Verlinken of vertrouwen: hoe docenten worstelen met radicalisering

ARNHEM - Terwijl de dreiging van jihadistisch terrorisme in Nederland nog altijd actueel is, weten Arnhemse scholen zich lang niet altijd raad met radicalisering. Dat blijkt uit een rondgang van Omroep Gelderland. Docenten zijn ook niet altijd getraind, terwijl dit soort trainingen gratis zijn.

Geschreven door Maarten Dallinga en Jenda Terpstra

Nieuws in het kort: 
- Terwijl op Arnhemse middelbare scholen en basisscholen zorgen zijn over leerlingen die mogelijk radicaliseren, is slechts een 'handjevol' scholen getraind in het herkennen van radicalisering. 
- Scholen vinden het soms niet hun taak, zijn bang geassocieerd te worden met Syriëgangers of vinden dat ze al zoveel moeten. 
- Dit terwijl scholen op papier een belangrijke rol spelen in de lokale radicaliseringsaanpak, en er een gratis training beschikbaar is vanuit het Rijk.  

Omroep Gelderland sprak met docenten en directieleden van vijf verschillende Arnhemse scholen. Op sommige scholen zaten leerlingen die later zijn opgepakt of uitgereisd naar Syrië. Van een andere leerling werd het paspoort afgepakt. Radicaliseringsproblematiek speelt al jaren in Arnhem. Ook nu nog zijn er zorgen bij scholen over leerlingen die mogelijk radicaliseren.

Toch zeggen meerdere docenten desgevraagd niet te zijn getraind in het herkennen of omgaan met radicalisering. Dit terwijl scholen op papier juist een belangrijke rol spelen in de radicaliseringsaanpak van de gemeente. Sommige docenten geven desgevraagd aan wel degelijk behoefte te hebben aan kennis om beter met mogelijk radicaliserende jongeren om te gaan.

(tekst gaat verder onder de reportage)

Vertrouwensband

Zo zag een Arnhemse docent met wie Omroep Gelderland uitgebreid sprak een van haar leerlingen snel veranderen. Het vermoeden bestond dat de leerling radicaliseerde.

De docent had een vertrouwensband met de leerling en worstelde met wat ze moest doen. De signalen werden wel besproken in het zogeheten zorgteam van de school. 'Maar toen iemand van de gemeente contact met mij opnam, heb ik "nee" gezegd.' Ze wilde geen informatie delen. De vertrouwensband was op dat moment belangrijker, zegt ze. En angst speelde ook een rol. 'Ik dacht: stel je voor dat de leerling erachter komt dat ik heb gepraat...'

'Ik wil er echt zijn'

Een training heeft deze docent niet gehad. 'Of ik dat had gewild? Misschien, maar tegelijkertijd: ik ben altijd beschikbaar en zal nooit een kind veroordelen. Dat zou misschien wel weggaan door zo’n training. Ik vond het fijn dat deze leerling mij dingen vertelde. Mijn werk is om naast het lesgeven er echt voor de kinderen te zijn.'

Of ze signalen van radicalisering herkent? Nee, zegt ze. 'Er zijn genoeg kinderen van wie ik denk: oei.' Soms komt het thema aan bod in de les, als radicalisering in het nieuws is. Maar zo'n moment grijpt ze niet aan om het gesprek te voeren over hoe je kunt radicaliseren en wat de risico's zijn. 'Nee, want laten we eerlijk zijn...' Ze lacht. 'Ik weet toch ook niet hoe je kunt radicaliseren?'

Onderzoeksjournalisten Maarten Dallinga en Jenda Terpstra vertelden bij Reporter Radio op NPO Radio 1 over hun onderzoek naar radicalisering:

'Handjevol' scholen getraind

Of docenten zijn getraind, hangt grotendeels van de scholen af. Die zijn niet verplicht om hun docenten te laten trainen. Maar volgens de gemeente is het wel 'de taak en verantwoordelijkheid' van scholen om met zorgen en signalen van leerlingen aan de slag te gaan. Sinds 2015 financiert het Rijk gratis trainingen speciaal voor docenten en directieleden.

Docenten zien soms onvoldoende verschil tussen radicalisering en puberaal gedrag.
Klaas Hiemstra, Stichting School en Veiligheid

Stichting School en Veiligheid heeft die trainingen ontwikkeld en geeft scholen advies. En dat is nodig, zegt Klaas Hiemstra, directeur van de landelijke organisatie. 'Docenten zien soms onvoldoende verschil tussen radicalisering en puberaal gedrag.' 

Toch is in Arnhem slechts een 'handjevol' scholen getraind, zegt Hiemstra. De aandacht voor radicalisering op scholen is volgens hem verslapt. 'Er gebeurt nog van alles ondergronds, maar het gevoel van urgentie loopt bij scholen een beetje weg. Terwijl scholen veel aan de trainingen kunnen hebben.'

Lees ook: Onderwijs moet meer doen tegen radicalisering en polarisatie, vindt School en Veiligheid

Zaadje geplant

Zorgen om radicalisering beperken zich niet tot middelbare scholen. Ook bij jongere kinderen is soms al een zaadje geplant.

Zo schreef Team Leefomgeving uit Malburgen – onderdeel van de gemeente – in het rapport Van Wijken Weten: 'Vanuit de basisscholen wordt aangegeven dat veel jongeren positief spreken over verschillende terroristische aanslagen, ouders geven aan bang te zijn dat hun kinderen mogelijk gaan radicaliseren. Veel jongeren voelen zich benadeeld en niet gewaardeerd in de Nederlandse maatschappij en zoeken naar netwerken waar ze wel worden gewaardeerd.'

Je zou zeggen: een reden om juist op scholen in te zetten op training en preventie. Toch gebeurt dit nog te weinig, zeggen docenten. 

Dreigingsniveau De dreiging van jihadistisch terrorisme blijft in Nederland substantieel, zo concludeerde de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) in september. Het dreigingsniveau blijft 4 van 5 en dat betekent dat de kans op een aanslag in Nederland reëel is. De NCTV maakt zich zorgen over de omvang van ‘de jihadistische beweging’ in Nederland. De val van het ‘kalifaat’ en de rol van het Westen daarbij kan als rechtvaardiging worden gebruikt voor het plegen van aanslagen.

Training? Niet nodig

Waarom Arnhemse docenten geen training hebben gehad, verschilt per school. Zo zijn er scholen die het niet nodig vinden. Het Briant College, een middelbare school voor speciaal onderwijs in Presikhaaf, heeft kinderen die extra kwetsbaar zijn en 'in sommige gevallen' vatbaarder zijn voor radicalisering, aldus directeur Harald Hentenaar. In het verleden is er weleens een leerling geradicaliseerd, de laatste volgens Hentenaar een jaar geleden.

Onze docenten hebben voldoende kennis in huis.
Harald Hentenaar, directeur Briant College

Toch hebben de docenten van het Briant College geen training gehad. 'Onze docenten hebben voldoende kennis in huis', zegt Hentenaar. De school werkt bovendien samen met gedragspsychologen, maatschappelijk werk en jongerencoaches.

Het belangrijkste is om leerlingen weerbaar te maken, vertelt Hentenaar. ‘Dat zit eigenlijk in elke les.’ Wat altijd lastig blijft, zegt de directeur, is een goede inschatting maken: wat betekent het wanneer een leerling IS-leuzen roept? ‘Wil een leerling gewoon stoer doen..?’ Het is volgens hem ‘topsport’ om het ideale moment te vinden om er met een leerling over te spreken.

Foto: Raymond Hartman/Omroep Gelderland

Reputatie

Sommige scholen zijn bang voor hun reputatie. Ze willen niet met Syriëgangers geassocieerd worden. Dat is ook de reden dat verschillende scholen kennis en ervaringen niet met elkaar delen, zegt de coördinator van een middelbare school. Hij noemt dit verkeerd, want juist door uitwisseling zouden problemen met jongeren beter en sneller aangepakt kunnen worden.

Ook het Briant College kiest er bewust voor om radicalisering 'geen groot topic' te maken. Als je dat wél doet, kleven daar risico's aan, zegt directeur Harald Hentelaar. 'Het slechte kan aantrekkingskracht hebben op leerlingen.'

'We moeten al zoveel'

Scholen vragen zich soms af of het signaleren en tegengaan van radicalisering wel hun taak is. 'Waar zijn de ouders in dit verhaal?', zegt directeur Freddy Sikkes van vmbo-school Maarten van Rossem. Bovendien moet de school volgens hem al zoveel.

'Een docent moet op iedere leerling individueel inspelen. We moeten aandacht hebben voor pesten, discriminatie, inclusie, homorechten en ga zo maar door.' Op zijn school is een enkele medewerker getraind, maar lang niet iedereen. 'De school moet kiezen uit allerlei trainingen', zegt Sikkes.

