Jeugdhulp op de basisschool; vroeg ingrijpen om later leed te voorkomen

ARNHEM - Isa zit in groep 2. Als Isa een poppetje tekent, krast ze het poppetje vijf keer door tot ze tevreden is met het resultaat. Als ze de opdracht van de juf krijgt om een werkje te gaan maken, vlucht Isa naar de wc en dan blijft ze daar een tijdje rondhangen. Als ze terug is, hoopt ze dat de tijd alweer om is en ze de opdracht niet meer hoeft te doen. Waarom doet ze dat? Vindt ze het werkje moeilijk? Heeft ze faalangst? Is ze hoogbegaafd?

Normaal gesproken zou Isa doorverwezen worden naar een zorginstelling om op zoek te gaan naar de oorzaak van haar gedrag, maar in Nijmegen kan ze direct op school geholpen worden.

Op 49 scholen in die gemeente is 6 uur per week een jeugdspecialist aanwezig van zorgorganisatie Entrea Lindenhout. Met als doel om problemen in een vroeg stadium te signaleren en aan te pakken, om later zwaardere zorg te voorkomen.

De tekst gaat verder onder de video

Leed voorkomen

Het project is twee jaar geleden opgezet om op de lange termijn zorgkosten te besparen en om bij kinderen en ouders in een vroeg stadium onnodig leed te voorkomen. Moeder Miranda van der Linden-Drent is heel blij dat Isa nu dichtbij op school geholpen kan worden.

'Normaal gesproken zou je in een molen van een zorginstelling terechtkomen met onder andere wachtlijsten. Nu heb je maar met één persoon te maken en anders met meerderen die ook allemaal weer wat anders vinden en dan ben je zo bijna een jaar verder. De lijnen zijn nu veel korter. Ik krijg ook snel antwoord op mails. Je kunt een betere band met iemand opbouwen en hoeft niet steeds opnieuw je probleem uit te leggen.'

Acht gesprekken

Edith Dorand werkt 18 jaar in de jeugdzorg en werkt sinds november op de Michiel de Ruyterschool in Nijmegen. Samen met Isa en haar moeder onderzoek ze Isa's gedrag. 'Ik ga altijd eerst in gesprek met ouders en ik ga ook thuis bij ze op bezoek, want het kan zijn dat ouders hun kind heel anders ervaren dan school. Kinderen kunnen op school anders zijn dan thuis. Ik vind het altijd belangrijk om te weten hoe ouders het thuis oplossen en zo kun je van elkaar leren. Verbinding maken is belangrijk.'

De jeugdspecialisten mogen de kinderen op school acht keer zien. Als er meer hulp nodig is, worden de kinderen alsnog doorverwezen. Maar is acht keer wel genoeg om het probleem te achterhalen? Dorand: 'Het is soms een puzzel wat er aan de hand is, dat is soms lastig. Net als bij Isa is de vraag: waarom kan ze het wel, maar doet ze het niet? Bij hoogbegaafde kinderen zie je dat ze iets niet doen, omdat ze bang zijn om fouten te maken. Dus we zijn aan het uitvogelen waar het vandaan komt.'

Grote en kleine hulpvragen

Niet in alle situaties gaat het om een grote hulpvraag. Juist ook bij de kleine vragen kunnen de jeugdspecialisten op school helpen. Zo helpen ze met de begeleiding van een kind naar het speciaal onderwijs of zoeken ze bijvoorbeeld naar een sociaal netwerk voor eenzame kinderen, zoals scouting of naschoolse activiteiten. 'We kunnen een kind met zijn boosheid helpen, maar ook bij een scheiding kunnen we een luisterend oor zijn voor de kinderen. Ze kunnen dan hun hart bij mij luchten en ik kan ze helpen bij het proces. Of als een kind faalangst heeft, kunnen wij dat begeleiden.'

Het duurt soms even voordat je het vertrouwen van ouders hebt gewonnen
Edith Dorand - jeugdspecialist

Het ene kind is met drie gesprekken geholpen en anderen hebben niet genoeg aan acht gesprekken. Isa krijgt nog even wat langer hulp. Als er uiteindelijk een verwijzing nodig is naar een zorginstelling, dan stopt de hulp op school. Als bij een kind meteen duidelijk is dat er een ernstig probleem is, zal een kind meteen doorverwezen worden.

Wachtlijsten

'Wij begeleiden vooral de weg naar gespecialiseerde hulp. Het is voor ouders vaak heel ingewikkeld om de weg in jeugdzorgland te vinden. Het gaat over veel verschillende schijven. Bij een sociaal wijkteam kan het ook vaak even duren voordat daar hulp is geregeld, daarnaast heb je te maken met wachtlijsten. Als ouders eenmaal geaccepteerd hebben dat er hulp nodig is, dan is het frustrerend als het dan lang duurt voordat er ook echt hulp is. Wij kunnen dan in de tussenliggende tijd voor ondersteuning zorgen', zegt Dorand.

Gemeenten streven naar kortdurende hulp, maar volgens de jeugdspecialist is het van belang om per situatie de belangen af te wegen. Het project is ook gericht op het verlenen aan hulp aan migrantenkinderen. Dat is een doelgroep lastiger te bereiken is. 'Soms duurt het even voordat je het vertrouwen hebt gewonnen van een ouder. Doordat wij zo dichtbij zijn, lukt het ons uiteindelijk vaak wel. Het kan dan langer duren, maar dan heb je wel iemand bereikt die anders zorg zou mijden.' Van alle kinderen die de afgelopen jaren geholpen zijn had bijna 40 procent een migrantenachtergrond.

Twee jaar geleden startte de gemeente Nijmegen met het project School als vindplaats. Dit jaar is een subsidie van 444.000 euro verstrekt aan zorgorganisatie Entrea. Hiermee kunnen zo'n 8 jeugd(hulp)specialisten 644 kinderen in een vroeg stadium helpen met een kort behandel- of trainingstraject. Met 1440 kinderen, ouders en leerkrachten zal een eenmalig gesprek gevoerd worden. De schatting is dat uiteindelijk 110 kinderen doorverwezen worden naar vervolghulp. De gemeente heeft het voornemen om in 2019 en 2020 in ieder geval door te gaan met het project.

Leraren leren van jeugdspecialisten

Schooldirecteur Mascha Bies is blij met een jeugdspecialist in huis. 'Wij hadden al de eerste signaalfunctie. We werkten al samen met de jeugdverpleegkundige van de GGD en het schoolmaatschappelijk werk. En daar is nu een derde schakel bijgekomen. Ieder werkt vanuit zijn eigen expertise. In overleg met de intern begeleider wordt met alle partijen bekeken wie welke casus op zich neemt. Eén keer in de zes weken komen alle partijen bij elkaar voor overleg. Opvoedingsondersteuning kunnen de andere twee ook doen en we kijken dan wie met welk kind aan de slag kan gaan.'

Volgens Bies is de kracht van de jeugdspecialist dat deze elke week zichtbaar aanwezig is. 'Hierdoor zijn de lijnen met de leerkrachten kort en wordt er een goede brug geslagen tussen school en thuis.' Het uiteindelijke doel is dat school en zorg van elkaar leren en dat de hulp vanuit school, het sociaal wijkteam van de gemeente en de specialistische zorg beter op elkaar aan gaan sluiten.

Voor Isa en haar moeder zullen de komende maanden spannend worden. Als het gedrag van Isa niet verandert, moet ze misschien blijven zitten in groep 2. Moeder Miranda: 'Maar misschien heeft blijven zitten geen zin. Volgens de logopedist kan ze zelfs dingen die bij een klas hoger horen. Het lijkt of ze blokkeert. Dus we gaan nu op zoek naar waarom het er toch niet uitkomt.'

 

Lees ook:

Heeft u opmerkingen of aanvullingen op dit bericht? Mail dan met de redactie: omroep@gld.nl

Deel dit artikel: