17 februari: Nijmegen frontstad

Op 8 februari begon het Rijnlandoffensief. Een half miljoen geallieerde militairen trokken via het Rijk van Nijmegen Duitsland in om de nazi's definitief te verslaan.

Vandaag kijken we in Goedemorgen Gelderland en Halte 7 naar de gevolgen in Nijmegen. Sinds september 1944 was de stad formeel bevrijd, maar de Waalstad lag pal aan het front.

Tussen september 1944 en mei 1945 vonden achthonderd Nijmegenaren de dood door het oorlogsgeweld. Dat is ongeveer hetzelfde aantal slachtoffers dat viel tijdens het veelbesproken 'vergissingsbombardement' op 22 februari 1944. 

Over de gebeurtenissen in Nijmegen praten we in aflevering 2 van de Bevrijding van Gelderland met historicus Henk Termeer, schrijver van het boek 'Nijmegen Frontstad' en de ooggetuigen Theo en Hanny Schoonwater en de 80-jarige Anton Ruijters.

Henk Termeer Henk Termeer

Ruijters is de initiatiefnemer van een plaquette ter nagedachtenis aan de inslag met een V1-bom in het Waterkwartier op 18 februari 1945. Tien Nijmegenaren lieten daarbij het leven.


Hanny en Theo Schoonwater

Hanny Schoonwater-Schell verbleef bijna een half jaar in Zeeland, bij haar oudere zus in Goes. Ze was in augustus 1944 op de trein gestapt voor een vakantie van enkele weken. Dat verblijf werd uiteindelijk aanmerkelijk langer doordat de spoorwegstaking ertoe leidde dat er geen treinverkeer mogelijk was.

Uiteindelijk ging de 15-jarige Hanny in de avond van 31 januari 1945 met een vrachtwagen van het eind oktober 1944 bevrijde Zeeland naar huis; het ouderlijk huis aan de Piet Heinstraat. Dat gebeurde in het diepste geheim, want ze had geen toestemming om tussen zonsondergang en zonsopkomst te reizen. En dat liep bijna verkeerd af.

‘Bij Grave moest de vrachtwagen via de brug de Maas over. De brug was in januari ’45 in handen van de Engelsen en er stond een soldaat op wacht die ons tegenhield. Omdat het al midden in de nacht was en ik geen vergunning had om in het donker te reizen, moest ik me koest houden en me verbergen. Ik zat tussen de chauffeur en de bijrijder in en de soldaat stapte plotseling in de laadbak in en ging mee. Zo werd elk transport over de brug bij Grave gecontroleerd. Gelukkig ontdekte de soldaat mij niet en kwamen we later in Nijmegen aan.’

Theo Schoonwater werkte als boekhouder bij de N.V. Steenfabrieken v.h. Terwindt & Arntz. Hij en zijn broer overleefden ternauwernood het bombardement van 22 februari 1944 op Nijmegen. ’Ons gezin was katholiek en mijn broer en ik waren misdienaars in de Molenstraatskerk. Op de van het bombardement waren mijn broer en ik in de kerk, omdat er een dienst was gepland ter gelegenheid van het Veertiguren Gebed. We zaten op bidstoelen voor het altaar toen we buiten lawaai hoorden en dat vertrouwden we niet. We renden van het altaar naar de sacristie en op dat ogenblijk viel er een bom op het achterste gedeelte van de kerk en stortte alles ineen. We zaten onder het gruis en stof, maar we leefden nog, want er zijn daar zeven mensen om het leven gekomen. Van onze bidstoelen was niets meer over!’

Hanny (links) in Zeeland Hanny (links) in Zeeland

Het kabaal dat Theo en zijn broer hoorden waren de bommen die op de Stevenskerk vielen. even later werd de Molenstraatskerk getroffen.

Een jaar later begon het Reichswald-offensief, in de nacht van 7 op 8 februari. Voor Hanny Schell die ook het Nijmeegse bombardement had meegemaakt, was het vreselijke ervaring. ’Ik had maanden in rust in Zeeland gezeten en opeens begon voor mij alles opnieuw. Ik heb toen geroepen: ik wil terug naar Goes, ik wil naar Goes!’

Hanny en Theo Schoonwater Hanny en Theo Schoonwater

De steenfabriek waar Theo werkte, hij werkte er bijna 50 jaar, moest tijdens de bezetting veel leveren aan de Duitsers. Die hadden de stenen uit de fabriek nodig voor de aanleg van startbanen op de vliegvelden van onder meer Havelte, Volkel en Venlo.

De moeder van Hanny ging in de oorlog geregeld met de trein richting Oss om daarna te voet langs boeren te gaan. Ze ruilde attributen die haar vader - hij was timmerman - maakte tegen voedsel. Een keer is ze mee geweest. ’In Goes was er eten in overvloed. Bovendien hoefden bijvoorbeeld de bakker en de melkboer nooit voedselbonnen. Die stuurde mijn zus dan naar Nijmegen met de post. Het eerste wat mijn moeder deed wanneer er een brief uit Goes kwam, was de envelop op de kop houden om de bonnen eruit te halen.’

Theo Schoonwater Theo Schoonwater

Over de voedselbonnen herinnert Hanny zich nog een verhaal uit de eerste jaren van de bezetting. ‘Mijn broertje dat twee jaar jonger was, wist al jong van de betekenis van de voedselbonnen. Hij moet een jaar of tien, elf zijn geweest toen hij ruzie kreeg met zijn moeder. Hij schreeuwde dat hij weg wilde. ‘Geef me de voedselbonnen maar en ik ga weg! Uiteraard ging hij niet, maar dat hij op die leeftijd het besef had dat hij bonnen nodig had om in zijn eigen behoeften te kunnen voorzien, zal ik nooit vergeten.’

Hanny heeft vrij snel na de oorlog een graf geadopteerd van een op 16 januari 1945 gesneuvelde Frans-Canadese soldaat: Roderique Audet. Audet ligt op de Canadese begraafplaats van Groesbeek. ‘Ik heb dat gedaan uit dankbaarheid. Theo: ‘Er liggen 2617 Canadezen. Die mensen hebben hun leven gegeven voor ons, mensen die zij niet kenden.’

Met haar kleinzoon Tim (8) was Hanny Schoonwater onlangs in het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek. Ze liet hem onder meer een grote foto zien waarop een uitzinnige menigte is te zien die de bevrijding viert. Hanny: ‘Ik zei tegen Tim: zie je hoe blij de mensen zijn? De mensen zijn nooit meer zo blij geweest als toen. Die zin heeft-ie later thuis meteen aan zijn vader verteld.’ Hanny Schoonwater bezoekt het Bevrijdingsmuseum geregeld, zegt ze. ‘Ik loop er met tranen in mijn ogen rond.’

De reispermit van Hanny Schoonwater De reispermit van Hanny Schoonwater

Theo en Hanny Schoonwater kennen elkaar nu 55 jaar; ze leerden elkaar kennen bij een van de buurthuizen van Don Bosco in Nijmegen; Don Bosco heeft verspreid over Nederland centra waar sociaal-culturele, educatieve en recreatieve activiteiten voor jongeren plaatsvinden.

‘We waren beiden vrijwilliger’, zegt Theo Schoonwater. Hanny: ‘Don  Bosco was in feite onze huwelijksmakelaar.’ De liefde tussen de twee ontbrandde langzaam. ‘Theo fietste altijd met me mee, steeds een stukje verder’, herinnert Hanny zich. ‘Totdat hij bij mijn voordeur stond en zei dat hij me erg leuk vond.’

Cathy McKell

In Halte 7 is Cathy McKell te gast. McKell is de dochter van een Schotse militair en een Nijmeegse.  

Cathy McKell (15-12-1947)uit Berg en Dal is geboren uit het huwelijk van een Schotse militair Allan Glenn McKell en een Nijmeegs meisje, Bep Benda. Cathy’s vader behoorde tot de 650 para’s die ter voorbereiding van D-Day in Normandië landden op Frans grondgebied. Ongeveer drie maanden verbleef Allan Glenn McKell in de directe omgeving van Caen. Vervolgens werd McKell (destijds 19) met zijn divisie richting de Ardennen gestuurd.

‘Mijn vader zou eigenlijk als para worden ingezet voor de operatie Market Garden, maar dat ging niet door’, vertelt Cathy McKell. 'Mijn vader, hij overleed in september 2004 op 80-jarige leeftijd, kwam in de laatste weken van 1944 in Nijmegen terecht en belandde op de Wezenlaan. Daar zagen hij en zijn strijdmakkers de eerste bewoonde huizen. Ze hadden een weddenschap, namelijk wie als eerste erin slaagde om het huis op nummer 28 binnen te komen om naar het toilet te kunnen. Een fatsoenlijke wc hadden ze al maanden niet meer gezien. Mijn vader belde aan en dat bleek het ouderlijk huis van mijn moeder te zijn. Ze woonde er met haar ouders, 2 zussen en een broer.’

Cathy McKell Cathy McKell

Dat McKell bij zijn toekomstige schoonouders belandde, vond de Nijmeegse familie geweldig, aldus Cathy. Soldaten zagen er zeer goed uit in uniform en hadden sigaretten en voedsel bij zich.’

McKell moest verder trekken, naar Duitsland maar hij kwam enkele keren terug naar Nijmegen. Hij liep zelfs tot twee keer toe weg uit het kamp waar hij gelegerd was. Dat deserteren leidde niet tot sancties. Cathy: ‘De tweede keer dat mijn vader ervandoor ging, heeft hij zelfs de soldaat die op wacht stond bijna bewusteloos geslagen. Het Britse leger had veel manschappen verloren en ze hadden iedereen nodig’, weet Cathy.

De communicatie ging met handen en voeten. ‘Mijn vader sprak uiteraard geen woord Nederlands en mijn grootouders’ familie was een eenvoudig gezin. Gelukkig ging het jongste zusje van mijn moeder naar de mulo, die kon een paar woorden Engels. Zij werd als tolk ingezet.’

Uit de verhalen die Allan aan zijn dochter vertelde, weet Cathy dat haar vader de familie Benda heeft gewaarschuwd voor gebeurtenissen in de tweede week van februari, het begin van het geallieerde offensief Veritable. ‘Mijn moeder en haar familie moesten bescherming zoeken in de kelder.’

De woning van de familie Benda lag bij het Goffertpark. Dat park heeft gediend als opslagplaats van munitie van de geallieerde strijdkrachten. Cathy: ‘Dat hebben de Duitsers nooit geweten; zouden ze dat depot hebben gebombardeerd, dan zouden de Goffert en alle woningen in de wijde omtrek zijn weggevaagd.’

Allan werd verliefd op Bep Benda, weet Cathy. ‘In het huis van mijn grootouders zaten ook Canadezen en die heeft mijn vader vakkundig het huis uitgewerkt door ze onder meer op zogenaamde missies te sturen.

Haar ouders zijn kort na elkaar gestorven. Cathy had graag exactere data van haar vader gehoord over zijn belevenissen. ‘Hij vertelde zijn verhalen anekdotisch. Ik vroeg hem nooit waar hij op elke momenten precies was en wat hij deed. Ik ben dat nu allemaal aan het uitzoeken, ik heb nog een tante en een oom die me meer zouden kunnen vertellen.

Allan Glenn McKell Allan Glenn McKell

Haar grootvader was kleermaker bij V&D in Nijmegen. Hij heeft bij het ‘vergissingsbombardement’ van de geallieerden op Nijmegen op 22 februari 1944 slachtoffers van het bombardement op ook het getroffen gebouw van V&D uit de puinhopen gehaald. Cathy: ‘Er waren in die tijd nauwelijks communicatiemiddelen. En toch ging het nieuws van de verschrikkingen als een lopend vuurtje door de stad, maar ook door plaatsen als Wijchen, Gennep en Cuijk.’