Waar zijn de ouders in dit verhaal?
Freddy Sikkes, directeur vmbo-school Maarten van Rossem

Dat zegt ook een docent van een middelbare school. ‘Vaak wordt bij problemen in de samenleving gezegd dat het onderwijs daar wat mee moet. Dan denk ik: ho, ho. We kunnen niet zo veel als school. Je gaat met leerlingen en ouders in gesprek, maar daarmee houdt het wel op. Als leerlingen eenmaal radicale ideeën in hun bol hebben, dan heeft niemand meer invloed.’

Foto: Raymond Hartman/Omroep Gelderland

Nog nooit van gehoord

Er zijn ook scholen die wel iets willen met training, maar de weg niet kennen. 'Wij denken dat het niet speelt bij ons op school', zegt een rector. 'Maar na de arrestaties eind september dachten we: zien we wel alles?' De school zoekt nu een geschikte training. Van School en Veiligheid had de rector nog nooit gehoord.

Dit is opmerkelijk, want de gemeente zou scholen hebben gewezen op het bestaan van de stichting, en de mogelijkheid om docenten te trainen. Ook enkele docenten die Omroep Gelderland sprak, kennen de stichting niet.

Aanbod genoeg

De gemeente Arnhem bevestigt desgevraagd dat docenten op veel middelbare scholen in de stad nog niet getraind zijn. Een klein aantal zou weliswaar een training van de gemeente hebben gevolgd, maar hier deden vooral andere medewerkers aan mee, zoals veiligheidsfunctionarissen. In het radicaliseringsplan van 2017 (pdf) stond al hoe belangrijk scholen zijn, en dit jaar (pdf) zou de gemeente extra aandacht besteden aan professionals die op school met kwetsbare jongeren in aanraking komen.

Docenten die getraind willen worden moeten vooral hun eigen directie aankijken, want het aanbod is er gewoon.
Politicoloog Amy-Jane Gielen

Maar het trainen van docenten is uiteindelijk niet aan de gemeente, stelt een woordvoerder. Dat ligt bij de scholen. Dat zegt ook politicoloog Amy-Jane Gielen, die onderzoek doet naar anti-radicaliseringsbeleid. 'Het onderwijs is een belangrijke partner in het voorkomen en tegengaan van radicalisering. Docenten die getraind willen worden moeten vooral hun eigen directie aankijken, want het aanbod is er gewoon.'

Foto: Raymond Hartman/Omroep Gelderland

Preventie

Dat veel docenten niet getraind zijn, wil niet zeggen dat scholen helemaal niets doen op het gebied van radicalisering. Leerlingen over wie zorgen zijn, worden besproken in het wekelijks overleg van het zorgteam. Daarin zitten onder meer leerlingbegeleiders, politie, gemeente en maatschappelijk werk.

Maar naast het bespreken van zo'n leerling, is het niet zo dat school geregeld met de leerling zit, zegt een coördinator. 'Daarvoor is vaak geen directe aanleiding.' Ook is er weinig contact met de gemeente Arnhem, nadat de school haar zorgen heeft geuit, zegt hij. 'Na een paar bijeenkomsten zegt de gemeente "houd ons maar op de hoogte".'  

Oefenen met gesprekken voeren

De coördinator zegt dat zijn school daarmee eigenlijk onvoldoende doet aan preventie. Het gaat vooral om signalering en dat is niet altijd genoeg. Bij preventie hoort onder meer dat leraren weten hoe ze 'het moeilijke gesprek' met leerlingen in de klas aan kunnen gaan.

Ook daarbij kunnen de trainingen van School en Veiligheid helpen, zegt directeur Klaas Hiemstra. 'De nadruk ligt op het voorkomen van polarisatie en hoe je omgaat met tegenstellingen in de klas. Radicalisering is hier een onderdeel van. Het onderwijs is bij uitstek de plek waar je kunt oefenen met het voeren van lastige gesprekken.'

Reacties en tips: mail naar onderzoeksjournalisten Maarten Dallinga (mdallinga@gld.nl) en Jenda Terpstra (jterpstra@gld.nl). Of reageer volledig anoniem via de app Treema (ID: DWDHH442).

Zie ook:

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip of opmerking? Stuur ons een bericht op 06 - 220 543 52 of stuur een mail: omroep@gld.nl!
Meer over dit onderwerp:
Radicalisering Gemeente Arnhem Arnhem Nieuws
Deel dit artikel: