Zin in Zondag | De dominee komt voorbij | Victor Bulthuis

Helende nabijheid.

Luister hier naar het fragment

Mijn woord van vandaag moet u met een korreltje zout nemen - maar misschien doet u dat sowieso wel. Ik ga het namelijk hebben over iets waar ik zelf niets vanaf weet, nl. ziekte en pijn. Wel kom ik bijna wekelijks mensen tegen die er alles vanaf weten. Mensen die lichamelijk of geestelijk ziek zijn en geen uitzicht hebben op genezing, mensen die al jaren lijden aan pijn waarvan ze de oorzaak niet kennen.

Soms denk ik wel eens: ik zou voor een dag in de huid van zulke mensen willen kruipen om aan den lijve te ervaren wat ze meemaken. Hoe kun je iemand nabij zijn die je niet kunt navoelen? Dat is niet alleen een van de allerlastigste dingen voor een pastor, het is ook heel moeilijk voor mensen die te maken hebben met een medemens die ziek is of pijn lijdt. Je kunt er geen stukje van overnemen, er zijn dus grenzen aan je inlevingsvermogen. Daarom schrijft wijlen pater Jan van Kilsdonk over zijn bezoeken aan zieke mensen: ‘Als ik naast zo iemand zit, ben ik een leerling van degene die lijdt.’

In de tijd van Jezus was het voor zieke mensen nog een graadje erger. Behalve dat de geneeskunst en de medische zorg van toen niet te vergelijken zijn met de onze, werden zieken nogal eens met een scheef oog aangekeken. Want was hun ziekte niet hun eigen schuld? Veel mensen in die tijd leefden met de gedachte dat ziekte een straf was voor begane zonden. En was je melaats of bezeten, dan werd je buiten de gemeenschap gestoten. Zo hoorden veel zieke mensen er niet echt bij. Ziekte maakt eenzaam, omdat niemand je kan navoelen of een stukje van je kan overnemen. Maar wat echt eenzaam maakt is uitstoting, of de gedachte dat je het allemaal aan jezelf te danken hebt.

Misschien is dat wel kenmerkend voor alle vormen van ziekte en lijden: het gevaar dat je erdoor in een isolement raakt, dat je ziekte of pijn een gevangenis wordt waar niemand meer doorheen kan breken. En toch is het mogelijk dat dit isolement doorbroken wordt. Dat wordt duidelijk uit een lang verhaal uit het vijfde hoofdstuk van het evangelie van Marcus (5, 21-43). Daarin geneest Jezus twee mensen: een vrouw die aan bloedverlies lijdt en een meisje dat niet meer te redden lijkt. De vrouw sterft niet aan haar kwaal, maar kan er ook niet mee leven. Het is mag dan niet gestorven zijn, zoals Jezus zegt, maar Hij heeft mooi praten: ze is al niet meer van deze wereld, haar ouders zijn haar eigenlijk al kwijt. Zowel de vrouw als het meisje geeft Jezus hun gezondheid, ja hun leven terug. Hij ontrukt hen aan het isolement van ziekte en dood en geeft hen terug aan de mensgemeenschap waarvan ze deel uitmaken.

Allereerst is daar de vrouw die aan bloedvloeiingen lijdt. Alle kwakzalvers van haar dagen heeft ze bezocht, maar niemand heeft haar kunnen helpen. Jezus’ mantel is haar laatste strohalm, het allerlaatste medicijn dat ze nog niet heeft gehad. Als ik die kan aanraken zal ik genezen zijn, zegt ze. Hoewel, dit klopt eigenlijk niet. Want niet de aanraking van Jezus’ mantel geeft de doorslag, maar haar geloof. Haar geloof is het medicijn dat haar genezing brengt. Hetzelfde gebeurt met het dochtertje van Jaïrus, de tempeloverste. Het meisje geneest niet zomaar door Jezus’ aanraking, maar allereerst omdat haar vader zoveel vertrouwen in Jezus heeft. Zijn geloof is het medicijn dat zijn dochter redt.

Mooi verhaal, maar mogen we hieruit concluderen dat als we maar geloven en vertrouwen, we automatisch genezen worden? Was het maar waar! Zoveel mensen die ondanks hun geloof niet genezen van de ziekte of de kwaal waaraan ze lijden. Sterker nog, soms verliezen mensen hun geloof door wat hunzelf of hun dierbaren overkomt.

En toch, op zulke momenten zijn mensen die nog wel geloven van levensbelang. Als je als zieke alle hoop verloren hebt, ja juist dan heb je iemand nodig die voor je zorgt, die voor en met je bidt, die er gewoon voor je is. Iemand die je hand vasthoudt en niets zegt, omdat er gewoon niets meer kan of hoeft te worden gezegd. Iedere huisarts maakt mee dat hij vanuit zijn beroep niets meer voor mensen kan doen. Maar iedere huisarts weet ook dat genezen meer is dan medicijnen en behandelmethoden. Soms moet je je dokterstas dichtlaten, omdat er niets meer in zit wat nog helpt. Maar dat je er bént, dat is voldoende. Er gewoon zijn dus.

Wat heeft dit met geloof te maken? Ik zou zeggen: alles. Een ander helend nabij zijn is handen en voeten geven aan wat Jezus in zijn leven heeft gedaan. Een zieke nabij zijn, ook al kun je helemaal niets meer doen, is getuigen van je geloof in de waardigheid van een mens, van je geloof in de liefde, en daarmee van God, want God is liefde. Genezen, helen is allereerst je liefdevol verbinden met een mens voor wie je zorg draagt, en die mens oprichten uit zijn eenzaamheid, zijn verlies van geloof, ja uit de stukken en brokken van zijn bestaan. Helen is met aandacht en toewijding iemands naaste zijn. Dat het ons gegeven mag zijn er zó voor elkaar te zijn.

 

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip of opmerking voor de redactie? Stuur ons een bericht op 06 - 220 543 52 of stuur een mail: omroep@gld.nl!