Ook in de Wezenlaan bij het Goffertpark schrokken de mensen van het bombardement. ‘De kinderen van mijn opa zijn meteen naar de stad gegaan, want ze wilden er zeker van zijn dat hij ongedeerd was. Iedereen voelde namelijk dat het centrum van Nijmegen, en daar was opa ook, moest zijn veranderd in een enorme ravage.’

Aanvankelijk werden de Bendakinderen weggestuurd door het plaatselijke gezag. ’Ze zijn opa uiteindelijk toch tegengekomen. Mijn grootvader zat onder het bloed, maar dat was niet zijn eigen bloed, het was het bloed van de mensen die mijn opa heeft geholpen uit het verwoeste gebouw van V&D te komen.’

Cathy’s vader is na Nederland en Duitsland ook nog gelegerd geweest in Korea. Vrij snel nadat hij was gearriveerd in 1950, werd Allen Glenn McKell krijgsgevangen genomen. ’Hij heeft drie jaar in krijgsgevangenschap gezeten.’

Na terugkeer uit Korea hing Allen Glenn McKell zijn uniform aan de wilgen en ging aan de slag als automonteur. Het gezin, Cathy was geboren in 1947 en dochter Angela in 1956, vestigde zich na het huwelijk tussen Allen Glenn en Bep in 1946 aanvankelijk in Schotland maar verhuisde uiteindelijk naar Gelderland. ‘Mijn vader had op het bedrijf waar hij werkte een ongeluk gehad. Dat gegeven en het feit dat het onderwijs in Schotland schrikbarend duur voor mijn ouders was, heeft hem doen besluiten naar Nederland terug te keren.’

Cathy McKell werkt sinds het overlijden van haar beide ouders in het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek als vrijwilliger. Ze bestiert enkele dagen per week het secretariaat en leidt als gids mensen rond.

‘Vlak na het overlijden van mijn vader in 2004 las ik een advertentie waarin het Bevrijdingsmuseum vroeg om vrijwilligers.’ De inwoonster van Berg en Dal kreeg, zoals ze het zelf omschrijft, een Aha-erlebnis. ‘Ik voel me hier thuis. Ik vertel hier het verhaal van de bevrijding maar ook het verhaal van mijn ouders; het Bevrijdingsmuseum vertelt niet alleen over de gebeurtenissen en belevenissen van de bevrijders maar ook die van de burgers. En wanneer ik vertel dat ik de dochter ben van een Schotse militair en een Nijmeegse, dan vinden de bezoekers dan leuk en interessant om te horen.’

Nijmegen frontstad, fragment1
Nijmegen frontstad, fragment1
17-02-2010 09:48
Nijmegen frontstad, fragment 2
Nijmegen frontstad, fragment 2
17-02-2010 09:49
Nijmegen frontstad, fragment 3
Nijmegen frontstad, fragment 3
17-02-2010 09:50
Nijmegen frontstad, fragment 4
Nijmegen frontstad, fragment 4
17-02-2010 09:51
Nijmegen frontstad, fragment 5
Nijmegen frontstad, fragment 5
17-02-2010 09:51
Nijmegen frontstad, fragment 1 Cathy McKell
Nijmegen frontstad, fragment 1 Cathy McKell
17-02-2010 11:31
Nijmegen frontstad, fragment 2 Cathy McKell
Nijmegen frontstad, fragment 2 Cathy McKell
17-02-2010 11:34
Nijmegen frontstad, fragment 3 Cathy McKell
Nijmegen frontstad, fragment 3 Cathy McKell
17-02-2010 11:48
A A A
woensdag 17 februari 2010 | 07:37 | Laatst bijgewerkt op: woensdag 03 november 2010 | 15:25
|