Vergelding
De meeste vrouwen die voor moffenmeid worden uitgemaakt, zien hun liefdesleven niet als een politieke daad. Jonge meisjes gaan uit puberale opstandigheid met een Duitser. Meisjes uit lagere sociale klassen worden tewerkgesteld in kazernes van het Duitse leger, en ontmoeten die jongens en mannen op het werk. In het uitgaansleven, dat aan het begin van de oorlog gewoon doorgaat, kwam je ook Duitse soldaten tegen. Bij sommigen zijn soldaten thuis ingekwartierd. In de dagelijkse omgang blijkt de vijand dan vaak ook maar een gewoon mens: ver van huis, onzeker in een vijandige omgeving, hunkerend naar warmte en gezelligheid.
Precieze cijfers zijn er niet, maar tussen de 120.000 en 150.000 Nederlandse vrouwen en meisjes hebben gedurende de oorlog een liefdesrelatie met een Duitser. Naar schatting 13.000 tot 15.000 kinderen komen uit die verhoudingen voort. Om te trouwen moet een stel een lange procedure doorlopen die een à twee jaar kan duren, dus velen verloven zich en nemen alvast een voorschotje op de huwelijkse staat. Maar de dubbele moraal is nog oppermachtig: seks voor het huwelijk is volstrekt uit den boze. Voor mannen, maar voor vrouwen al helemaal. Een meisje dat met een Duitser gaat, is dubbel slecht.
Als de oorlog voorbij is, wordt alle woede over de doorstane ellende uitgekuurd op ‘foute’ Nederlanders, en voor vrouwen is er een speciale behandeling: ze worden kaalgeschoren en publiekelijk bespot. Het gebruik is overgewaaid uit het al eerder bevrijde Frankrijk.
Omdat de overheid vlak na de oorlog slecht werkt, kan het gebeuren dat vrouwen niet gelijk worden behandeld. In de ene stad wordt een scheeroperatie georganiseerd als publiek evenement om volkswoede een uitlaaklep te geven; in de andere stad komen vrouwen er lichter vanaf, met huisarrest in plaats van internering. Maar kaal moeten ze.
‘Hij was niet dood, hij was Duits’
Monika Benndorf is de dochter van een verliefd stel in Tiel, tijdens de oorlogsjaren. Daar is niets mis mee, behalve dat Monika’s vader een Duitse soldaat is. Dat maakt Monika’s geboorte en verdere leven anders dan dat van anderen. Ze wordt omhuld door hardnekkig stilzwijgen. Monika komt zelf achter de waarheid. Zijn naam en een fotootje is het enige dat Monika van haar vader heeft.
door Jacqueline de Bekker
Hoe oud zal ze geweest zijn? Vier, hooguit vijf jaar. Monika gaat op Bevrijdingsdag achter de muziek aan. Vrolijk huppelend, door het centrum van Tiel. Net als alle buurtkinderen. Totdat ‘de grote mensen’ Monika wegjagen. „Op grove wijze. Ik wist: ik mag niet meefeesten. Ik hoor hier niet bij.”
Lang heeft de inmiddels 65-jarige Monika Benndorf dat gevoel gehouden. Ze hoort er niet bij, er is iets. Een geheim. Als kind wordt ze weggejaagd en soms uitgemaakt voor ‘moffenjong’. Maar haar moeder negeert die opmerkingen. Monika’s vader is dood, meer vragen over hem worden niet beantwoord.
Op dertienjarige leeftijd ontdekt ze zelf het geheim: haar vader is een Duitser, een Duitse soldaat. „Wat ik dacht? Dat het niet anders kon dan dat ik het kind van een Duitser moest zijn. Dat dat ‘moffenjong’ waar was. Mijn vader was niet dood, hij was een Duitser. Iedereen loog tegen mij.”
Dat zijn dan nog slechts de contouren van het geheim. De details hoort ze als zeventienjarige van de moeder van een vriendinnetje. Ze weet haar eigen moeder de naam van haar vader te ontfutselen, midden jaren zeventig. „Zijn naam is het enige dat moeder mij gegeven heeft. De rest vernietigde zij. Later kreeg ik van een ander nog een foto.” Langzaam maar zeker legt Monika de puzzel. Ze is op 19 maart 1944 geboren in de Amsterdamse Boerhaave-kliniek. Haar moeder is een twintigjarige Tielse die verkering heeft met de 29-jarige Paul Benndorf. Benndorf is een Duitse soldaat, gelegerd in Tiel.
De twee hebben al ruim twee jaar een relatie als Monika geboren wordt. „Het was échte liefde. Veel mensen hadden daar problemen mee, maar er bleven gelukkig ook mensen over die vonden dat niet alle Duitsers slecht waren. Zij tolereerden de relatie. Natuurlijk was het niet de bedoeling dat mijn moeder zwanger zou raken.”
Monika’s grootouders voelen er weinig voor om hun zwangere dochter op straat te zetten. Dus mag Monika’s moeder na de bevalling terugkomen in het ouderlijk huis. Met kind. Daar komt Paul Benndorf dagelijks naar zijn dochtertje kijken. Hij heeft haar in Amsterdam ook als zijn kind erkend. „Ik heb altijd een voorliefde voor het Duits gehad. Achteraf denk ik dat dat komt omdat Duits de taal is waarin ik voor het eerst iemand hoorde praten die gelukkig was. Gelukkig met mij.”
In 1944 wordt Tiel frontstad en moet Monika’s vader vertrekken. Monika zegt zeker ze te weten dat Paul Benndorf van plan was terug te komen en met haar moeder te trouwen. Maar na 1945 worden de gevolgen van de oorlog pas in hun volle omvang duidelijk.
De Duitsers worden volgens Monika na de oorlog ‘grotere vijanden dan ze tijdens de oorlog ooit zijn geweest’. „Tijdens de oorlog had mijn vader gezegd dat hij wilde dat mijn moeder mee naar Duitsland ging. Dat weigerde mijn moeder en mijn vader kon natuurlijk helemaal niet in Nederland leven. Dat was onmogelijk. Duitsland had bovendien zijn mannen hard nodig. Velen waren gesneuveld, mijn vader trouwde in Bremen met een oorlogsweduwe. Tegen haar zei hij: ‘Ik zal voor je zorgen, maar mijn echte vrouw en mijn kind wonen in Nederland’. Hij is na de oorlog twee keer teruggeweest in Tiel maar mijn oma versperde hem de weg. Zij wilde niets meer van hem weten. Ik herinner mij een grote donkere man.”
Als Monika al lang en breed volwassen is, midden jaren zeventig, gaat ze op zoek naar Paul Benndorf. Ze is te laat. Haar vader blijkt in 1966 overleden te zijn. Monika voert verschillende gesprekken met de weduwe en vormt zich een beeld van haar vader. „Een goede man. Fatsoenlijk en hij had het beste met mij voor, dat weet ik zeker. Volgens zijn weduwe heeft hij zijn hele leven op mij gewacht.”
Monika heeft het zwaar gehad. Jaren gaat ze gebukt onder de stilzwijgende vergelding voor haar geboorte. Ze moet boeten voor iets waar ze niets mee te maken had. Dat voelt ze. Maar hardnekkig zwijgen overheerst. Ook haar moeder wordt slachtoffer van dat Grote Zwijgen. Nee, ze wordt niet kaal geschoren, niet met pek besmeurd, maar wel blijft ze haar verdere leven alleen en moet ze de liefde van haar leven laten gaan. „En natuurlijk werd er over ons geroddeld. De keren dat ik weggejaagd ben, zijn weliswaar op een hand te tellen, maar ik heb die keren wel gevoeld.”
Pas de laatste tijd is Monika met alles in het reine gekomen. Dat heeft haar ettelijke therapieën gekost. „Dat gevoel dat je ergens niet hoort, dat gevoel is vreselijk. En dan heb ik nog redelijk veel liefde gekend, van de familie van mijn moeder. Maar toch: als jou niets verteld wordt, maak je de waarheid erger. Ik bedacht dat mijn moeder wel kaalgeschoren zou zijn. Uitgescholden. Daar was ik verdrietig over.”
Monika’s grootste straf is toch wel dat ze haar vader heeft moeten missen, hem zelfs nooit gekend heeft. „Achteraf denk ik dat ik beter af was geweest in Duitsland. Ik voel me daar thuis. Maar goed, ik snap ook wel dat mijn moeder toen niet mee kon.”
Paul Benndorf heeft geen andere kinderen meer gekregen. Monika is zijn enige kind. Reden voor haar om zijn naam aan te nemen. „Noem het maar een statement, ja. Ik schaam mij nergens voor. Er is niets mis met liefde. Mijn moeder en vader deden niemand kwaad. Ze werden slechts verliefd.”




