Stichting wil landelijke herdenking en onderzoek April-meistakingen

HENGELO - Een kersverse stichting gaat zich inzetten om de April-Meistakingen in de Tweede Wereldoorlog op grotere schaal te herdenken. Volgens de stichting is het hoog tijd om te voorkomen dat dit geweldloze volksverzet tegen de Duitse bezetting in de vergetelheid raakt.

'Recht doen aan de moed van zeer velen', dat is wat Britta Röhl graag ziet als voorzitter van de nieuwe Stichting Landelijke Herdenking April-meistakingen 1943. 'Zij lieten de bezetter op ondubbelzinnige wijze merken genoeg te hebben van tirannie, willekeur en het doden en wegvoeren van onschuldige medeburgers.' 

Volgens de stichting vormen de stakingen een keerpunt in de geschiedenis van de bezetting van Nederland. De stichting meent dat er meer onderzoek nodig is naar de stakingsacties. Volgens Röhl wordt nog steeds uitgegaan van een spontane stakingsgolf, terwijl er sprake zou zijn van een georganiseerde volksopstand: 'Er is nieuw onderzoek nodig, daar maken we ons sterk voor. Dat zou bijvoorbeeld kunnen vanuit een te realiseren informatiecentrum. Een centraal punt voor alle relevante literatuur en bronnen.'

Het comité van aanbeveling bestaat onder anderen uit historicus Ad van Liempt uit Doetinchem, Erik Somers van het NIOD en Liesbeth van der Horst, directeur van het Verzetsmuseum in Amsterdam.

Reactie op Duitse maatregelen voor arbeidskrachten

Op 29 april 1943 beginnen stakingen bij de machinefabriek Stork in Hengelo als reactie op de Duitse bekendmaking om 300.000 Nederlandse oud-militairen naar Duitsland weg te voeren in het kader van de Arbeitseinsatz. Vanuit Hengelo slaan de stakingen via telefoon en netwerken over naar Friesland (‘Melkstaking’), Limburg (‘Mijnstaking’), delen van Gelderland en Brabant. Röhl: 'Het zwaartepunt lag buiten de Randstad, dat verklaart waarom de April-meistakingen nooit de aandacht hebben gekregen die ze verdienen.'

Duitsers verrast

De Duitsers werden verrast door de massale omvang en de snelle verbreiding van de stakingen. Ze sloegen hard terug onder leiding van SS’er Hans Albin Rauter. Hij onderdrukt de stakingen op bloedige wijze, ten koste van ongeveer 200 slachtoffers. Van velen van hen is niet bekend waar ze gefusilleerd en begraven zijn. 

In Gelderland eist de Sicherheitspolizei van de directies lijsten met namen van de stakers. Tientallen mensen worden opgepakt. Bij Hevea-rubberfabriek, waar gasmaskers voor het Duitse leger worden gemaakt, nemen de Duitser zeven werknemers mee. Ze worden naar Arnhem gebracht waar ze samen met twaalf werknemers van Thomassen uit De Steeg en Vulcanus uit Vaassen op De Waterberg worden gefusilleerd.

Thomassen in De Steeg (foto Jan Weeda - Archief Thomassen)

Zoektocht naar resten

Röhls eigen grootvader, Frits Loep, werd tijdens de stakingen opgepakt, gefusilleerd en op een onbekende plek begraven. Samen met de nabestaande van andere vermisten probeert Röhl al jaren te achterhalen waar de stoffelijke resten van familieleden zich bevinden.

Samenwerken en inspireren

De stichting is ook van plan om aansluiting te zoeken bij bestaande plaatselijke en regionale initiatieven in het hele land. Röhl: 'Door de krachten te bundelen, kunnen we samen wijzen op het belang van de stakingen. Dat leidt niet alleen landelijk, maar ook plaatselijk en regionaal tot grotere aandacht en erkenning voor de stakers van destijds.'

Lees hier meer over de April-meistakingen.

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip of opmerking? Stuur ons een bericht op 06 - 220 543 52 of stuur een mail: omroep@gld.nl!
Deel dit artikel: