Speuren naar de oorlog van Annie en Nel
Oorlog is een mannenzaak, maar vrouwen hebben er net zoveel last van. Misschien zelfs wel méér. Als strijder, onderduiker, arbeider, koerier in het verzet, als moeder, weduwe, verpleegster of geliefde. Maar ook in het verraad. Toch: 'Hoe vaak kom je nou op gedenkplaten de namen van vrouwen tegen?'
Aan de Oude Holleweg in Beek, bij Nijmegen, zit gedurende de Tweede Wereldoorlog Rose Jakobs ondergedoken. Het joodse meisje is in 1938 met haar familie Duitsland ontvlucht en in Gelderland terecht gekomen. Net als Anne Frank houdt zij een dagboek bij. En net zoals haar wereldberoemde lotgenote zal Rose de oorlog niet overleven: tijdens de bevrijding wordt ze getroffen door een Amerikaanse bomscherf.
Haar zus overleeft de oorlog wel en geeft Rose's dagboek na de oorlog uit: De Roos die nooit bloeide. En al krijgt het boek nooit de status van Het Achterhuis, Rose's verslag van haar opgesloten leven waar elke vorm van geluid haar doodvonnis kan betekenen, geldt als een zeer bijzonder oorlogsdocument.
'Rose Jakobs kan zonder meer als de Anne Frank van Gelderland worden beschouwd', zegt historica Wietske van der Spek die als medewerkster en als gids in dienst is van het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek. In 2006 wijdde dit museum een expositie aan Rose Jakobs. Daar was onder meer een zelfgemaakt kartonnen slofje te zien, de helft van het paar dat Rose op haar onderduikadres verplicht aan moest, om er zeker van te zijn dat ze geen geluid zou maken. 'Het andere slofje is door Rose's zus meegenomen naar Israël waar zij na de oorlog ging wonen. Naar verluidt is dat slofje in het bezit gekomen van de vorige Israëlische president die het bij gelegenheid toonde aan officiële gasten om ze een indruk te geven van het leven van onderduikers', aldus Wietske van der Spek. En daarmee is het leven van Rose Jakobs ontrukt aan de nevelen van de geschiedenis.
Wietske van der Spek is van mening dat de rol die vrouwen in de oorlog speelden sterk onderbelicht is gebleven. 'Oorlog is een mannenzaak. En doordat vrouwen niet daadwerkelijk in oorlogssituaties betrokken raken, zijn er ook minder van hen gesneuveld. Op de Canadese begraafplaats in Groesbeek, waar 2.617 soldaten begraven liggen, tref je bijvoorbeeld geen enkele vrouw aan. Al herdenken we hen wel in ons museum. Let maar eens op: hoe vaak kom je op gedenkplaten de namen van vrouwen tegen?'
Vrouwenemancipatie beperkt zich voor de Tweede Wereldoorlog tot een intellectuele bovenlaag. Na een schuchter begin tijdens en na de Eerste Wereldoorlog – het algemeen vrouwenkiesrecht wordt in 1922 ingevoerd – komt de ommekeer als de mannen terugkeren van het front en de baantjes en de macht weer opeisen. Vrouwen worden ook niet gestimuleerd om mee te doen aan het oorlogsgeweld. Van der Spek: 'Volgens de ideologie van Hitler en Mussolini lag de taak van vrouwen thuis, bij de kinderen. Niet voor niets bedacht Hitler het Mutterkreuz: een onderscheiding voor het krijgen van zoveel mogelijk kinderen.'
Wietske van der Spek bij het affiche met Rosie the Riveter, bedoeld om vrouwen te porren voor de oorlogsindustrie. foto Do Visser/De Gelderlander
Terwijl de mannen elkaar bevechten aan het front, is de spannendste rol die er voor vrouwen is weggelegd het thuisfront, de verpleging, het verzet en, schoorvoetend, het leger. In 1943 wordt er bijvoorbeeld vanuit Londen een vrijwillig vrouwenkorps opgericht dat later verder gaat onder de naam Marva's. Maar ook de Marva's tref je niet in het heetst van de strijd. Er is één grote uitzondering: de Sovjet-Unie. Daar is het de normaalste zaak van de wereld om vrouwen direct bij gevechtshandelingen te betrekken. Vrouwen doen in de strijd tegen de Duitsers niet onder voor hun mannelijke collega's.
Russische soldates aan het oostfront.
Van der Spek: 'Op den duur ontkwamen ook de Westerse geallieerde landen er niet aan om vrouwen in te zetten voor de oorlog. En hoe zeer Hitler-Duitsland de vrouw ook naar het aanrecht verwees, nood breekt wet als er op een gegeven moment te weinig mannen voorhanden zijn. Ene Beate Uhse schopte het in die tijd tot gevechtspiloot. Overigens maakte zij na de oorlog naam met een keten van seksshops.'
Beate Uhse, de Duitse onderneemster in de tijd dat zij voor de Luftwaffe vliegtuigen naar het front vloog.
Ook de oorlogsindustrie redt het niet zonder duizenden vrouwenhanden. In Engeland, waar dit al heel gewoon is ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, wordt het zelfs een verplichting. Vrouwen moeten kiezen: werken op het platteland of 'kogels maken' in de fabriek. Voor de bevrijdingsoperatie Market Garden, in september 1944, worden in Engeland speciaal opgeleide parachutepackers ingezet. Het opvouwen van parachutes is buitengewoon nauwkeurig werk dat al bij de simpelste onzorgvuldigheid het leven van een paratrooper kan kosten: de parachute klapt niet open. Eenmaal terechtgekomen op Nederlandse bodem krijgen de parachutes talloze tweede levens. In Nijmegen zijn naaisters actief die de stof verwerken tot zo'n beetje alle kledingstukken waaraan gebrek is, tot trouwjurken aan toe.
Door middel van reclameaffiches laat ook Amerika vrouwen warm lopen voor de oorlogsindustrie. Onder het motto It was Jane who made the plane staat een stoere, gespierde tante in overall afgebeeld. Over haar collega Rosie the Riveter (die de klinknagels inslaat) doet het volgende liedje de ronde:
Rosie - (Brrr-rrr) the riveter
Rosie's got a boyfriend Charlie
Charlie, he is a marine
Rosie is protecting Charlie
Working overtime on a riveting machine
De boodschap is duidelijk: Rosie maakt overuren in de zware industrie waar vriend Charlie bij de marine van profiteert. Duitsland vult zijn tekort aan arbeiderskrachten op met Ostarbeiterinnen, een soort dwangarbeiders, veelal Russinnen. Ze verblijven in kampen en zeker vierduizend van hen gaan een relatie aan met Nederlandse mannen die ook in Duitsland te werk zijn gesteld via de Arbeitseinsatz. Na de oorlog nemen zij hun Russische bruiden mee naar Nederland en daar leven veel van deze 'gemengde' paren nog steeds.
Trees heeft een Canadees.
Ook op andere manieren slaat de liefde toe en kiest daarbij niet steeds de makkelijkste weg. Naar schatting 30.000 Nederlandse vrouwen krijgen een kind van een Duitse soldaat (populair wel eens 'horizontale collaboratie' genoemd). De bevrijding wordt gevolgd door een uitbarsting van opgekropte haat en jaloezie waarbij zogeheten 'Moffenmeiden' in het openbaar worden kaalgeschoren. In weerwil van wat vaak wordt gedacht, is het aantal Nederlandse vrouwen dat aan een bevrijder 'blijft hangen', zoals een Canadees, Amerikaan, Brit of Pool, vele malen kleiner dan het aantal Nederlands/Duitse koppels. 'Slechts' achtduizend babies worden geboren uit relaties met geallieerde soldaten. Veel Nederlandse jongemannen zien de populariteit van de bevrijder met lede ogen aan. Tegen de stoere, gebruinde buitenlandse soldaten die chocola, nylons en sigaretten uitdelen, kunnen zij niet op. Het leidt tot het gefrustreerde pamflet Tommy Tjocklat.
De bevrijders doen het goed.
Ook overzee gebeurt van alles. Circa vijfduizend Nederlandse en Indisch-Nederlandse vrouwen raken zwanger van een Japanner, soms gewenst.
Veel vrouwen zijn betrokken bij het verzet als koerierster. Ze doen hun werk per fiets of met de kinderwagen. Hun rol is zwaar onderschat, aldus Van der Spek die voor het Bevrijdingsmuseum een expositie met dit thema voorbereidt. Als de wederopbouw op gang komt, zijn het weer vrouwenhanden die een groot deel van het werk verzetten. "Negentig procent van het puin in Kleef is door vrouwen opgeruimd", aldus Van der Spek.
Rond die tijd komt Mies Boissevain-van Lennep, overlevende van het vrouwenkamp Ravensbrück, op het idee van de Nationale Bevrijdingsrok. Onder het motto 'één dracht maakt eendracht' ontwerpt zij van restjes stof een patchwork feestrok. Er zijn zeker vierduizend van die rokken gemaakt, gedragen door vrouwen als Annie, Nel, Truus en Mies die een gezamenlijk ideaal koesteren: voorgoed te breken met de oude, vooroorlogse verhoudingen. De rokken worden gedragen tot in de jaren negentig van de vorige eeuw. Daarna verdwijnen ze definitief naar een hoekje achterin de linnenkast.
De bevrijdingsrok.
Wie nog voorwerpen heeft die te maken hebben met het thema 'vrouwen en de Tweede Wereldoorlog' kan die naar het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek brengen.




