Gelredag 21 december: Van 't Lindenhoutmuseum, Nijmegen

Een bijzondere Gelredag waarbij we stilstaan bij de jeugdzorg in Gelderland vanaf het midden van de negentiende eeuw. Bezoekers worden ontvangen in het voormalige kerkje van kinderdorp Neerbosch. Dit is het prachtige onderkomen van het Van ‘t Lindenhoutmuseum. Gidsen nemen u mee langs de hoogtepunten uit de collectie en over het terrein van het kinderdorp. Om helemaal in kerststemming te komen zorgt het Nijmeegs Mannenkoor voor de muzikale omlijsting van deze Gelredag.

De bezoeker krijgt in ons museum een goed overzicht van de geschiedenis in de jeugdzorg over de afgelopen 150 jaar aan de hand van de ontwikkeling op de Weesinrichting en het Kinderdorp. Naast een historisch overzicht vindt men gereedschappen uit de werkplaatsen, uitgaven van de drukkerij, leermiddelen, meubels, prenten, schilderijen en foto’s. Tal van verhalen en documenten geven een levendig beeld van het leven van de kinderen in Neerbosch. Daarnaast is het museum een belangrijk herinneringscentrum voor ‘oud-Neerbosschers’, hun familie en nazaten: het museum beheert een uitgebreid archief met informatie over de 20.000 kinderen die in Neerbosch gewoond hebben.

Het Van ’t Lindenhoutmuseum vertelt het verhaal van duizenden kinderen, die door allerlei omstandigheden een korte of lange tijd niet bij hun ouders konden wonen. Aan de hand van de ontwikkelingen op Neerbosch geeft het museum een uniek kijkje in de opvang van wezen en de ontwikkeling van de jeugdzorg in Nederland vanaf 1863. 

In de 19e eeuw is het slecht gesteld met de zorg voor wezen en verwaarloosde kinderen. Dat wordt overgelaten aan kerk en liefdadigheid en is geen taak van de overheid, aldus Den Haag. De jonge Van ‘t Lindenhout, rondreizend bijbel verkoper en evangelist, besluit iets aan de ellende te doen. Als 27-jarige opent hij in 1863 met steun van welgestelde vrienden een weeshuis in een oude herberg in Nijmegen. Op 1 november verwelkomt hij het eerste, in vodden geklede weesmeisje: Pietje Velders.

Al in 1866 is het weeshuis te klein. Twee vrienden schenken een stuk grond bij het dorp Neerbosch aan de rand van de stad. Het weeshuis groeit als kool. Het wordt een compleet zelfvoorzienend kinderdorp waar in 1893 al bijna duizend wezen wonen. Alle gebouwen worden door de wezen samen met hun leermeesters gebouwd. Het voedsel komt van de eigen boerderij en tuinderij. De jongens timmeren meubels, maken kleren, klompen en schoenen. Van de persen in de grote drukkerij rollen tijdschriften en boeken, almanakken en kranten. De meisjes worden opgeleid tot dienstbode. De weeskinderen gaan naar school en leren een vak om later zelfstandig in de maatschappij te kunnen staan.

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip of opmerking voor de redactie? Stuur ons een bericht op 06 - 220 543 52 of stuur een mail: omroep@gld.nl!
Meer over dit onderwerp:
Ridders_van_Gelre_-_Gelredagen
Deel dit artikel: