Hoe de arbeiders de elite uit Arnhem verdreven

ARNHEM - In de negentiende eeuw ontwikkelde Arnhem zich tot één van de modernste steden van het oosten. Onder meer door de toestemming om de stadsmuren af te breken. Nadat dat gebeurde probeerde de stad zich te richten op cultuur.

'Arnhem probeerde een stad van grandeur te zijn', vertelt Onno Boonstra in het programma Ridders van Gelre. 'De gemeente probeerde er alles aan te doen om de elite zich te laten vermaken in de stad.' Zo verrezen er, mede door de gemeente, grote gebouwen. 'Bijvoorbeeld Music Sacrum, maar ook de Buitensociëteit en de beroemde vogel- en plantentuin aan de Velperweg.'

De tekst gaat verder onder de video.

Ook kwam er een Arnhemse Orkestvereniging. 'Dat werd uiteindelijk het Gelders orkest.' De concerten werden vrijwel alleen bezocht door de rijke burgerij. 'Een kaartje kostte misschien één gulden, maar de burgers verdienden hooguit vijf gulden per week.'

Arbeidersstad

Maar rond 1900 kwam de verandering op stoom. Er kwamen steeds meer arbeiders naar de stad, mede door de Arnhemse Scheepsbouwmaatschappij als grootste werkgever. 'Arnhem als stad voor rijken ging snel voorbij.'

Het aantal inwoners groeide enorm, 'maar het aantal rijken nam af'. De elite trok vooral naar het buitenland. Daarmee werd Arnhem langzaam meer een arbeidersstad.

Bekijk hier de hele uitzending van Ridders van Gelre.

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip of opmerking voor de redactie? Stuur ons een bericht op 06 - 220 543 52 of stuur een mail: omroep@gld.nl!
Deel dit artikel: