Vrouwen in de oorlogsindustrie

Niet alleen in de oorlogsindustrie, maar in de hele maatschappij is een tekort aan arbeidskrachten. Mannen gaan het leger in om te vechten in Europa, Afrika en Azië. Miljoenen vrouwen in de Verenigde Staten, Canada en Groot-Brittannië gaan werken in het leger en in de fabriek. In de VS stijgt de deelname van vrouwen op de arbeidsmarkt van krap 10 naar ruim 35 procent in twee jaar tijd. Meisjes, vrouwen en moeders doen mannenwerk, al moeten de moeders wel eens verzuimen omdat heel weinig fabrieken kinderopvang hebben.

In het Britse leger doen een half miljoen vrouwen ‑ behalve typisch vrouwelijke beroepen als verpleegster of schoonmaakster ‑ bijna alles. Ze koerieren op de motor, besturen vrachtwagens, onderhouden en repareren vliegtuigen, schepen en auto’s, en bestoken Duitse vliegtuigen met luchtafweergeschut. Prinses Elizabeth, de huidige Britse koningin, geeft het goede voorbeeld. Ze gaat vrijwillig bij een onderdeel van de  landmacht en wordt automonteur. Een speciaal soort leger is de ‘Women’s Land Army’. Tachtigduizend vrouwen werken op boerderijen om te zorgen dat Groot-Brittannië zichzelf van voedsel kan blijven voorzien. De propaganda van Rosie the Riveter en haar vriendinnen is hard nodig. Werk in de fabriek is saai en munitiefabrieken zijn ook gevaarlijk: ze zijn doelwit van bombardementen en ondanks alle voorzorgsmaatregelen zijn er wel eens ontploffingen. Na de oorlog moeten vrouwen hun plaats weer afstaan aan de mannen die terugkomen uit de oorlog. Veel vrouwen wíllen ook weer terug naar huis: vrede betekent ‘normaal’, en ‘normaal’ betekent vrouwenwerk - thuis. Mannenwerk is een opoffering voor de oorlogsinspanningen. Al kan nu niemand meer zeggen dat vrouwen geen mannenwerk aankunnen.

 


‘Engelen’ die kogels maken

 

Ze zijn het thuisfront dat meevecht in die donkere oorlogsdagen. Aycliffe Angels worden ze genoemd, de duizenden vrouwen die in een Engelse munitiefabriek werken. Vera, Gladys, Ivy en Laura, Engelse vrouwen van inmiddels 85-plus, maken tijdens de oorlog bommen en kogels. Vitaal maar gevaarlijk werk, er zijn in de fabriek regelmatig explosies, vrouwen raken gewond, er vallen doden. „Je móest gaan”.

 

door Jacqueline van Ginneken

 

Ze willen niet. Werken in de munitiefabriek. Maar ze hebben geen keus, het is óf het leger óf de fabriek. „Mijn ouders vonden de luchtmacht te gevaarlijk”, zegt Gladys Corner. Gladys was een van de 17.000 werkers in de munitiefabriek Royal Ordnance Factory 59 in Newton Aycliffe, een plaatsje in Noord-Engeland. Vitaal werk voor de oorlogssuccessen. Maar veilig is de munitiefabriek allerminst. „In mijn eerste nachtdienst was er een groot ongeval”, herinnert de 87-jarige Gladys zich. Explosies komen vaker voor.

 

Gladys Corner, Vera Barber, Ivy Postgate en Laura Hardwick. Gladys Corner, Vera Barber, Ivy Postgate en Laura Hardwick.

 

Gladys Corner, Vera Barber, Ivy Postgate en Laura Hardwick, vier Engelse vrouwen van 85-plus, zitten op deze doordeweekse middag in de kleine huiskamer van Vera in Bischop Auckland. Mister Barber is naar boven vertrokken. En ze vertellen, over de tijd dat ze in de munitiefabriek werkten. Over groep tien, groep zeven, groep vijf, groep drie. Hoe lager het nummer, hoe gevaarlijker het werk. „Groep één was extreem gevaarlijk.”

Aycliffe factory is een vulfabriek. Kordiet, buskruit, ruwe ingrediënten van bommen en kogels worden hier bij elkaar gebracht. Van de 17.000 werkers is 85 procent vrouw. Jonge meiden, verliefd, verloofd, getrouwd. Sterke, gezonde vrouwen die het land hard nodig heeft  onder het motto ‘Your Courage, Your Cheerfulness, Your Resolution will bring us Victory’. Jouw Moed, Jouw Opgewektheid, Jouw Resoluutheid zal ons de Overwinning brengen. Het is eind jaren dertig en de situatie in Europa is aanleiding voor de regering om te kijken naar de bewapeningscapaciteit.

De locatie van de fabriek is zorgvuldig gekozen. De plek heeft goede geologische condities om ondergronds te bouwen. Er is een spoorlijn, er zijn wegen en het gebied  is niet te dicht bevolkt maar heeft precies genoeg inwoners om werkers te rekruteren. Aycliffe Angels, engelen van Aycliffe worden ze later genoemd.

Laura Hardwick meldt zich vrijwillig bij de fabriek waar haar vader, als een van de weinige mannen, werkt. „Ik had een beschut leven, met ouders die vertelden wat ik moest doen”, vertelt de 89-jarige.

Maar na twee jaar moet ze naar een andere munitiefabriek in het midden van Engeland. Omdat ze al iets ouder is, twintig jaar, en bovendien geen vriend of verloofde heeft. Ze woont in een hostel. „Ik had ontzettende heimwee naar huis.”

Ivy Postgate - „Ik ben misschien wel antiek, maar niet zó oud” - werkt in een kruidenierszaak als ook zij de brief krijgt. De brief van de overheid dat ze zich moet inzetten. Alle jongeren van achttien jaar worden opgeroepen ‘to serve the country’, om het land te dienen. „Je móest gaan.”

Het werken in de fabriek is onaangenaam. Het is er warm, het stinkt, de drieploegendienst is zwaar. Er zijn veel ongelukken. Ivy: „Een machine werkte niet. Ik ging om tien uur ’s avonds naar huis, mijn dienst zat er op. Twee uur later was er een explosie. Maar de andere dag moest je toch weer terug de fabriek in.”

Het vullen is het meest gevaarlijke werk van de munitieproductie. Er zijn veel ongevallen. Vrouwen raken een oog kwijt, of een been. Er zijn explosies waarbij doden vallen. „Maar je wist het nooit. Ze hielden het stil”, zeggen de vrouwen.

Gezondheid en veiligheid staan in die jaren niet voorop, maar bij de Royal Ordnance Factories gelden strenge veiligheidsregels. Een kwestie van leven of dood. Vera Barber (85) diept uit een doos een rood boekje op: Rules of the Danger Area. Regels die bij het begin van elke werkweek nog eens worden voorgelezen. Op de muren van de kantine hangen slogans: ‘A concealed mistake is a crime. It may cost not only your live but the lives of others’. Een verborgen fout is een misdaad, het kan niet alleen jouw leven kosten, maar ook dat van anderen.

Rosie the Riveter (rechts) werd een begrip als 'heldin' die de jongens overzee in staat stelde te vechten. Rosie the Riveter (rechts) werd een begrip als 'heldin' die de jongens overzee in staat stelde te vechten.

Vera: „We droegen speciale kleding, schoenen zonder spijkers zodat ze geen vonken konden veroorzaken. Een trouwring moest je thuislaten of helemaal aftapen. En je haren moesten worden verstopt onder een hoofddoek.” Vera Barber had het ‘geluk’ dat ze papierwerk deed.

Ivy vertelt hoe ze op enig moment helemaal geel wordt, haar gezicht, haar handen. „Dat kwam door de chemicaliën waarmee we werkten. Mjn verloofde kende me niet terug. Ik was net een kanarie.” Kanarie is de bijnaam van verschillende Aycliffe Angels. Sommigen krijgen jeukende huiduitslag. Maar als ze beter zijn, moeten ze weer terug de fabriek in. Anderen hebben last van hun longen door het poeder dat ze inhaleren. Want mondkapjes hebben de werkneemsters niet.

Gladys: „Je gelooft achteraf niet dat je het toen allemaal deed.” Laura: „Maar je móest. Ik zou het niet doen als er geen oorlog was. Maar het was oorlog.” Ach, zegt Ivy, je raakte eraan gewend. „Het was ons leven.”

Vrouwen van alle leeftijden werkten in de wapenindustrie. Vrouwen van alle leeftijden werkten in de wapenindustrie.

Genoeg gepraat. Vera vindt het de hoogste tijd voor thee, met cakejes, gemberkoekjes, met chocolaatjes, nootjes, met veel meer.

In de zomer van 1945 is het voorbij, de oorlog en het werk in de munitiefabriek. Geen bedankje. Wel een ontslagbrief. ‘Dear miss Boulthard’. Vera heeft hem bewaard, gedateerd 27 juni 1945. Dat de fabriek dichtgaat en dat ze per 31 augustus is ontslagen. Vera, Gladys, Ivy en Laura gaan verder met hun leven, trouwen, worden moeder, oma.

 

De vier vrouwen kennen elkaar niet van toen. Ze ontmoetten elkaar bij de reünie, drie jaar geleden. Pas toen kwam de erkenning voor de Aycliffe Angels, voor hun gevaarlijke werk, voor hun moed. Een paar jaar geleden togen Canadese onderzoekers naar Newton Aycliffe. Ze wilden weten hoe mensen die in gevaarlijke omstandigheden gevaarlijk werk doen, daarmee omgaan. Het werk dat de Aycliffe Angels deden heeft veel gelijkenis met het werk van werknemers van nu met een gevaarlijke en stressvolle baan. Brede lach, bij alle vier. „In die tijd kenden we het woord stress niet.”

„We hadden een medaille moeten hebben”, vindt Vera. Dat hebben ze geprobeerd. In 2007 schreef ze een brief naar de regering. „Maar we kregen er geen.” Een ‘good laugh’, dat is ook veel belangrijker. „Als je lacht, lacht de wereld met je mee. Als je huilt, ben je alleen.”

De vier ‘engelen’ lachen.


A A A
dinsdag 20 april 2010 | 17:02 | Laatst bijgewerkt op: donderdag 30 december 2010 | 11:35
|
Nieuw bericht
Bedankt voor uw reactie!
Mogelijk wil de redactie met u in contact komen over dit onderwerp.
Laat hiervoor uw telefoonnummer en woonplaats achter.