Zin in Zondag | De dominee komt voorbij | Victor Bulthuis

Vinden en gevonden worden.

Luister hier naar het fragment

Je hoort vaak zeggen dat veel mensen van vandaag zoekers zijn. Ze zoeken naar zin en betekenis in hun leven, en sommigen zoeken naar God. Zo’n zoektocht naar zin of naar God is in zekere zin nooit af. Als je denkt dat je God wel zo’n beetje kent, loop je het gevaar lui, dogmatisch, zelfgenoegzaam of intolerant te worden. Niet voor niets schrijft de dichter Rutger Kopland: ‘Wie wat vindt heeft slecht gezocht.’

Maar wat als blijkt dat wij mensen niet alleen naar God zoeken, maar dat God misschien nog wel harder op zoek is naar ons? Volgens de Joodse denker Abraham Heschel zoekt God de mens. God is volgens hem niet de ‘onbewogen beweger’ zoals de Griekse filosoof Aristoteles hem noemde. Dat wil zeggen, een wezen dat de wereld heeft voortgebracht maar niet afhankelijk is van wat Hij heeft geschapen. Nee, zegt Heschel, God is juist de ‘meest bewogen beweger’: Hij heeft ons mensen gemaakt omdat Hij wilde dat we er zouden zijn, Hij is om ons bewogen en zoekt daarom voortdurend naar ons, omdat Hij met ons een relatie wil aangaan. Maar wij mensen zijn weglopers, we gaan liever een blokje om als God ons te dicht op de huid komt. De Bijbel staat vol met verhalen over zulke weglopers. Adam en Eva, Kaïn, Mozes, Elia, Jona, Jeremia – allemaal probeerden ze God te ontlopen of zich voor Hem te verstoppen. Hoe moedeloos moet God niet worden van al die mensen die wel zoeken maar eigenlijk niet willen vinden of gevonden willen worden.

De Joodse filosofe Simone Weil, die ook hartstochtelijk zocht naar God, was diep geraakt door een zinsnede uit het Requiem, de katholieke dodenmis: Quarens me sedisti lassus – ‘Moe van het zoeken naar mij zat Gij neer’. Op dezelfde dag dat ik dit las, zag ik een documentaire van Wim Kayzer waarin de dichter Willem Wilmink vertelde dat hij door hetzelfde fragment uit het Requiem is geraakt als Simone Weil. Ja, waarom lopen mensen toch voortdurend weg voor God?

Misschien wel omdat de gedachte dat God naar ons op zoek is, beklemmend kan zijn. Zo lezen we in Psalm 139 dat niets van ons doen en laten voor God verborgen blijft. Als mensen iets te verbergen hebben of zich ergens schuldig over voelen, dan zweten ze peentjes bij de gedachte dat God naar hen op zoek is. In gesprekken die ik heb met ouderen, die opgegroeid zijn met het beeld van een God die hen voortdurend beloert, komt vaak iets van die beklemming van vroeger weer boven. Met name in het beeld van het alziende oog, dat mensen kritisch beoordeelt in plaats van dat het liefdevol naar mensen kijkt. Dat God naar mensen zoekt is dus niet altijd een troostende gedachte.

Toch komt Gods zoeken naar mensen niet voort uit bemoeizucht maar uit bewogenheid, uit hartstocht, uit verlangen, uit peilloze liefde die erom vraagt te worden beantwoord. Liefde niet wordt aanvaard en beantwoord, maakt eenzaam. Dat geldt niet alleen voor mensen, het geldt ook voor God. God vereenzaamt als mensen Hem niet langer zoeken, zijn liefde niet beantwoorden. Dat wordt duidelijk in het gedicht Dagsluiting van Gerard Reve, dat de allermooiste samenvatting is van het zoeken van mensen naar God en vice versa:

Eigenlijk geloof ik niets,
en twijfel ik aan alles, zelfs aan U.
Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft,
dan denk ik, dat Gij Liefde zijt, en eenzaam,
en dat, in dezelfde wanhoop, Gij mij zoekt
zoals ik U.

Heeft u opmerkingen of aanvullingen op dit bericht? Mail dan met de redactie: omroep@gld.nl. Of stuur ons direct een WhatsApp-bericht: 06 - 220 543 52