16 januari 2010

Als alles volgens plan verloopt komt onze zoon woensdagmorgen aan op Schiphol. Ik durf het nauwelijks op te schrijven. Hij behoort tot die 56 adoptiekinderen die van de minister versneld naar Nederland mogen komen. Toch voel ik geen feestvreugde. Pas als ik hem in mijn armen heb, ben ik gerust. Er kan nog zo verschrikkelijk veel mis gaan.

Gisteren was een ware nachtmerrie. De hele dag hing al in de lucht dat er iets zou gaan gebeuren. Maar informatie is schaars, als je er de hele dag naar zoekt. Het liefst wil je vijf keer bevestigd krijgen dat Jean Gardy echt mee gaat in het vliegtuig en dat ze hem echt niet achter laten. 

Een kleine schets van gistermiddag: Teletekst, aan uit. Van journaal naar RTL-Nieuws, SBS-tekst, BBC naar CNN en weer terug. Op de computer 'Google' ik de hele dag Maison l'Espérance en adoptie Haïti. De website van Wereldkinderen komt sporadisch met een up-date. Ook zij hebben nog geen nieuws. Om half zes belt mijn moeder. Het enige NOS-bulletin dat ik net even mis meldt dat de minister toestemming geeft om de kinderen op te halen. Niets op teletekst, niets op het internet. Zou ze het niet goed begrepen hebben? Om zes uur zitten lief en ik voor het NOS-Journaal. Niets. Een collega sms't. Het was wel op de radio.

Ik kan niet meer wachten en bel het noodnummer van Wereldkinderen. De berichtgeving klopt! De minister heeft toestemming gegeven. Maar Wereldkinderen wil álle kinderen uit het kindertehuis mee naar Nederland nemen. Ook die kinderen waarover de Haitiaanse rechter nog geen uitspraak heeft gedaan. Terecht, want wat moet er van die kindertjes worden? We kunnen toch niet de helft ophalen en de andere helft laten zitten? Mijn lief en ik kunnen elkaar alleen maar vasthouden. Samen huilen. Er zitten ook zeker tranen van geluk bij, maar de meeste zijn van verdriet. De beelden op televisie grijpen ons aan. Het gebeurt allemaal in het land van ons mannetje. De mensen, de kinderen, het land, we voelen ons er mee verbonden.

Gisteravond hebben we een fles wijn soldaat gemaakt. In de hoop op een beetje slaap. In bed lig ik elke keer zeven uur terug te tellen. Hoe laat is het in Haïti? Waar zijn de kinderen? Zou ie al slapen? Terwijl ik aan het schrijven ben, belt de nieuwsredactie van Omroep Gelderland. Of ik mee wil werken aan een nieuwsitem. Ik twijfel. De tranen zitten hoog en mijn lief heeft het niet zo op publiciteit. En natuurlijk wil ik Wereldkinderen niet voor de voeten lopen. Maar ik heb ook behoefte om de hele wereld te laten weten dat het echt menens is op Haïti.

Ik bel met Wereldkinderen en krijg dan werkelijk het meest fantastische nieuws van de week te horen: Alle kinderen van Maison l'Espérance mogen van Hirsch Ballin op het vliegtuig mee naar Nederland. De medewerker van Wereldkinderen en ik beginnen te huilen. Wat een geweldig nieuws. Alle 38 kindertjes mogen mee. Het gevoel, de ernst wint het van de bureaucratie!

A A A
zaterdag 16 januari 2010 | 15:12 | Laatst bijgewerkt op: zaterdag 16 januari 2010 | 15:26
|