'Uncle Joe' en 'Alex' waren in de oorlog beiden spil in de Veluwse pilotenlijn

GARDEREN - De artsen Joop Kruimel (Uncle Joe) uit Garderen en Dirk Eskes (Alex) uit Nieuw-Milligen waren tijdens de Tweede Wereldoorlog spilfiguren in het verzet dat gestrande piloten naar veilig gebied moest zien te brengen. In het boek 'Schuilplaats De Veluwe - De vluchtlijnen voor geallieerde piloten 1942-1945' van Wolter Noordman wordt uitgelegd hoe belangrijk de rol van de twee mannen en vele helpers in de regio is geweest en worden diverse geallieerde vlucht- en onderduikacties belicht.

In het hart van de Veluwe liggen een aantal plaatsen, die in oorlogstijd als onderduikadres fungeerden voor geallieerde militairen. Gevlucht na de crash van hun vliegtuig of van een krijgsgevangenen-trein gesprongen of ontsnapt uit een hospitaal in Nederland. Ook joden die zich moesten melden vonden er een gastvrije schuilplaats. Een aantal van hen kwam terecht in dorpen en buurtschappen niet ver van Apeldoorn, zoals Garderen, Barneveld, Voorthuizen, Hoenderloo, Staverden, Vierhouten, Epe, Heerde, Stroe, Kootwijk, Kootwijkerbroek, Nieuw-Milligen en Assel. De geallieerde militairen probeerden vanuit deze omgeving verder te trekken naar bevrijd gebied. De meesten werden tijdens hun vlucht alsnog gearresteerd door Duitse infiltranten in de ontsnappingslijnen. Zij werden in België en Frankrijk opgepakt en belandden alsnog in een krijgsgevangenkamp. Slechts enkelen bereikten bevrijd gebied. Anderen bleven echter op hun schuiladres en beleefden daar de bevrijding.

Het gastenboek van 'Uncle Joe'

Een belangrijk document waarop een gedeelte van deze verhalen is gebaseerd is het ‘gastenboek’ van dokter J.P. Kruimel die in Garderen het huis De Ruif bezat. Hij was in het verzet beter bekend onder de naam ‘Oom Joop’. De geallieerden kenden hem onder de naam ‘Uncle Joe’ of ‘Joe Smith’. In dit gastenboek noteerden veel onderduikers vanaf 1943 een afscheidswoord als dank voor de verleende gastvrijheid. Even belangrijk zijn de gegevens die gevonden werden in het archief van de familie Eskes. Dirk Eskes gebruikte in het verzet de schuilnaam ‘Alex’. Dat Eskes en Kruimel in het verzetswerk veel met elkaar optrokken, blijkt wel uit het feit dat uit beide bronnen dezelfde namen naar voren komen. De lijst met namen van de geallieerden die door de familie Eskes zijn geholpen, is wat langer dan die van Kruimel. 

Bedankje van piloot William Connie O’Barr die eind mei 1944 boven de Noordoostpolder uit zijn toestel sprong - bron Gastenboek Joop Kruimel

De hulp die aan deze geallieerden werd verleend, was zorgen voor onderdak, voedsel, kleding, vervalste persoonsbewijzen en vervoer. Alhoewel het gastenboek van ‘Oom Joop’ de indruk kan wekken dat alle genoemde geallieerden daar ook daadwerkelijk waren ondergebracht, bleek uit onderzoek dat dit niet het geval is geweest, op enkele uitzonderingen na. De Engelse vlieger Fearneyhough is enkele weken in het huis van dokter Kruimel geweest en een aantal para’s verbleven er enige dagen in het najaar van 1944.

Talloze Veluwse families bieden gevluchte mannen onderdak

De anderen werden op adressen in de omgeving ondergebracht, onder meer bij de familie Eskes in Nieuw-Milligen, boer Bos en Thijs Foppen in Staverden, Nol Burger in Garderen, G.J van den Top in Stroe, H.J. Elbertsen in Hoenderloo, J. van Oldenbarneveld in Kootwijk, familie Westerwoudt in Assel en baron Mackay in Harskamp. Ook in het archief van de familie Van Eysinga uit Elspeet zijn een aantal interessante gegevens te vinden. De voornaamste bron is het dagboek dat is geschreven door de gouvernante van jonkvrouw Ima van Eysinga, Liesbeth Verweij. Hierin komen ook namen voor van een aantal geallieerden, die enige tijd bij hen, maar ook in die omgeving waren ondergedoken, onder andere in de boswachterswoning Kijkuit in het Leuvenumse Bos bij Hulshorst. Het ging hierbij om ontsnapten uit de Koning Willem III-kazerne, zoals John Haller, Tom Murphy, James Hardy, Sammy Walsh, Lipmann-Kessel, Cerediq Longland, Allenby en Allan. Het is een haastige krabbel, maar er zijn ook indringende gedichten en een langere lijst met namen. Deze achtergelaten tekenen van leven waren voor mij een drijfveer om op zoek te gaan naar de mensen die ze geschreven hadden en hun ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Vlnr: Bill McDonald, Joop Kruimel en Frank McGlinskey in de onderduik - foto Wolter Noordman

Veel geallieerde onderduikers lieten boodschap achter

Op zoek naar het verhaal van deze onderduikers op de Veluwe. Vaak waren deze achtergelaten berichten geschreven om contact met hun familie te kunnen opnemen zodra de oorlog voorbij zou zijn. De onderduikers wisten immers niet hoe de oorlog voor hen zou aflopen. Zouden zij wel in leven blijven? Dit soort berichten werden daarom vaak op meerdere plaatsen achtergelaten. Bij een eventuele vermissing was er dan altijd een spoor te volgen naar mensen die misschien iets konden vertellen. De gegevens werden ook wel gebruikt om via zendercontact met Engeland de identiteit van vliegers te kunnen controleren. Soms moest men vindingrijk zijn om een hoogzwangere vrouw in Engeland te berichten dat haar man nog in leven was, ondanks de officiële vermissing. Het verzet was bijzonder tevreden, toen bleek dat dit zelfs met medewerking van het Duitse Rode Kruis lukte ! Zo is in het boek te lezen hoe Neville Fearneyhough in mei 1943 op zijn eigen manier in het Duits verwoordde, dat hij nog in leven was. Ook is er een bedankje te vinden voor de genoten gastvrijheid, zoals door Earl Price geschreven op 7 september 1942. Hij was onderweg in Frankrijk op de dag dat hij 21 jaar werd.

Notities en berichten eigenlijk levensgevaarlijk

Het gastenboek van dokter Kruimel en het archief van de familie Eskes bevatten veel uiteenlopende notities, afkomstig van onderduikers, meestal geallieerden, maar ook joden en hun helpers. Die helpers stuurden elkaar soms berichten, met gebruik van schuilnamen. Sommigen hielden agenda’s bij, waarin met codes werd gewerkt. Veel van deze teksten hebben een plaats in het boek gekregen, vaak in de eigen verhalen van de vluchters. Het zijn stille getuigen van een roerige tijd, waarin de auteurs van die berichten gezocht werden. Het is mooi dat het bewaard is gebleven, maar in die tijd was het in feite levensgevaarlijk.

Dirk Eskes werd in april 1945 met vijf anderen door een Einsatzcommando op de Geldersedijk in Hattem geëxecuteerd, Joop Kruimel overleefde de oorlog en stierf in 1976. Met geld uit zijn nalatenschap werd voor oudere inwoners de Dr. Kruimelstaete in Garderen gerealiseerd.

Bron: voorwoord 'Schuilplaats De Veluwe-De vluchtlijnen voor geallieerde piloten 1942-1945', auteur Wolter Noordman, uitgever Omniboek Utrecht. Wolter Noordman schreef eerder 'De vijftien executies' en 'Ondergedoken op de Veluwe'. Het boek is inmiddels verkrijgbaar via de boekhandel.

 

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip of opmerking voor de redactie? Stuur ons een bericht op 06 - 220 543 52 of stuur een mail: omroep@gld.nl!