Waarschijnlijk geen verband tussen mezensterfte en buxusmotbestrijding

CULEMBORG - De grote sterfte onder koolmezen in Gelderse steden heeft waarschijnlijk niets te maken met de bestrijding van de buxusmot. Dat komt naar voren uit een studie van CLM Onderzoek en Advies in Culemborg, in samenwerking met het Nederlands Instituut voor Ecologie.

Het verband tussen de koolmezensterfte en bestrijdingsmiddelen tegen de buxusmot werd eerder dit jaar nog nadrukkelijk gelegd door de Vogelbescherming, maar na uitvoerige studie van ingeleverde dode mezen bij de Culemborgse onderzoekers blijkt dat veel eerder gekeken moet worden naar diergeneesmiddelen. De aangetroffen stoffen komen voor in middelen om vlooien en teken te bestrijden.

Haren van honden en katten

Koolmezen gebruiken haren van honden en katten om hun nesten te bouwen. Daardoor kunnen insecticiden uit anti-vlooien en -tekenmiddelen terechtkomen op de huid van kale, net uit het ei gekropen mezen. De onderzoekers van CLM Onderzoek en Advies stellen dat dit bijna bij 100 procent van de gevallen de manier is waarop jonge koolmezen de insecticiden binnenkrijgen. 

De zogenoemde 'haarroute' is volgens het Culemborgse bureau nog niet eerder beschreven. Verder blijkt uit het onderzoek dat de sterfte onder jonge koolmezen in de stedelijke gebieden sinds 2017, het jaar dat de buxusmot zijn intrede deed, niet is toegenomen. Wel wijzen de onderzoekers erop, dat er voor koolmezen in binnensteden minder insecten zijn en dat de insecten die er wel zijn van mindere kwaliteit zijn dan in natuurgebieden. Bovendien hebben 'stadsmezen' vaker te maken met roofdieren, zoals katten. 

Zie ook:

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip of opmerking voor de redactie? Stuur ons een bericht op 06 - 220 543 52 of stuur een mail: omroep@gld.nl!
Meer over dit onderwerp:
Gemeente Culemborg Culemborg Natuur Nieuws
Deel dit artikel: