via mobiel of laptop, juist in die tijden kan de kerk een plek zijn waar je iets heel anders ervaart, waar je uitzicht hebt op iets bijzonders, iets moois.

Het haat in teveel kerken alleen nog maar over geld, over commissies en over beleidsplannen. Maar kerken als vindplaats van schoonheid, stilte of van muziek? Ik kom het nauwelijks tegen. Maar moet jij eens opletten wat al die Nederlanders doen als ze na corona weer in Italië komen. Precies, die bezoeken een oude kerk, steken een kaars op, en verlekkeren zich aan het moois dat kerk én kunst te bieden heeft. Zelfs Youp van ’t Hek.

 

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip of opmerking voor de redactie? Stuur ons een bericht op 06 - 220 543 52 of stuur een mail: omroep@gld.nl!