'Verhoor van verdachten is echt topsport'

APELDOORN - Docenten van de Politieacademie in Apeldoorn zeggen dat verhoortechnieken de afgelopen twintig jaar drastisch zijn veranderd. Ze reageren daarmee voor het eerst op de zaak van de Arnhemse villamoord, waarbij 9 mannen op basis van mogelijk valse bekentenissen zijn veroordeeld. Een van de verhoorders in die geruchtmakende zaak is ook docent op de Politieacademie.

Wie politieseries kijkt, krijgt misschien het idee dat een politieverhoor begint met een rechercheur die een dik dossier op tafel gooit en boos met de vuist op tafel slaat. De verdachte biecht zijn daad op. Zaak opgelost.

Zo werkt het niet, zegt rechtspsycholoog Imke Rispens, docente verhoortechnieken aan de Politieacademie in Apeldoorn. ‘Bij een verhoor gaan we uit van de onschuld van de verdachte.’ Haar collega Martijn van Beek valt haar bij. ‘Als een verdachte zegt dat hij het gedaan heeft, dan is alleen dat feit van nul waarde.’

Argument om niet mee te werken

Het verhoor draait om waarheidsvinding en niet om het verkrijgen van een bekentenis, zeggen de docenten. Van Beek geeft een voorbeeld van een overval waarbij een auto is gezien. Een getuige noteerde het kenteken. Je kunt aan de eigenaar van die auto vragen waar hij die avond was, maar je kunt ook eerst vragen of hij zijn auto wel eens uitleent. Als bijvoorbeeld zijn broer er ook wel eens in rijdt, zou die de overval ook gepleegd kunnen hebben. Als hij zijn auto nooit uitleent, kan hij zich daar later in het verhoor ook niet achter verschuilen.

Om een verdachte aan het praten krijgen, moet je een goede werkrelatie met de verdachte hebben. Van Beek ‘Als je met de vuist op tafel gaat slaan, dan zegt de verdachte: “Prima, dan zeg ik niets meer.” Dan geef je hem juist een argument om niet meer mee te werken aan het verhoor.’

In de zaak van de Arnhemse villamoord zouden rechercheurs tijdens de verhoren te veel hebben gestuurd en de verdachten informatie hebben gegeven die later werd gebruikt om te laten zien dat ze meer van de zaak af wisten. Zo moet een verdachte vertellen in welke auto hij reed. Hij noemt tal van merken en kleuren, tot de rechercheur hem besluit te helpen: 'Blauw is goed, ik zal je helpen.' Ook wordt een verdachte, die onschuldig zegt te zijn en niet in de buurt van de villa te zijn geweest, de keus: of hij stond op de uitkijk, of hij was de moordenaar. 'Wie zou nou de zwaarste straf krijgen?' Uiteindelijk bekent de man. 

Alert op tunnelvisie

Op de Politieacademie denken ze dat fouten zoals bij het verhoor van de verdachten van de Arnhemse villamoord niet meer kunnen voorkomen. Sinds de Schiedammer Parkmoord zijn waarborgen toegenomen. Zo zit er standaard een advocaat bij verhoren. Ze zijn alerter op tunnelvisie en op het ontstaan van mogelijke gerechtelijke dwalingen. Rechtspsycholoog Jos Hoekendijk, ook docent aan de Politieacademie: ‘Toen ik hier begon, gingen maar een paar vingers omhoog als ik tijdens een les vroeg wie gelooft dat iedereen een valse bekentenis kan afleggen. Nu is iedereen daarvan overtuigd.’

Tekst gaat door onder foto

Still uit camerabeelden van verhoor van een verdachte van de Arnhemse Villamoord in 1999. 

De rustige, respectvolle manier van ondervragen vraagt wel wat van de verhoorder. Regelmatig zit een verdachte glashard te liegen, of is hij weinig berouwvol over zijn daden. Daar moet je mee om kunnen gaan. Zie dan nog maar eens rustig te blijven. Hoekendijk: ‘Verhoor van verdachten van kapitale delicten is echt topsport.’

Breivik

Toch wordt ook wel eens afgeweken van deze verhoormethode. Een van de twee veroordeelden in de Posbankzaak, werd door undercoveragenten verhoord. Ze kregen hem aan het praten door hem te laten geloven dat hij met zware criminelen te maken had. En agenten probeerden Michael P., inmiddels veroordeeld voor de moord op Anne Faber, aan het praten te krijgen door hem ‘pijnprikkels’ te geven en een gemuilkorfde politiehond op hem af te sturen. De docenten verhoortechniek reageren voorzichtig op deze voorbeelden. Hoekendijk: ‘Als je te maken hebt met een tikkende bom scenario, dan komen er andere krachten los. Dan neemt de druk toe, en dan is het lastig om vol te houden dat onze geitenwollensokken-benadering het beste werkt.’ Van Beek roemt de manier waarop Noorse rechercheurs Anders Breivik ondervroegen. ‘Oslo stond in brand, hij had een heel eiland uitgemoord en Breivik dreigde dat er meer aanslagen zouden komen. Toch hebben ze hem gewoon rustig laten praten.’

Te aardig is ook niet goed

Maar te aardig zijn kan ook een gevaar zijn, waarschuwt Rispens. Zij is gespecialiseerd in het verhoor van kwetsbare verdachten. Rispens vertelt dat een rechercheur een verdachte met ADHD vroeg of hij voorafgaand aan het verhoor iets voor hem kon doen. De verdachte wilde graag zijn Ritalin en dat er voor de kat thuis werd gezorgd. De rechercheur regelde dat. ‘De verdachte was daar zo blij mee, dat hij riep: “Jij bent mijn vriend. Ik doe nu alles voor je.” Ik heb toen tegen die rechercheur gezegd dat hij zich weer wat zakelijker moest opstellen.’

Hoekendijk, Van Beek en Rispens willen geen oordeel geven over de fouten die de rechercheurs maakten bij de verhoren van de verdachten van de Arnhemse villamoord. Met de wijsheid achteraf is dat makkelijk praten. Rispens: ‘Vroeger gooiden ze ook alle technische sporen op een berg. Nu is dat ondenkbaar. Zo is het met verhoortechnieken ook.’ Of er ooit nog zulke missers gemaakt worden door de rechercheurs die hun verhoortechnieken toepassen? Van Beek: ‘Dat is hetzelfde als aan een ziekenhuis vragen of er nog medische missers kunnen ontstaan.’

Zie ook:

Deel dit artikel: