Het gaat steeds slechter met de kievit in Gelderland

ANGEREN - Het aantal kieviten in Nederland is de afgelopen 25 jaar flink afgenomen. In Gelderland gaat het aantal kieviten nog harder achteruit, blijkt uit cijfers van Sovon Vogelonderzoek uit Nijmegen. 2016 is door Sovon en de Vogelbescherming uitgeroepen tot jaar van de kievit.

In ons land broeden naar schatting tweehonderdduizend paartjes. Dat lijkt veel, maar 25 jaar geleden waren het er bijna twee keer zoveel.

De afgelopen jaren daalde het aantal broedparen met gemiddeld vijf procent per jaar. Dat de daling in Gelderland sterker is, komt met name door de verdroging van het Rivierengebied. Omdat rivieren door erosie steeds dieper komen liggen worden de uiterwaarden steeds droger en kunnen kieviten moeilijk aan voedsel komen.

Daarnaast speelt de grootschalige aanleg van 'nieuwe natuur' een belangrijke rol omdat die natuur te ruig is voor weidevogels. 

Te weinig kuikens worden groot

Frank Majoor doet voor Sovon onderzoek naar de achteruitgang van de kievit. Volgens hem is een belangrijke oorzaak dat er te weinig kuikens groot worden. Jaarlijks sterft ongeveer een kwart van alle kieviten.

Om dat op te vangen zou er van elk nest van vier kuikens één volwassen moeten worden. De werkelijkheid is anders: maar een kuiken op vier nesten wordt volwassen. Volgens Majoor heeft dat te maken met de nog steeds doorgaande intensivering van de landbouw.

Gras groeit te snel

Hoewel veel boeren tegenwoordig de nesten op hun grond laten markeren en er omheen maaien is het moderne weiland te eenzijdig voor de kievit. Het gras groeit te snel waardoor jonge kieviten er geen voedsel kunnen vinden en uit moeten wijken naar bouwland of slootkanten.

Ook de voorjaarstemperatuur speelt een belangrijke rol omdat jonge kieviten hun lichaamstemperatuur nog niet goed op peil kunnen houden. '2015 was wat dat betreft een heel slecht jaar,' zegt Majoor.

Kieviten op het industrieterrein

Een van de gebieden waar Majoor onderzoek doet is een braakliggend stukje grond aan de rand van het industrieterrein in Bemmel. Daar houdt hij heel precies bij hoeveel vogels er broeden en hoeveel kuikens er groot worden.

Die gegevens worden vergeleken met een terrein in Brabant waar het de kievit zoveel mogelijk naar de zin wordt gemaakt. Daar zijn plas-drasgebieden aangelegd. Door de waterstand kunstmatig te verhogen zijn er voor weidevogels volop insecten en wormen te vinden.

Eind dit jaar hoopt hij de eerste resultaten te kunnen presenteren. Een voorjaar zonder kievit is voor hem ondenkbaar. 'De kievit hoort er gewoon bij. Als er in de gangbare landbouw en in de natuur geen ruimte meer is voor de vogel dan wordt het wel een heel stil voorjaar!'

Meer over dit onderwerp:
Lingewaard
Deel dit artikel: