Bronbeek vertelt het verhaal van kinderen in Jappenkampen

ARNHEM - Een kinderknuffel gemaakt uit de rode baan van de Nederlandse vlag, spelletjes, geïmproviseerde kleding. Voorwerpen die herinneren aan de Jappenkampen in Indië. De tentoonstelling 'Dromen van vrijheid. Kind zijn in een kamp' is te zien in Museum Bronbeek in Arnhem

Simpele alledaagse dingen die de stille getuige zijn van die 'andere' bezetting van Nederland. De Japanse bezetting van Indië. Mannen werden krijgsgevangen gemaakt, hun vrouwen en kinderen opgesloten in kampen.

Kleine volwassenen

Hans Bohlken, nu 80 jaar, zat als kind in de interneringskampen Ambarawa en Banjoebiroe. Toen de Japanners Indië binnenvielen was hij 7 jaar. In augustus 1944 kwam hij met zijn moeder en broertjes in een vrouwenkamp terecht. Zijn oudere broer werd een half jaar later overgeplaatst naar een mannenkamp.

Omdat zijn moeder vaak ziek was kwam de zorg voor zijn broertjes op zijn schouders terecht. 'Een grote verantwoordelijkheid, je moest altijd alert zijn want in het kamp waren er genoeg vrouwen die op het eten van ons kinderen uit waren.'

Knuffelbeertjes

Voor zijn tiende verjaardag maakte Hans' moeder knuffelbeertjes van de rode baan van de Nederlandse vlag. Van de vijf oorspronkelijke beertjes zijn er twee op Bronbeek te zien.

Bovendien maakte zijn moeder een  'ABC/boekje' over de dingen die in het kamp gebeurden Dierbare herinneringen die hij nooit heeft kunnen weggooien. De expositie in Bronbeek beschouwt hij dan ook als een eerbetoon aan zijn moeder.

Geen trauma's

Volgens Bohlken heeft zijn moeder er voor gezorgd dat hij geen kampsyndroom heeft opgelopen. ´Moeder heeft ons heel goed door de Indische jaren gebracht, ik heb nooit een trauma gehad. De tijd na de Tweede Wereldoorlog was veel gevaarlijker voor ons dan de kampen. Maar ook daar heeft zij ons goed doorheen geloodst. Een bijzondere vrouw die dat op een bijzondere manier heeft gedaan.´

Hij heeft nooit het gevoel gehad dat zijn jeugd hem ontnomen is, wel dat hij een andere jeugd heeft gehad. Dat merkte hij na terugkeer in Nederland, het gebrek aan onderwijs in de oorlogsjaren brak hem op. Met hangen en wurgen maakt hij de lagere school af.

Maar in de eerste klas van de hbs is het gedaan, het gebrek aan ondergrond breekt op. Hij gaat aan het werk, laat zich scholen tot leraar heilgymnastiek en masseur. Met hulp van een oude leraar van zijn hbs brengt hij het uiteindelijk tot fysiotherapeut.

Meer over dit onderwerp:
Arnhem Geschiedenis
Deel dit artikel: