15 januari 2010
Ik lijd aan een constant gebrek aan concentratie. Beelden vliegen van links naar rechts in mijn hoofd. Ik heb zo'n onbestemd gevoel en een ademhaling die heel hoog zit. Ik kijk met grote ogen om mij heen. Ik vind het echt verbazingwekkend dat het leven om mij heen gewoon doorgaat. We worden plat gebeld. Vrienden, familie, collega's. De reacties zijn werkelijk hartverwarmend.
Iedereen heeft vragen. Ik heb geen antwoorden. De kinderen van mijn broer (6 en 8 jaar) stelden de volgende vragen: "Waar is Jean Gardy? Waarom haal je hem niet op? Is zijn huis kapot? Is hij bang?" Wat moet je dan zeggen?
Het laatste nieuws kregen we gisteravond per mail van Wereldkinderen. De kinderen maken het naar omstandigheden goed. Ze slapen voor de veiligheid buiten op hun matrasjes. De komende dagen is er genoeg eten en drinken. Wereldkinderen is in overleg met de Nederlandse Justitie om te kijken of de kinderen versneld naar Nederland kunnen komen. Dat geeft hoop. Maar hoop is tegelijkertijd gevaarlijk. Want wat als het niet kan? Alle Nederlanders in Haïti worden zo snel mogelijk geëvacueerd. Waarom mijn zoon niet? Ik kan maar geen bevredigend antwoord op die vraag vinden. Omdat hij (nog) geen paspoort heeft?
Ik heb gisteravond huilend naar de televisie gekeken. Op Een Vandaag was er een interview met de ouders van een stel dat bedolven ligt onder een hotel. Zij hadden hun adoptiekindje juist opgehaald. Net zo'n mooi mannetje als de onze. Dit is werkelijk zo verschrikkelijk verdrietig. De hoop dat ze nog leven is zo goed als nul. Wie bedenkt dit?
De televisie bood nog meer. Op TV Gelderland Nieuws zag ik opeens Roelien Ruiter. Zij werd geinterviewd, omdat haar adoptiezoon van 25 in Haïti als vrijwilliger werkt. Gelukkig is ook hij ongedeerd. Roelien is een studiegenoot van mij. We zijn jaren samen opgetrokken, ook na de School voor Journalistiek, maar verloren elkaar uit het oog. Vanmorgen hebben we bijgepraat, gevoelens gedeeld en gesproken over adoptie. Want nog altijd is adoptie niet onomstreden. Sommige mensen noemen het kinderhandel en slecht voor het kind dat uit z'n omgeving zou worden weggerukt. Laat ik voorop stellen dat het inderdaad "handel" is. Het kost veel, veel geld om een kind te adopteren. Er zijn mensen die er aan verdienen, er beter van worden. Ook ik vind dat moeilijk te accepteren, maar ik heb wel de overtuiging dat adoptie goed is. De zoon van Roelien is in een goed gezin opgegroeid. Hij kreeg liefde en aandacht. Hij is aan de Wageningen Universiteit afgestudeerd. Na zijn studie wilde hij terug naar Haïti om te helpen. Dat is toch mooi? Hoeveel kinderen in Haïti krijgen de kans om te studeren? Om een toekomst op te bouwen?
Er is een deur in huis waar ik maar niet doorheen durf. Het is de deur van de slaapkamer van Jean Gardy. Het is een mooi kamertje. De muur is Sesamstraat-groen geverfd. Er is speelgoed, er liggen overal knuffels en zijn winterjas hangt in de kast. Wanneer kan ik hem onder dat kleurige dekbed stoppen? Troosten, knuffelen en zeggen dat het goed komt?
Tot woensdag moest ik altijd uitleggen waar Haïti in de wereld ligt. Die tijd is voorbij. Het land is in beeld, onder de aandacht. Dat is goed, want eindelijk ziet de wereld wat daar gebeurt. Wat de mensen daar meemaken en hoe ze moeten overleven. Het is alleen verschrikkelijk dat er eerst zo iets ergs moet gebeuren om dat te bewerkstelligen.





