Zin in Zondag | De dominee komt voorbij | Marije Klein

Herinneringen moet je koesteren.

Luister hier naar het fragment

 

Mijn moeder werd ernstig ziek toen ik 12 was. Zij was 48. Ik herinner me nog precies de dag dat het gebeurde. Ze moest naar het ziekenhuis. Haar tas was gepakt, ze was klaar om te gaan. Wij, haar zes kinderen, konden niets anders dan lijdzaam toekijken hoe ze vertrok. Ze gaf ons allemaal een knuffel.

Omdat ze ’s nachts zoveel slechter was geworden, stonden wij in pyjama en de haren ongekamd. Het moet een ontroerend gezicht zijn geweest. Toen ze bij mij kwam, haar jongste, kreeg ik ook een knuffel en een kus. ‘Maak je geen zorgen’ zei ze, ‘ik kom snel weer terug’. En ik geloofde haar. Ik moest wel.

Herinneringen moet je koesteren. Ze zijn kostbaar, onbetaalbaar en alleen van jou. Niemand anders heeft dezelfde herinneringen als jij. Zelfs als mensen hetzelfde zien, hetzelfde meemaken, hetzelfde pad bewandelen, dan hebben ze nóg een andere herinnering dan jij. Gewoon omdat ze op dat moment nét de andere kant opkeken, of toevallig een ander wijsje in hun hoofd hadden.

In het restaurant van het verpleeghuis, deze week op bezoek bij een kennis, zie ik een mevrouw zitten, alleen aan een tafeltje. Ze is al aardig op leeftijd. Een kleine vrouw, maar ze oogt nog sterk. Ze zingt zacht een wijsje. Ik herken het, want mijn moeder zong het ook vaak. Oze wieze woze, wieze walla kristalla... Steeds weer. Ze kijkt me aan en als ik naar haar glimlach, zegt ze ‘mooi he? Daar werden mijn kinderen altijd rustig van als ze niet wilden slapen.’ De kleine, sterke vrouw blijft nog even neuriënd naast me zitten, maar als ze haar koffie op heeft en op wil staan, lijkt ze plotseling wel een ander mens. Nog steeds klein, maar o zo kwetsbaar. ‘Ik woon hier toch ergens?’ vraagt ze me, ‘Ik weet niet waar ik heen moet. Ik weet niet waar ik heen moet.’ Ik begeleid haar naar een verpleegkundige die haar liefdevol meeneemt de gang in. Na een paar passen hoor ik haar al weer zachtjes zingen. ‘…Kristoze, wiezewoze, wiezeewieswieswieswies.’

Eigenlijk maakt de herinnering wie jij bent. Je doet de dingen zoals je ze doet, omdat je je herinnert hoe het moet. Je zet je voeten voor elkaar en zet alsmaar stappen, omdat je moeder je dat zo heeft geleerd en jij dat hebt onthouden. Je werk doe je met routine, omdat je inmiddels na al die jaren wel weet wat je moet doen. Als je net iets nieuws moet leren schrijf je alles zorgvuldig op. Het helpt je om het je morgen weer te herinneren.

Maar als die herinneringen zo belangrijk zijn, waarom zijn ze dan in vredesnaam zo onbetrouwbaar? Dat waar wij op varen, ons innerlijke kompas, onze database, ons persoonlijke jaarverslag. Herinneringen aan het verleden, helpen je je toekomst vorm te geven. Maar o wee, als je even niet oplet.

Een paar jaar geleden, ongeveer twintig jaar na de herinnering praat ik met mijn vader over die bewuste ochtend. De knuffels die ze gaf en de woorden die mijn moeder sprak. Mijn vader kijkt me verward aan. ‘Maar lieve schat, dat is nooit gebeurd. Je moeder is midden in de nacht met de ambulance afgevoerd, omdat ze een beroerte kreeg. Ze heeft daarna nooit meer gestaan of gelopen.’ Bam! Realiteit. Weg herinnering. Of toch niet? Want ik zie het tafereel nog altijd voor me. Ook al is het niet echt gebeurd. Ik heb mijn eigen herinneringen gemaakt, op het moment dat het te moeilijk werd voor mijn hoofd. Moet ik nu gaan graven naar de waarheid? Mijn vader nu gaan vragen wat er allemaal nog meer niet gebeurd is? Mijn kinderhoofd hield zich vast aan die herinnering. Als het oze wiezewoze in mijn hoofd hoor ik haar steeds weer zeggen : ’Maak je geen zorgen. Ik kom snel weer terug’. 20 jaar later geloof ik haar nog steeds. Ik besluit het zo te laten. Niet te graven, niet te willen weten. Ik koester mijn herinnering. Die is van mij en van niemand anders.

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip of opmerking? Stuur ons een bericht op 06 - 220 543 52 of stuur een mail: omroep@gld.nl!