Chronisch moe na Q-koorts? Therapie helpt, antibiotica niet

NIJMEGEN - Cognitieve gedragstherapie vermindert de vermoeidheidsklachten van Q-koortspatiënten. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek van het Nijmeegse Radboudumc.

Cognitieve gedragstherapie is bedoeld om patiënten anders te leren kijken naar problematische situaties zodat ze er beter mee om kunnen gaan.

De Q-koorts brak in 2007 uit in Brabant en verspreidde zich tot 2010 over het land. De bacterie wordt vooral overgedragen van geiten en schapen via de lucht naar de mens. Tienduizenden mensen raakten besmet en zeker 74 mensen zouden door Q-koorts zijn overleden.

Van alle mensen die een acute Q-koortsbesmetting opliepen, bleef naar schatting 20 procent chronisch moe. Uit het Nijmeegse onderzoek dat in 2011 werd gestart, blijkt dat een langdurige behandeling met antibiotica niet effectief is. Het doet niet meer dan een placebo.

Niet per se tussen de oren

Veel betere resultaten werden behaald met de cognitieve gedragstherapie. Bij meer dan de helft van de patiënten die hiermee zijn behandeld, namen de vermoeidheidsklachten duidelijk af.

Dit wil overigens niet zeggen dat de chronische vermoeidheid 'tussen de oren zit'. 'Er zijn diverse theorieën over de relatie tussen de Q-koortsbacterie en chronische vermoeidheidsklachten die verder uitgezocht moeten worden', benadrukt Chantal Bleeker van het Radboudumc.

Zie ook: Geen schadevergoeding voor Q-koortspatiënten: overheid handelde goed

Meer over dit onderwerp:
Gezondheid
Deel dit artikel: