Dossier misstanden politie Gelderland-Midden

Korps al jaren geplaagd door geruchten


Het onderzoek van de commissie Havermans naar misstanden bij het politiekorps Gelderland-Midden is na maanden vertraging naar buiten gekomen. Het korps wordt al jaren geplaagd door geruchten over machtsmisbruik, intimidatie en corruptie. Met vijf eerdere rapporten over de zaak vormt dit een van de grootste onderzoeken naar corruptie in Nederland.

"Deze zaak hangt van kriebels aan elkaar." Zo typeert een oud-rechercheur de affaire rond het korps Gelderland-Midden. De gepensioneerde rechercheur heeft duizenden uren gestoken in zijn onderzoek naar geruchten over machtsmisbruik, intimidatie en corruptie binnen het korps. Die geruchten doen al sinds de eeuwwisseling de ronde. Tal van commissies moesten de zaak ophelderen, maar slaagden daar niet in. Eind deze week wordt het rapport van Ad Havermans verwacht. Deze oud-bestuurder deed in opdracht van de minister onderzoek. Maar het is maar zeer de vraag of Havermans er wel in slaagt om alle geruchten te ontzenuwen.

door Martin Lange

HET VERLOOP

Vijf dikke onderzoeksrapporten zijn al over deze kwestie geschreven, tal van commissies hebben zich al over de zaak gebogen. Daarmee behoort deze zaak tot een van de grootste onderzoeken naar corruptie in Nederland. Maar hoeveel commissies hun tanden ook stukbijten op de zaak, geen een slaagt erin om alle vragen over vermeende misstanden naar volle tevredenheid te beantwoorden.

Tragter

Het eerste onderzoek staat op naam van de commissie Tragter, die in 2006 wordt aangesteld als politiemedewerkers in dagblad De Gelderlander klagen over de cultuur die er binnen het korps Gelderland-Midden heerst. Tragter zet een beeld neer van een korps waar veel wantrouwen tussen medewerkers onderling heerst. Dat wantrouwen zou het gevolg zijn van een reeks incidenten van machtsmisbruik, discriminatie en intimidatie. Tragter stipt vijf kwesties aan die als voorbeeld dienen dat er een en ander goed mis is binnen het korps. Het rapport Tragter is gebaseerd op een reeks gesprekken met negentien (ex-)medewerkers van de politie. Van een onderzoek is dus geen sprake, roepen de critici. En representatief is het al helemaal niet.

Bakker en De Vries

Andere kritiek komt al snel van de voormalige korpsleiding, de heren Kees Bakker en André de Vries. Zij voelen zich door het rapport ernstig beschadigd. Daarom zetten ze hun visie op papier, in het rapport 'De waarheid en niets dan de waarheid'. Zij verwijten de commissie Tragter dat er geen wederhoor is gepleegd. Bovendien zijn ze verbijsterd dat zij de zwartepiet naar zich krijgen toegeschoven, terwijl korpsbeheerder burgemeester Krikke buiten schot blijft. Ook gaan ze nader in op de vijf kwesties die Tragter aanhaalde als voorbeelden van 'onoorbare praktijken'. (zie onder)

Ombudsman

In mei 2007 komt de Nationale Ombudsman, Alex Brenninkmeijer, met een rapport over het politiekorps Gelderland-Midden. Naar aanleiding van een klacht onderzoekt hij of er binnen het korps sprake is van discriminatie. Dat is er niet expliciet, maar er heerst wel een witte-mannen-cultuur die dit mogelijk zou kunnen maken. Bovendien heeft de korpsleiding niet integer, onzorgvuldig en niet transparant opgetreden tegen drie allochtone agenten. Een inspecteur van Marokkaanse afkomst wordt volledig door Brenninkmeijer in het gelijk gesteld. Hij is volgens de ombudsman het slachtoffer geworden van conflicten binnen de politietop.

Cornielje

Ondertussen is commissaris van de koningin Clemens Cornielje gevraagd om een nieuw onderzoek te leiden. De toenmalige minister Johan Remkes is zo geschrokken van het rapport Tragter dat hij alle feiten grondig onderzocht wil hebben. Cornielje krijgt die opdracht. Hij wordt bijgestaan door onderzoeksbureau Berenschot en een commissie onder leiding van Ad Havermans, een bestuurder met een enorme staat van dienst. Hij zal het hele onderzoek begeleiden. De onderzoekers richten zich vooral op de vijf kwesties die door Tragter zijn aangehaald.

