Zin in Zondag | De dominee komt voorbij | Marije Klein

Hallo tumor

Luister naar het fragment

 

 

Hallo tumor,

We zijn nu vijf jaar uit elkaar en eigenlijk hebben jij en ik nooit goed afscheid genomen. Vreemd dat

we zó met elkaar verbonden zijn geweest, maar nooit de tijd hebben gehad om elkaar te leren

kennen. Er is iets dat ik je nog wil zeggen…

Opeens was je er. Althans, dat zeiden de artsen. Ik heb je ook wel gezien, in zwart-wit, bij een echo of een

MRI. Ik heb je gevoeld, onder mijn huid. Een friemeltje in mijn borst. Meer was je niet. Je stelde eigenlijk

maar heel erg weinig voor, maar hebt zo'n belachelijke impact op mijn leven gehad! Angst, pijn, hoop,

genezing, uithoudingsvermogen, tranen, liefde, inzicht. Ik neem je dat intens kwalijk

en ben je er diep dankbaar voor.

In het begin bezorgde je mij vooral angst. Ik wist zeker, dat ik mijn kinderen niet zou zien opgroeien. Door

jou. Ik zou nooit mijn jongste kind naar school zien gaan. Door jou. Mijn middelste niet naar de middelbare

school en mijn oudste zou examen moeten doen zonder trotse moeder. Zo één die zo gênant zit te huilen

als hij zijn diploma ophaalt. Door jou.

In mijn hoofd speelde alles wat ik níet meer zou doen. Ik bedacht in mijn dromen alvast hoe het eruit zou

zien. Dan had ik het toch een beetje meegemaakt. Wat heb ik je gehaat in de nachten!

Ik regelde wat er nog te regelen viel en trouwde met mijn grote liefde, zodat hij tenminste officieel

weduwnaar kon worden. Een paar weken leefden we alsof morgen het einde zou zijn. We aten, dronken,

vreeën, hadden lief. Daarvoor wil ik je danken.

Daarna volgde de pijn. Pijn van de operaties, bestralingen en chemo's. Met de pijn groeide ook de hoop.

Want als het pijn doet, kon het ook wel helpen.

Infusen, nog meer operaties, hormoonkuren en nóg meer operaties. Bijna vrolijk onderging ik het allemaal,

omdat het me hoop gaf. Hoop op kinderen op scholen, kinderen met diploma's, kinderen met kinderen en

hoop op minimaal een blikken huwelijksjubileum.

We leefden het leven in de overlevingsstand. Familie en vrienden waren er altijd. Ik ben door jou nooit

iemand kwijt geraakt. Heb alleen veel intenser de liefde gevoeld. Het leven geleefd. Wat heb ik prachtige

mensen om mij heen verzameld in die veertig jaar! Zonder jou had ik dat misschien wel nooit zo geweten.

Of pas veel later. Dat heb je me gebracht.

Mijn uithoudingsvermogen is volledig op de proef gesteld. Om jou buiten de deur te houden, moest ik écht

tot het uiterste gaan. Ik wist niet dat ik zo'n lange adem kon hebben. Er zijn jaren overheen gegaan sinds

onze eerste ontmoeting. En nog voel ik dagelijks dat je er bent geweest. Ik zie het ook, mijn lijf is aardig

getekend.

Dat die borst eraf is, vind ik niet zo tof. Maar dat korte kapsel kan ik wel waarderen. Ik denk dat dat blijft.

Fijn dat je wegging. Ik moet nog gaan geloven dat je ook wegblijft. Toch durf ik niet met mijn hand op mijn

hart te zeggen, dat ik wou dat je er nooit geweest was. Mijn lijf is kapot, maar mijn hoofd is helderder dan

ooit. Mijn inzichten zijn veranderd, mijn gemoedsrust enorm. Ik had jou kunnen missen als kiespijn, maar

wat je me hebt gebracht wil ik nooit meer kwijt. Je leven bijna kwijt raken maakt dat je de waarde ervan

leert kennen.

En o ja. Mijn jongste gaat al vier jaar naar school. Ik heb enorm gesnotterd toen mijn oudste zijn diploma

ophaalde. Hij zit al op het HBO en de middelste doet het uitstekend op de HAVO. Ik ben al bijna vijf jaar

getrouwd. We hebben je verslagen als één front, korte metten met je gemaakt.

Je hebt gebracht wat je kon. Ik ben je dankbaar. Maar, Tumor, mocht je het overwegen: Heb niet het lef om

nog eens aan te kloppen. Voor jou is hier geen plaats meer.

Reageren op dit bericht? Mail naar omroep@gld.nl

Deel dit artikel: