'We zijn vrij; wat een heerlijk woord is dat!'
Henny de Leur woonde in 1944 aan de Heselbergherweg in Arnhem. Ze was destijds twaalf jaar. Tijdens de evacuatieperiode in september 1944 begon ze met een dagboek dat loopt tot 1 juli 1945. Een echt meisjesdagboek, met zinnen als: 'Vandaag is het net lente. Heerlijk!' , 'Een Duitser filmde ons groepje: afschuwelijk!' en 'Toen we wakker werden, hadden we toch zo'n vrij gevoel'.
Ze begon zo:
'Velp, 2 oktober 1944, tien uur: Omdat ik zoveel meegemaakt heb, wil ik weer eens aan een dagboek beginnen. Dat heb ik al vaak gedaan, maar op het laatst wist ik geen nieuws meer en hield ik op. Me dunkt dat ik nu genoeg meegemaakt heb. We zitten al vier jaar onder de druk van de Duitsers. En nu begin ik!'
Vervolgens pakt ze met terugwerkende kracht de draad van haar belevenissen sinds de evacuatie op.
Op 14 oktober begint ze in Zeist met een terugblik.
'Zondagmorgen (24 september) kwam Cor G. en hij zei dat we allemaal moesten evacueren. Maandagavond voor acht uur moesten we weg zijn. Naar Apeldoorn was te gevaarlijk omdat het zo'n open weg was en Ede was te ver weg. We gingen dus maar naar Velp. Het was een ontzettende karavaan op de Velperweg, allemaal met witte vlaggen. Een Duitser op een motor filmde net ons groepje, afschuwelijk! Het huis waar wij kwamen, was een kantoor: Rounom Sinne. Iedere dag haalden we eten bij de gaarkeuken, wat erg lekker was. Op zaterdag (30 september) liepen we in Velp en zagen we een nieuw bulletin: alle evacués moeten Velp verlaten! Dinsdagmorgen gingen we om kwart over negen weg. We zouden proberen naar Zeist te gaan. Het was hondeweer.
Na de gevechten: Arnhemmers evacueren. (foto Gelders Archief)
Na een reis via Ede en Woudenberg wordt Zeist bereikt en nemen tante Cor en oom Arie ons in hun woning aan de Van Renesselaan 16 op. Er zijn dan tien mensen in huis. Ik slaap op een apart bed bij papa en mama in de grote logeerkamer. Hoewel het allemaal erg spannend is, hebben we het ook wel gezellig.
Zondag 17 december: Oh, wat hebben we een morgen gehad. Er is weer razzia geweest. Gelukkig zat oom Joop in zijn schuilplaats op zolder in het luik. Ze keken echt overal en zochten veel beter dan de vorige keer. Eindelijk waren ze weg, het liep weer goed af!
Vrijdag 22 december: Mama is vandaag naar Barneveld, naar een kennis-boer voor eten geweest. Ze is om negen uur weggegaan en kwam om vijf uur terug.
Dinsdag 26 december: Mama en tante Cor gaan morgen naar Gendringen. Ik hoop dat ze het er goed van afbrengen. Ze gaan om tarwe. Ze hebben mooi weer, maar het is erg koud. De oorlog staat stil. Zo kun je het 't beste zeggen.
Zondag 31 december: Gistermiddag hebben we weer geschaatst op de vijver. Toen we thuis kwamen, waren mama en tante Cor er nog niet. Om negen uur ging ik naar bed. Ineens werd er op de ramen geklopt. Daar waren mama en tante Cor. Weggebracht door een koetsier en een Duitser met paard en wagen. Ze brachten mee: twee worsten, een wittebrood, een vet konijn, gedroogde appeltjes, een paar stukken spek, tien eieren, twee roggebroodjes, hoofdkaas, een half pond boter en ook nog groene erwten en alles voor niets. We hebben allemaal een snee wittebrood en roggebrood met spek gegeten. Vandaag is het oudejaarsdag. Foei, wat was me dat een jaar! Ik hoop dat 1945 beter wordt en dat de oorlog gauw afgelopen is.
Vrijdag 9 februari: Mama en tante Cor zijn weer naar de Achterhoek geweest. Ze hebben een vreselijke tocht gehad. Veel regen, veel wind en ze moesten over een dijk waar het water veertig centimeter hoog over stroomde. Ik hoop maar dat we gauw vrij zijn, het is geen doen voor mama en tante Cor.
Beeld van een hongertocht.
Vrijdag 23 februari: Ja, ik schrijf wel lelijk, maar dat komt omdat ze op de tafel aan het tabak snijden zijn. Vrijdag hebben we uit de gaarkeuken gortepap gehad, zaterdag soep, zondag hutspot, vanmiddag weer suikerbietenpap. Ik heb met tante Ditje afgesproken dat ik drie gulden krijg als ik het eten een tijdje zonder mopperen opeet. Vandaag is het net lente. Heerlijk.
Zondag 4 maart: In de haven lag een schuit met aardappelen. Eerst had ik een hele tijd staan wachten, maar die meneer stond druk te praten. Eindelijk zei hij: 'Geef je tas maar'.
Woensdag 14 maart: Tante Cor is naar molenaar Van Helsdingen geweest. Hij vertelde dat er Duitsers waren geweest, die nog een Hollandse molen wilden zien voor ze weggingen. Vorige week hebben we het Zweedse brood en de boter gekregen. Het waren prachtbroden en het was zulke mooie boter.
Zaterdag 7 april: Gisteren, toen ik met papa liep te wandelen, zagen we de jongens van groenteboer De Goede met een handwagen met witlof. Ik heb het tegen Ali gezegd en die heeft het vanmorgen gauw gekocht. Wel zwart: 2,50 per kilo. We hadden dus zwarte witlof.
April 1945: Operatie Manna. Amerikaansde bommenwerpers werpen duizenden tonnen aan voedsel af boven het nog bezette en hongerende Nederland.
Zaterdag 5 mei: Over de Duitse radio is gezegd: 'Der Kampf mit Holland is beëndet'. Nou, toen we dat hoorden, werden we half gek. Toen we wakker werden vanmorgen hadden we toch zo'n vrij gevoel!
Zondag 6 mei: In de dorpswinkel heb ik een oranje hoedje en twee rood-wit-blauwe vlaggetjes gekocht. Er kwamen nog een paar Tommies aan en toen .....kwam de SS! Ze hadden allemaal kogels om de nek hangen en de geweren in de aanslag. Iedereen moest van de straat af. Er werd zelfs geschoten.
5 mei 1945. De Duitse generaal Blaskowitz tekent de capitulatie in Hotel de Wereld in Wageningen.
Maandag 14 mei: Vrij, ja we zijn vrij, wat een heerlijk en veelbetekenend woord is dat!'
Henny de Swart-De Leur woont nu aan de Beukenlaan 50 in Rhenen.