Toenmalig minister Guusje ter Horst en commissaris van de koningin Clemens Cornielje Toenmalig minister Guusje ter Horst en commissaris van de koningin Clemens Cornielje


Het rapport van Cornielje is af en toe kritisch over het politiekorps, maar de conclusie is dat zich geen strafbare feiten of onoorbare praktijken hebben voorgedaan. Bakker en De Vries zien het als een soort eerherstel. Maar de ondernemingsraad en de Nederlandse Politiebond zijn des duivels. "Onzorgvuldig, onvolledig, wanstaltig, en het onderzoek ademt de geur van een doofpot", roepen ze. De rust, waar verschillende partijen zo op hoopten, is weer verdwenen. De politiebond laat het er niet bij zitten. Via een advertentie in het vakbondsblad worden gepensioneerde rechercheurs opgeroepen zich te melden voor een eigen onderzoek.

Ien Dales Team

Een groepje oude mannen, samen goed voor decennia politie-ervaring, vormt het onderzoeksteam. Ze noemen zich het Ien Dales Team, naar de minister die nog altijd bekend is om haar uitspraak "Een beetje integer kan niet". De gepensioneerde rechercheurs steken duizenden manuren in hun onderzoek. Ze reizen het hele land door, voeren met tal van betrokkenen gesprekken, en speuren dagenlang bij instanties als het Kadaster en de Kamer van Koophandel naar documenten. Hun grootste ontdekking doen ze als ze een concept van het rapport Cornielje in handen krijgen. Hierin staat een aantal opmerkelijk zaken die in de eindversie ontbreken.

De oud-rechercheurs schrijven een rapport, maar tot hun schrik en woede verdwijnt dat bij de Nederlandse Politiebond in een archiefkast. Op advies van de bondsadvocaat brengt de politiebond in juni 2009 alleen een samenvatting van het rapport naar buiten. Die samenvatting wordt op de website gepubliceerd, zonder er verder veel ruchtbaarheid aan te geven.

Manipulatie

Een paar rechercheurs benaderen bestuurskundige Michiel de Vries, hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij heeft de zaak vanaf het begin gevolgd. Hij schrikt van de resultaten die ze hem voorleggen. De Vries krijgt sterk de indruk dat er doelbewust is gemanipuleerd met het onderzoek van Cornielje. Als hij de bevindingen van het Ien Dales Team presenteert op een congres, duikt de landelijke pers weer in het dossier Gelderland-Midden. Cornielje is boos over de aantijging. Volgens hem is het onderzoek gedaan door integere mensen. "Mensen die hun naam niet te grabbel willen gooien om iemand de hand boven het hoofd te houden." Volgens hem heeft de politiebond geen nieuwe feiten boven tafel gebracht.

Statenlid Toine van Bergen dringt er bij de minister van Binnenlandse Zaken, toen nog Guusje ter Horst, op aan om een nieuw onderzoek in te stellen. Hij krijgt bijval van fracties in de Tweede Kamer. Ter Horst vraagt daarop Ad Havermans om een nieuw onderzoek. Hij moet kijken of de rechercheurs van de politiebond nog nieuwe zaken aan het licht hebben gebracht. Maar Havermans was ook bij het vorige onderzoek betrokken, toen als voorzitter van de begeleidingscommissie. En ook onderzoeksbureau Berenschot wordt net als de vorige keer ingeschakeld. Dat komt de minister meteen op kritiek te staan, onder meer door het CDA. "Een slager die zijn eigen vlees keurt", wordt er geroepen. Kamerlid Hero Brinkman (PVV) vindt het onderzoek op deze manier "geen knip voor de neus waard". Hij pleit voor een onderzoek door de Rijksrecherche.

TOEKOMST

Het rapport van Havermans zou in december vorig jaar verschijnen, maar de publicatiedatum is meerdere keren uitgesteld. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken omdat Havermans meer tijd nodig had. Bakker en De Vries, die hebben afgedwongen dat ze hun eigen verklaringen vooraf willen lezen, hebben delen van het rapport enkele weken geleden kunnen inzien.

Voormalig bestuurder Ad Havermans Voormalig bestuurder Ad Havermans


Maar sommige betrokkenen hebben weinig vertrouwen in het onderzoek van Havermans. De onderzoekers zouden te weinig doorvragen. Zo zegt een van de betrokkenen: "Als je mij het onderzoek zou laten doen en je geeft me twee rechercheurs, dan zou ik het onderzoek in een paar dagen kunnen afronden."

Havermans concludeert dat de commissie Cornielje een goed, genuanceerd rapport heeft opgeleverd. Het onderzoek van de oud-rechercheurs heeft geen nieuwe feiten opgeleverd.

Aan- en verkoop

Daarom zegt ook Havermans dat de voormalige politietop van het korps Gelderland-Midden niet corrupt is. Wel heeft de top in 1998 ernstige steken laten vallen bij de aan- en verkoop van het oude Ohra-kantoor in Arnhem. Volgens Havermans is daarmee veel publiek geld op een verkeerde manier besteed. De aan- en verkoop was onprofessioneel en onzorgvuldig.

Kees Bakker en André de Vries vinden dat hen niet te verwijten valt dat deze aan- en verkoop onprofessioneel was. Zij hadden daar immers ook geen verstand van, en daarvoor hadden ze adviseurs ingehuurd.

De commissie Havermans betreurt dat de werkelijke gang van zaken rond de aan- en verkoop van het Ohra-pand waarschijnlijk nooit aan het licht zal komen. De documenten over de onderhandelingen zijn niet goed bewaard gebleven.

Bakker en De Vries hopen desondanks dat de geruchten over corruptie ophouden. De Vries zegt dat hij af en toe denkt dat hij in een boek van Kafka is beland.

De huidige korpschef,  Pim Miltenburg, vindt dat er na het rapport van de commissie Havermans een streep moet worden gezet onder het verleden. Burgemeester Krikke ervaart het als een steun in de rug 'dat de commissie concludeert dat sinds 2007 grote vorderingen zijn gemaakt bij het politiekorps'.

Kritiek

Maar er is ook weer kritiek. Bijvoorbeeld van de Nijmeegse bestuurskundige Michiel de Vries. Volgens hem moeten oplettende lezers van het rapport wel concluderen dat er van alles mis was bij het korps. Hij snapt niet dat Havermans de conclusie trekt dat Cornielje zijn werk goed heeft gedaan. De Vries: "Waarom kunnen bestuurders het niet gewoon toegeven wanneer zij in de fout zijn gegaan, waarom moeten dit soort conflicten zo vreselijk lang duren en krijgen critici alleen gelijk als de bestuurders tegelijkertijd geen gezichtsverlies hoeven te lijden."

Statenlid Toine van Bergen vindt dat Havermans de kwestie niet goed heeft onderzocht. "Het deksel blijft op de doofpot, en de wond ettert door. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden."

Maar volgens voormalig plaatsvervangend korpschef André de Vries lijden de critici aan tunnelvisie en zijn ze er waarschijnlijk nooit meer van te overtuigen dat de top integer heeft gehandeld.

Reacties: mlange@omroepgelderland.nl

DE VIJF KWESTIES
1. De 'sale-and-lease-back'-constructie

Eind jaren negentig heeft de politie in de regio Gelderland-Midden panden te veel en geld te weinig. Door de samenvoeging van rijks- en gemeentepolitie zijn tal van politiebureaus vrijgekomen. Die kantoren worden verkocht, sommige zullen worden teruggehuurd. Maar de besluiten die de toenmalige korpsleiding hierover neemt, zullen de aanleiding zijn voor jarenlange geruchten over machtsmisbruik en corruptie.

Een van de panden is het voormalige Ohra-gebouw aan de Groningensingel in Arnhem. Dat pand is medio 1996 aangekocht voor 17,75 miljoen gulden, zo blijkt volgens het Ien Dales Team uit stukken van het Kadaster (het rapport Cornielje heeft het over 17,5 miljoen gulden). Het plan is om er het nieuwe hoofdkantoor van de politie van te maken. Maar er moet worden bezuinigd en dus wordt de makelaar ingeschakeld. En hoewel deze makelaar het Politie Huisvestings Consortium (PHC) aan de koper aanraadt, sluit de korpsleiding uiteindelijk de deal met de Rozendaalse Vastgoed Groep (RVG) van Herman Veenendaal, die ook bekendheid geniet als Vitesse-bestuurslid. Veenendaal kent Bakker en De Vries, want zij komen vaak op uitnodiging van Vitesse naar wedstrijden van de voetbalclub kijken. Bakker zal na zijn functie als korpschef ook aantreden als voorzitter van Vitesse.

Het Ohra-pand wordt dus verkocht. De RVG betaalt er 15,5 miljoen gulden voor. Nog dezelfde dag verkoopt de vastgoedhandelaar het pand door aan een beleggingsmaatschappij. Volgens stukken van het Ien Dales Team voor 18,5 miljoen gulden. En zo verdient de RVG dus miljoenen met de deal.

De vraag is waarom het pand niet is verkocht aan PHC, dat immers door de makelaar is aangeraden. Directeur Kenter van PHC zegt dat hij vlak voor de deadline een prima bod heeft gedaan, maar dat hij te horen kreeg dat hij werd afgewezen door de korpsleiding. André de Vries, die hier namens de korpsleiding mee was belast, zegt dat PHC de financiën niet rond kreeg. In het rapport van Bakker en De Vries staat dat PHC is afgehaakt. Cornielje schrijft dat de korpschef PHC heeft afgewezen, waarbij de reden niet uit documenten kan worden afgeleid.

Kritiek

De gepensioneerde rechercheurs van het Ien Dales Team vallen bijna van hun stoel als ze in het conceptrapport van Cornielje een heel andere lezing terugzien. "De directeur van PHC van destijds geeft echter aan dat de financiële garanties geen rol speelden, maar dat het korps mondeling heeft laten weten dat men betere biedingen had ontvangen van de RVG." Dat is opmerkelijk, want de regel is dat er tijdens onderhandelingen met een partij niet wordt gesproken met andere potentiële kopers. Kenter, de directeur van PHC, heeft aan Omroep Gelderland laten weten dat hij nog steeds achter deze verklaring staat.

Het is vreemd dat deze versie van het verhaal niet is terug te vinden in het eindrapport van Cornielje, zo stelt de Nederlandse Politiebond. "Juist hierdoor wordt de gang van zaken eerder versluierd dan verhelderd." Volgens hoogleraar bestuurskunde Michiel de Vries is er bij het herschrijven van het concept "meer gebeurd dan alleen maar foutjes corrigeren".

Over de band tussen korpsleiding en Vitesse schrijft Cornielje: "Er kan worden vastgesteld dat niet is gebleken dat de relatie tussen de korpsleiding, de Rozendaalse Vastgoed Groep en voetbalclub Vitesse van invloed is geweest op de keuze voor de sale-and-lease-back-partner, of van invloed is geweest op het onderhandelingsresultaat met de Rozendaalse Vastgoed Groep. De korpsleiding heeft, gezien het blijven bestaan van de beeldvorming, onvoldoende gedaan om de schijn te vermijden."

2. Het rapport Cohen 

In 2001 wordt een onderzoek ingesteld naar problemen binnen de unit Noord van het district West-Veluwe Vallei. Medewerkers vertellen aan onderzoeker Cohen dat ze nog steeds last zouden hebben van frustraties sinds de reorganisatie in 1994. De impact van het rapport Cohen is groot. Volgens Tragter moet daarom het rapport worden herschreven, maar dat klopt niet. Het rapport is door de papierversnipperaar gehaald. Dat schrijven Bakker en De Vries in hun rapport en dat wordt ook nog eens bevestigd in het rapport Cornielje.

Het Ien Dales Team spreekt direct betrokkenen en komt erachter dat de ingehuurde onderzoekers flink onder druk zijn gezet en zelfs zijn bedreigd. Dat herhalen de onderzoekers tegenover Omroep Gelderland: "Ik ben schofterig behandeld", zegt een van hen. "Ik kreeg te horen: als je het rapport niet aanpast, zal ik er voor zorgen dat je nooit meer werk bij de politie krijgt." De Nederlandse Politiebond krijgt na gesprekken met betrokkenen ook het beeld "van een korpsleiding die niet terugdeinst voor forse bedreigingen aan het adres van ingehuurde onderzoekers". Het lijkt een goed voorbeeld van mogelijke intimidatie door de korpsleiding. Maar Cornielje gaat nauwelijks op deze zaak in. De onderzoekers van Berenschot hebben zelfs niet eens met alle betrokken personen gesproken.

3. Riante bonussen

Tragter gaat ook in op rondzingende geruchten over riante vergoedingen voor bepaalde functionarissen binnen het korps. Zo zouden sommige politiemensen overuren uitbetaald hebben gekregen, terwijl ze daar vanwege hun functieschaal niet voor in aanmerking komen. Ook zou er eind jaren negentig creatief zijn omgesprongen met andere vergoedingsregelingen. Medewerkers van het korps zouden voor privéklussen van hogere functionarissen zijn ingezet en in een enkel geval zou het declaratiegedrag zelfs frauduleus zijn. Volgens Bakker en De Vries is hier geen sprake van. Wel zou een leidinggevende erg slordig zijn omgesprongen met zijn declaraties, maar de korpsleiding ging niet uit van frauduleus gedrag. Om alle schijn te vermijden, werd de Rijksrecherche gevraagd om onderzoek te doen. Maar alles bleek in orde, schrijven Bakker en De Vries. Cornielje bevestigt dat er geen strafbare feiten zijn gepleegd. Maar volgens de politiebond ziet Cornielje te makkelijk door de vingers dat de korpsleiding zich met het vaststellen van de vergoedingen niet altijd aan de precieze regels hield.

4. De Arnhemse connectie

De vierde kwestie is wat Tragter "de Arnhemse connectie" noemde. Hieronder verstaat de commissie Tragter een "herencultuur die stoelde op persoonlijke loyaliteiten", "complete 'hofhoudingen' die met hun baas meeverhuisden", "riante vergoedingen en nauwe banden tussen het korps Gelderland-Midden en Vitesse". Tragter pleit ervoor om deze zaken bespreekbaar te maken. Bakker en de Vries noemen dit "algemene kreten", die "moeilijk feitelijk te weerleggen" zijn. Ze hebben wel een idee waar het verhaal over de hofhoudingen vandaan komt: een districtschef mocht zelf invulling geven aan functies, en zo kwam het wel eens voor dat een chef een aantal medewerkers 'meenam'. Maar volgens Bakker en de Vries ging het om kleine aantallen.

Volgens Cornielje is niet gebleken dat er sprake is geweest van een "Arnhemse connectie", of een ander dominant netwerk dat binnen het korps de dienst uitmaakt. Het is een feit dat de belangrijkste posities in het korps door mensen met een Arnhemse achtergrond werden bekleed. En van alle gemeentepolitiekorpsen heeft het korps Arnhem het minste moeten inleveren. Maar, zo schrijft Cornielje, daar zijn allemaal goede argumenten voor. Het heeft niets te maken met vriendjespolitiek.

De Nederlandse Politiebond vindt het opmerkelijk dat Cornielje wel bevestigt dat er een relatie is tussen leden van de korpsleiding en Herman Veenendaal, maar dat hij daar geen consequenties aan verbindt. De bond wijst in dit geval op de strikte integriteitsnormen die voor de politie gelden.


5. De wijnpakkettenaffaire

En dan is er nog de zogeheten wijnpakkettenaffaire. Plaatsvervangend korpschef André de Vries maakte op vakantie in Slovenië kennis met een wijnboer. Terug in Nederland importeerde hij samen met zijn echtgenote met enige regelmaat wat flessen Sloveense wijn. Ze organiseerden wijnproefavondjes in de huiskamer, waar ze vrienden, kennissen en collega's voor uitnodigden. Naar eigen zeggen was het een onschuldige hobby, maar al jaren gonst het van de geruchten: de wijn zou zijn geleverd voor de kerstpakketten van het korps, en er zou gebruik zijn gemaakt van briefpapier van de politie om de wijn aan te prijzen.

Maar daar is allemaal niets van gebleken, schrijft Cornielje. De wijnhandel was keurig gemeld bij korpsbeheerder en korpschef, die daar impliciet toestemming voor verleenden.

Voor de Nederlandse politiebond had deze kwestie geen prioriteit, de bond vond de wijnpakkettenaffaire niet zo interessant. De onderzoekers van het Ien Dales Team zien wel weer een groot verschil tussen het conceptrapport van Cornielje en het eindrapport. In het concept staat dat de omzet van de wijnhandel over een periode van zes jaar 1.983.513 gulden is. In de eindversie is dit 91.639 gulden in zeven jaar tijd. André de Vries laat desgevraagd weten dat de onderzoekers van Berenschot zich op de verkeerde cijfers hebben gebaseerd, en dat hij ze daarop heeft gewezen toen hij dit gedeelte uit het conceptrapport onder ogen kreeg.

DE RAPPORTEN

Nationale Ombudsman - pdf

Cornielje (feitelijkhedenrapport) - pdf

Cornielje (concept) - pdf

Nederlandse Politiebond

Havermans - pdf

 

A A A
woensdag 23 juni 2010 | 13:33 | Laatst bijgewerkt op: dinsdag 17 augustus 2010 | 11:22
|