14 januari 2010

Ik word wakker, met het gevoel dat er iets heel ergs is gebeurd. Of iemand in mijn naaste omgeving is overleden. Ik stoot mijn hoofd waanzinnig hard aan een balk boven ons bed. Een vloek volgt. Alle beelden van gisteren zijn terug. Haiti. Nog steeds is er geen rechtstreeks contact geweest met de directrice van het huis waar Jean Gardy woont. Ik ga naar beneden en druk de televisie aan voor het laatste nieuws.

Twee ouderparen die via Wereldkinderen hun kind zouden ophalen zijn vermist. Ook wordt een medewerker nog altijd vermist. Wij hadden er kunnen liggen, bedolven onder puin. De ouders die nu worden vermist hadden het “geluk” dat het paspoort van hun kind eerder klaar was. Ze gingen gelijk met ons op in de procedure. Wat een ellende. Hun bezoek aan Haiti had het gelukkigste moment uit hun leven moeten zijn.

Ik krijg kippevel van de beelden op tv. Wat een ramp wat een verschrikkelijke ellende. Waar hebben de mensen dit aan verdiend. De inwoners van Haiti hebben al zoveel voor de kiezen gehad. Het feit alleen al dat wij er een kind adopteren, geeft aan dat er bittere, bittere armoede heerst.
Ik ben moe, moe van het speculeren. De hele avond gisteren gingen we maar door. Vragen blijven door mijn hoofd malen: Waar is ons dossier? Duurt het nu nog langer voor we ons mannetje kunnen ophalen? Zal het ministerie van Buitenlandse Zaken iets willen doen? Vragen die me meteen met schaamte vullen. Jean Gardy leeft, duizenden mensen zijn dood, liggen bedolven onder huizen.
De hele dag houd ik opnieuw het internet in de gaten. Om 11.45 uur staat er een kort bericht op de website van Wereldkinderen. Hun medewerker is terecht. Godzijdank. Om 14.45 uur volgt een nieuw bericht. De medewerker en een adoptiefamilie verblijven inmiddels in het kindertehuis. Hun kind ligt in het ziekenhuis. Over de families die vermist zijn is niets bekend. De ongerustheid over hen neemt naarmate de tijd vordert toe, staat op de site.
Het scrollen op internet gaat door. Ik lees op de site van Project Hulp Haiti weer een kort verhaaltje van Dirk. Hij is vrijwilliger. Ik lees dat we ons geen zorgen hoeven te maken over l’Espérance. Er is voedsel en water dat alleen wel moet worden gekookt. Ik bel meteen met mijn lief. De tranen blijven maar hoog zitten.
A A A
donderdag 14 januari 2010 | 16:20 | Laatst bijgewerkt op: donderdag 14 januari 2010 | 16:49
|

REACTIES

Geplaatst door: helmi de ru - 19-01-2010 14:14
Ik kreeg via een vriendin door dat ik misschien beter op een ander gironummer mijn geld kon storten zodat het naar alle waarschijnlijkheid beter terecht komt.Op de site vind ik dit niet.
Nieuw bericht
Bedankt voor uw reactie!
Mogelijk wil de redactie met u in contact komen over dit onderwerp.
Laat hiervoor uw telefoonnummer en woonplaats achter.