Boeren willen met streekproducten de boer op

WAGENINGEN - Streekproducten. Ze zijn niet meer weg te denken uit de horeca, de delicatessenwinkel en uit ons kerstpakket. In Gelderland doet 10% van de boeren aan korte ketens. Oftwel hun product in hun eigen leefomgeving verkopen. Dat is 4,3% in omzet (oftewel 129 miljoen euro). Ter vergelijking: in Gelderland boert 3,4 % van de boeren biologisch. Dit blijkt uit binnenkort te publiceren onderzoek door WEcR in opdracht van de Provincie Gelderland.

Door Ellen Kamphorst 

Bij melk- en vleesboerderij Binnenveld is op het eerste gezicht niets bijzonders te zien. Schuren, een trekker, vleeskoeien in de stallen en een weiland vol melkkoeien. Wat speciaal is aan dit bedrijf, is dat ze binnenkort alle producten zélf verkopen, zonder groothandel of fabrikant. Daar is Roel van Dijk zo'n negen jaar geleden al mee begonnen. Voor het vlees van zijn koeien kreeg hij zo weinig dat hij besloot ze in eigen beheer te laten slachten: 'Een slachthuis slacht ze, wij krijgen het vlees terug en verwerken dat tot biefstuk, hamburger of braadworst. Dat vlees verkopen we in onze boerderijwinkel en via lokale verkooppunten aan bijvoorbeeld restaurants.'

In een enquête van de gemeente Ede onder inwoners uit 2018 zei 75 procent van de ondervraagde mensen wel eens streekproducten te kopen. In 2013 was dat nog 48 procent

Het is precies dit wat dertien boeren uit de FoodValley leerden in de masterclass Boeren in de korte Keten. Jan-Willem van der Schans is onderzoeker bij Wageningen Universiteit & Research (WUR). Hij weet alles van korte ketens en wil de boeren enthousiast maken voor het ondernemerschap: 'We leren ze een uniek product te maken, zodat de consument voor hen kiest en niet voor een bulkproduct in de supermarkt.' Hij doet op dit moment onderzoek naar de de korte ketens in Gelderland, hieruit blijkt dat er veel meer boeren in de korte keten produceren dan biologisch. 

Volgens Van der Schans wordt zo'n zes procent van de Gelderse boerenproducten verkocht via de korte keten.

Tekst gaat verder na de video:

Verdienmodel

Het grote voordeel voor boeren is het verdienmodel. De traditionele boer is afhankelijk van de zuivelfabrikant, slachthuis, of eindverwerker. Die rekenen vaak een vaste prijs en dus heeft de boer weinig invloed op de eigen inkomsten. Bij een korte keten, bijvoorbeeld lokaal geproduceerde boerenkaas, kan de boer zelf een prijs vaststellen en zijn er minder partijen die ook aan het product moeten verdienen.

Pitchen als een startup

In de masterclass schrijven de boeren een businessplan waarmee ze investeerders enthousiast krijgen. Roel van Dijk: 'ik doe dit al jaren, maar heb nog nooit een buisinessplan geschreven. Ik vond het heel leerzaam om dat nu wel te doen. Ik heb de consument er beter door leren begrijpen.'

Bulkhandel

Tijdens de masterclass ontbond Van Dijk het contract met de zuivelfabriek. Van een deel van de melk van zijn koeien maakte hij al kaas. De zuivelfabriek wilde dat hij voortaan ál zijn melk aan hen zou verkopen. Van Dijk: 'Dat heb ik geweigerd. Ik wil van de bulkhandel af en zelf mijn melk verkopen. Ik was er klaar mee om door de zuivelfabriek geregeerd te worden.'

De boer is nu op zoek naar een lokale partij die zijn melk tot yoghurt en melk en karnemelk kan verwerken. 'Dan verkopen we straks, eigen vlees, eigen kaas en eigen melk.' 

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip of opmerking? Stuur ons een bericht op 06 - 220 543 52 of stuur een mail: omroep@gld.nl!
Meer over dit onderwerp:
Wageningen Nieuws
Deel dit artikel: