Een verrader neerschieten vanaf de fiets


Ze heeft in de Tweede Wereldoorlog onderduikers geholpen, treinen opgeblazen en verraders neergeschoten. Ze zat in dezelfde verzetsgroep als de vermaarde Hannie Schaft. Aan het eind van de oorlog was Truus Oversteegen nog maar 21 jaar. "Het waren verschrikkelijke jaren. Ik herinner me vooral de angst en de kou. Het enige mooie was de kameraadschap binnen de verzetsgroep."



Voor een 86-jarige is Truus Menger, geboren Oversteegen, opvallend vitaal. Een kleine vrouw, heldere ogen achter brillenglazen, welbespraakt met uitgesproken meningen. Ze woont in het Noord-Hollandse Bovenkarspel en is beeldend kunstenaar. "Ik heb lieve kinderen en kleinkinderen, ik heb mijn beroep. Ja, ik ben nog steeds optimistisch."



Deze dame fietste als 18-jarige rond met een pistool in haar zak. Ze schoot verraders neer en blies treinen op. In 1982 heeft ze haar oorlogservaringen verwerkt in het boek Toen niet, nu niet, nooit. Centraal in het boek staat hoe ze die jaren beleefde. Wat er door haar heenging vlak voor een aanslag. De angsten die ze doorstond en het verdriet om gevallen kameraden. Maar ook de vriendschap en solidariteit binnen de verzetsgroep. "Lang niet alle aanslagen staan erin, hoor", benadrukt ze.

25 oktober 1944: de aanslag op Fake Krist. Hannie Schaft en Truus Menger zouden die uitvoeren, maar hij wordt voor hun ogen door een andere verzetgsgroep geliquideerd. Krist was een Haarlemse agent, lid van de NSB, die fanatiek meehielp met het opsporen van joden. 25 oktober 1944: de aanslag op Fake Krist. Hannie Schaft en Truus Menger zouden die uitvoeren, maar hij wordt voor hun ogen door een andere verzetgsgroep geliquideerd. Krist was een Haarlemse agent, lid van de NSB, die fanatiek meehielp met het opsporen van joden.



Truus Oversteegen wordt in 1923 geboren in Haarlem. Ze is de oudste en heeft een twee jaar jongere zus, Freddie, en een klein broertje. Haar ouders scheiden als ze nog jong is en de moeder van Truus, een strijdbare vrouw, zorgt in haar eentje voor de kinderen. Het is een links gezin. Al in de jaren dertig huisvesten ze wel eens vluchtelingen. Joden, communisten en socialisten die uit Duitsland illegaal naar Nederland zijn gekomen.

Als de oorlog uitbreekt, raakt de familie via de communistische beweging betrokken bij het verzet. "Mijn moeder zat in het burgerlijk verzet. Ze hielp onderduikers, verspreidde kranten." Truus en Freddie helpen mee. In 1941 worden ze gevraagd voor een groep die zich wil toeleggen op gewapend verzet. Naar het voorbeeld van de Russische partizanen. De zusjes Oversteegen staan bekend als pittige meiden die voor de duvel niet bang zijn. Bovendien, zo is de redenering, vallen jonge meisjes niet zo op.

"Onze moeder wist dat we ons aansloten bij een verzetsgroep. Dat het om gewapend verzet ging, vertelden we haar niet. Ze had wel haar vermoedens. Ze zei tegen ons: 'Je mag tegen de nazi's strijden. Maar jullie moeten wel mensenkinderen blijven, geen dingen doen die tegen je geweten ingaan.'"

De zusjes worden eerst getest of ze wel koelbloedig genoeg zijn. Hun verzetsleider bedreigt hen ineens met een pistool en vraagt hen namen te noemen. "Nou, dat heeft hij geweten", zegt Truus en ze heeft er nu nog plezier om. "We vlogen hem aan en hebben hem flink toegetakeld."

Het lukt de verzetsgroep om wapens te verzamelen en Truus en Freddie leren omgaan met pistolen, granaten en brandbommen. De eerste aanslagen volgen. Ook op mensen: Duitsers en verraders. "Het is nu niet meer voor te stellen hoe het toen was. Door verraad stierven onschuldige mensen", verklaart ze haar daden.

 

Leden van een verzetsgroep bij het vervalsen van persoonsbewijzen. Leden van een verzetsgroep bij het vervalsen van persoonsbewijzen.



Andere klussen die Truus en haar zus te doen krijgen zijn wapens vervoeren en joodse kinderen naar hun onderduikadres brengen. "Die kinderen, dat vond ik het moeilijkst. Het was fijn als ze op een goede plek terecht kwamen. Maar het is ook wel eens verkeerd afgelopen." Als ze in 1944 een jongetje naar Den Haag brengt, komen ze in een bombardement terecht. Het kind raakt dodelijk gewond.

Hannie Schaft maakt vanaf 1943 deel uit van de Haarlemse verzetsgroep. Ook zij moet een proef afleggen. Al snel worden de zusjes Oversteegen en Hannie Schaft goede vriendinnen, ondanks het verschil in milieu. Truus en Freddie zijn van eenvoudige komaf, Hannie is rechtenstudente. Ze leert de zusjes Engels en Duits op momenten dat ze vrij zijn.

Truus en Freddie verblijven aan het eind van de oorlog op onderduikadressen in Noord-Holland. Hun moeder en jongere broertje zitten bij bekenden in het oosten van Nederland omdat het daar veiliger is.

Hannie en Truus voeren in die periode meerdere aanslagen samen uit. Onder andere op Ko Langendijk, een kapper uit IJmuiden die als informant voor de Duitsers werkt. De Duitsers zijn snel ter plekke. De meisjes weten te ontsnappen door zich in een café voor te doen als dronken sloeries.

De 'Bekanntmachung' waarmee de Duitsers na de aanslag op Krist de executie van gijzelaars melden. De 'Bekanntmachung' waarmee de Duitsers na de aanslag op Krist de executie van gijzelaars melden.

 


De laatste oorlogsmaanden zijn chaotisch. Hannie Schaft is inmiddels bekend bij de Duitsers en verft haar opvallend rode haar zwart. Ze wordt in maart 1945 aangehouden met illegale kranten en een vuurwapen in haar fietstassen. Aanvankelijk wordt ze niet herkend maar als het rode haar door de verf begint te schemeren, weten de Duitsers dat ze het 'meisje met het rode haar' hebben. Ze wordt gefusilleerd in de duinen bij Bloemendaal op 17 april. "Pas veel later hoorde ik dat dat de verjaardag van Adolf Hitler was", zegt Truus Menger. "Het is niet toevallig dat ze haar juist op die dag hebben neergeschoten. Dat gold als een soort eerbetoon aan Hitler."

De gedenkplaat op het Hannie Schaft monument in Zaandam. De gedenkplaat op het Hannie Schaft monument in Zaandam.

 



Achteraf gezien waren het verschrikkelijke jaren, vindt Truus Menger. "Onvoorstelbaar wat we hebben meegemaakt. Vaak zijn we door het oog van de naald gekropen. Veel verzetsmensen hebben later in hun leven nog nazorg nodig gehad. Wat mij heeft geholpen is dat ik mijn gevoelens kwijt kon in mijn beelden en schilderijen. En ik kon het opschrijven."

Truus trouwt na de oorlog met Piet Menger. Ze leert hem kennen in het verzet. "We hebben elkaar nog tijdens de oorlog de liefde bekend; het was tijdens het wachten bij een aanslag waarbij we allebei betrokken waren. Maar we besloten pas na de oorlog aan verkering te beginnen." Ze krijgen vier kinderen. Hun oudste dochter is naar Hannie Schaft vernoemd.

Als de kinderen groter zijn, gaat Truus naar de kunstacademie. Op verschillende plaatsen in Nederland staan haar beelden en monumenten. Veelvoorkomende thema's: verzet, onverzettelijkheid en solidariteit. "Zo ben ik nu nog. Als ik onrechtvaardigheid zie, ga ik er tegenin."

Het boek Toen niet, nu niet, nooit van Truus Menger is alleen nog via het antiquariaat verkrijgbaar of te bestellen via de website

www.hannieschaft.nl

.

A A A
maandag 18 januari 2010 | 09:26 | Laatst bijgewerkt op: donderdag 30 december 2010 | 11:33
|