Wolfhezerheide: een van de oudste bossen van ons land

WOLFHEZE - Bij Wolfheze ligt een van de oudste bossen van ons land. Een dood-hout-reservaat kan zorgen voor meer leven in het bos. Het is een van de nieuwste oplossingen waar Natuurmonumenten over denkt om in te voeren.

De Wolfhezerheide is een afwisselend gebied met heide, bossen, sprengen en leuke smalle wandelpaadjes. Het gebied was een geliefd schildersonderwerp voor de Oosterbeekse School. De duizendjarige den en de wodanseiken danken hun naam aan die beroemde schilders.

Ook eerdere bewoners zoals de Spanjaarden lieten hun sporen achter in het gebied. Natuurmonumenten wil dat dode hout eigenlijk ongemoeid laten, maar dat kan niet altijd vanwege de veiligheid van bezoekers. Verslaggever Marc Loeven ging het gebied in met boswachter Herman Veerbeek en gaat met hem naar het dood-hout-reservaat. Ze beginnen hun ontdekkingstocht bij het ecoduct.

Ecoduct

Sinds 2011 ligt er een ecoduct over de snelweg A50. Het leuke daarvan is dat er aan de zijkant een pad voor wandelaars is gemaakt. Zo kunnen mens en dier gescheiden door een muur de snelweg oversteken. 'Mensen zien door de kijkgaten weleens reeën lopen', vertelt Herman Veerbeek. Maar niet alleen reeën maken gebruik van de ecoduct blijkt uit onderzoek dat afgelopen zomer is gedaan. Vooral kleine dieren zoals reptielen, vlinders en muizen maken er gebruik van. Daardoor heeft de ringslang zich weer verspreid naar beide kanten van de snelweg. En die is dus ook weer gespot op de Doorwerthse Heide.

Monumentaal gebied

De Wolfhezerheide is een monument. Dat komt door de enorme cultuur historische waarde. Door het gebied liep vroeger de oude Schelmseweg; een veelgebruikt spoor naar de Rijn toe. Struikrovers en bandieten waren daar actief. De weg werd daarom beschermd door soldaten. Het rondeel, waarvan de overblijfselen nog in het landschap zijn te zien, was hun verblijf.


Het gebied kent niet alleen maar bos en heide. Er ontspringen namelijk ook veel sprengen. De Heelsumse Beek is de grootste beek van het gebied, waar vroeger veel watermolens stonden. Het gebied kent een rijk bodemleven. Veel dieren komen hier drinken en zonnen. De enige doorwaadbare plaats door de beek is nog goed zichtbaar. Wat het gebied helemaal bijzonder maakt is dat de moeraspinksterbloem hier in het najaar bloeit.

Dood-hout-reservaat


Verslaggever Marc Loeven en boswachter Herman Veerbeek komen aan in het oudste gedeelte van het bos.  Er staan onder andere wodanseiken van 400 - 500 jaar oud. Die takelen nu af. De duizendjarige eik is tien jaar geleden omgevallen en ligt langzaam weg te rotten op de grond. De eerste boompjes en struiken hebben al bezit genomen van de boom.  'In dit gedeelte van het bos wordt zo min mogelijk dood hout verwijderd. Het moet echt een oud-hout-reservaat worden. Rottend hout is waardevol voor de natuur, want het kan zijn gang gaan', vertelt de boswachter. 

 

 

 

Reageren op dit bericht? Mail naar omroep@gld.nl

Deel dit artikel: