Regiogemeenten sponsoren Fruitcorso, maar voedselverspilling is dan taboe

TIEL - Het Fruitcorso in Tiel moet duurzaam worden. Dat stellen de acht gemeenten van de Regio Rivierenland deze week als voorwaarde voor het sponsoren van het festijn de komende jaren. Een ambtenaar van de regio gaat meewerken aan een plan om bewuster met de vele kilo's voedsel op de praalwagens om te gaan. In 2020 zou het eerste echt duurzame corso moeten plaatsvinden.

door Menno Provoost

Vanwege de financiële problemen van het corso en het streven van de Regio Rivierenland om zich te profileren als 'FruitDelta Rivierenland' is het regiobestuur in 2017 begonnen met het financieel ondersteunen van het evenement. Daarbij is de organisatie gastheer van de viptent en naamdrager. Het Fruitcorso wordt gepromoot als 'Oogstfeest van de FruitDelta Rivierenland'.

De combinatie is goed bevallen. Woensdag hebben de samenwerkende gemeenten besloten om zich voor langere termijn aan het Fruitcorso te verbinden. Voorwaarde is wel dat het Fruitcorso 'een ontwikkeling inzet om te vergroenen en verduurzamen, zodat er geen verspilling van voedsel plaatsvindt en er gestreefd wordt naar een energieneutrale uitvoering'. Er wordt een sponsorcontract afgesloten voor minimaal drie jaar voor een bedrag van zo'n 20.000 euro per jaar.

Heikel punt

Het gebruik van voedsel voor de praalwagens is de laatste jaren steeds meer een heikel punt geworden, vertelt corsowoordvoerder Fred Eggink: 'Voor ons blijft het corso natuurlijk die prachtige etalage voor groenten en fruit in onze mooie regio, maar we sluiten niet de ogen voor de maatschappelijke discussie van verspilling. Je kunt de kop in het zand steken als organisatie, dat doen we niet. We gaan het echt aanpakken.'

Bekijk hier de reportage. De tekst gaat daaronder verder.

Twee sporen

Daarvoor is een werkgroep in het leven geroepen die de mogelijkheden onderzoekt en na het corso van dit jaar met een plan komt om volgend jaar een duurzaam corso te houden. Grofweg zijn er twee sporen: gebruik van meer duurzame materialen (zoals niet eetbare gewassen of afgekeurde groenten en fruit) en het hergebruik van de producten. Er kan bijvoorbeeld energie uit gewonnen worden, maar er zijn ook bedrijven die van de vezels papier, tassen of andere producten maken.

Binnen het corso leeft het thema duurzaamheid of verspilling overigens niet echt. Veel clubs vinden de negatieve connotatie selectief en onterecht. Zo wordt bijvoorbeeld jaarlijks al heel veel aan de voedselbank geschonken en worden veel producten nog door de vrijwilligers opgegeten.

Daarbij weegt dit onderwerp voor hen niet op tegen alle mooie kanten van de corsotraditie. 'Steeds meer clubs nemen wel hun verantwoordelijkheid, maar als je je oor bij de clubs of bij het publiek te luisteren legt, is verspilling eigenlijk helemaal geen issue', erkent Eggink. 'Het is iets dat vanuit de maatschappij wordt opgedrongen, maar je moet daar wel een antwoord op hebben.'

Controversieel erfgoed

Het corso staat niet alleen in de druk van buitenaf om te veranderen. 'Wij zijn aangesloten bij het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland', vertelt Eggink. 'Daar hebben we de afdeling controversieel erfgoed. Dat zijn allemaal erfgoederen die wat onder vuur liggen. Dan moet je denken aan pijp roken, het beleg van Heiligerlee, carbidschieten, de paardenmarkt zoals in Elst en daar horen wij helaas ook bij. Je zit al snel in een hoekje. Dat tekent ook wel die tendens in de maatschappij. Iedereen probeert daar een antwoord op te vinden.'

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip of opmerking? Stuur ons een bericht op 06 - 220 543 52 of stuur een mail: omroep@gld.nl!
Deel dit artikel: