Zin in Zondag | De dominee komt voorbij | Bram Grandia

Vertrouw op een uitweg en geef nooit op.

Luister hier naar het fragment

Ik houd van ingewikkelde puzzels en codes zoals die AIVD kerstpuzzel in de Wereld draait door. Leven, samenleven kan ook iets van een ingewikkelde puzzel of een doolhof hebben. Steeds weer in hetzelfde  kringetje ronddraaien. Een opening, een uitweg zoeken, juist daar waar er geen meer lijkt te zijn. Dat leer ik uit een joods verhaal dat Frank Arnau vertelt  in zijn fraaie boekje ‘Wie niet in wonderen gelooft, is geen realist’:  

 ‘De kanselier van Karel de Vijfde haat de opperrabbijn Ephraïm Nachum en wil hem uit de weg ruimen. Hij zorgt voor belastend bewijsmateriaal en legt dat voor aan de keizer.  Karel de Vijfde heeft sympathie voor de opper rabbijn en wil hem een laatste kans geven. Hij roept de rabbijn bij zich en zegt: ‘Er zijn zware aanklachten tegen u. U zou moeten sterven door het zwaard. Maar in onze grenzeloze genade zullen wij het laatste oordeel aan de Hoogste laten. Daarom hebben wij bevolen dat in een bokaal twee steentjes gelegd zullen worden, een witte en een zwarte. U, opperrabbijn zult, zonder een woord te zeggen op straffe des doods, geblinddoekt uit de bokaal een steentje nemen. Pakt u de zwarte dan bent u een kind des doods, pakt u de witte, dan zult u leven.’ 

Rabbi Ephraïm buigt diep en gaat weg. In de paleisgang  gaat hij op de grond zitten tegen een hoge pilaar en denkt na. De enige levenskans is het pakken van het witte steentje. Er is geen andere uitweg. Zijn leven, zo rekent hij uit, is al voor de helft verloren. Dan hoort hij voetstappen. De kanselier nadert in gezelschap van zijn kamerheer. ‘Die jood kan ons weer ontglip pen’, zegt de kamerheer. ‘Ik voel dat het geluk hem welgezind is en hem het witte steentje in handen zal spelen.’ De kanselier zegt spottend: ’U vergist zich, edele ridder. De jood zal geen wit steentje kúnnen pakken, want, zegt hij lachend, ik leg in de bokaal twee zwarte steentjes zodat hij in elk geval een zwart steentje pakt.’ ‘Grandioos!’ roept de kamerheer geestdriftig. ‘Een geniaal idee!’. De rabbijn sluipt terneergeslagen het paleis uit. Nu is er geen redding meer. Hij kan alleen maar een zwart steentje pakken en hij mag -op straffe des doods- niets tegen de keizer zeggen over het duivelse plan van de kanselier. Hij gaat naar huis, sluit zich op in zijn studeerkamer, kijkt omhoog opdat hem licht geschonken mag worden.  De volgende morgen loopt hij kaarsrecht tussen de lijfwachten door tot voor de treden van de troon. Hij loopt de scherp-rechter voorbij, die het zwaard met beide handen omklemt, gereed om zijn ambt te vervullen. De keizer wenkt de kanselier. ‘Reik de jood de bokaal aan’. De kanselier doet wat hem bevolen wordt en houdt rabbi Ephraïm

met spottende blik de bokaal voor. Ephraïm strekt zijn hand uit, grijpt diep in de bokaal, haalt er een steentje uit, verbergt dat in zijn hand, brengt hem snel naar zijn mond en slikt hem door. ‘Jij bent ten dode opgeschreven!’ schreeuwt de kanselier. ‘Jij hebt het bevel van de keizer getrotseerd!’

De rabbi buigt diep voor de keizer. ‘ Waarom heb ik uw bevel getrotseerd? U hebt mij bevolen uit de bokaal een steentje te nemen. Ik zal sterven door het zwaard als het een zwart steentje is en ik zal leven als het een wit steentje is. Ik heb een steentje uit de bokaal genomen, zoals u mij hebt bevolen.

Grote keizer, beveel nu uw kanselier dat hij uit de bokaal het steentje neemt dat ik niet genomen heb. Als het de witte steen is, dan was mijn steen de zwarte en moet ik sterven door het zwaard, maar als het de zwarte is dan ben ik begenadigd en mag ik leven, want dan heb ik de witte steen gepakt..’

De keizer beveelt  de kanselier het steentje te pakken : het is de zwarte.

De rabbi mag leven. 

Ik vind dit een ontroerend mooi en wonderlijk verhaal. Eerst wordt een mens volledig vastgezet. Hij kan geen kant op, maar hij vindt –Goddank- een uitweg, een exodus. Anders gezegd : Vertrouw op een uitweg en geef nooit op.

Reageren op dit bericht? Mail naar omroep@gld.nl

Deel dit artikel: