Dossier Nationaal Historisch Museum
In juni 2007 maakte minister Plasterk van Cultuur bekend dat het nieuwe Nationaal Historisch Museum in Arnhem komt. Arnhem kreeg de voorkeur boven Amsterdam en Den Haag. Burgemeester Thom de Graaf van Nijmegen had een maand eerder nog gepleit voor een open competitie, omdat meer steden interesse hadden in het museum. Ook Nijmegen, de oudste stad van het land, had er wel oren naar.
Plasterk zei dat het museum als doel heeft om bij een breed publiek, en in het bijzonder scholieren, historisch besef en kennis te versterken door een overzicht te geven van onze geschiedenis. De canon van Nederland wordt als uitgangspunt genomen.
Plasterk koos onder meer voor Arnhem omdat er zo "een mooie combinatie ontstaat van statelijke geschiedenis van Nederland in het NHM en de volksgeschiedenis in het Nederlands Openluchtmuseum (NOM)." Het NHM komt vlak bij het NOM. Door de geografisch centrale ligging is Arnhem volgens Plasterk goed bereikbaar. Hij voegde eraan toe dat het kabinet met de keuze voor Arnhem bijdraagt aan de gewenste regionale spreiding van voorzieningen. Volgens de gemeente Arnhem kan het museum in 2011 zijn deuren openen. De stichtingskosten worden geraamd op 50 miljoen euro.
In september 2008 maakte Atzo Nicolaï, voorzitter van de Raad van Toezicht van het Nationaal Historisch Museum, de namen van de directieleden bekend. Erik Schilp treedt aan als algemeen directeur. Hij was directeur van het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Valentijn Bijvanck krijgt de inhoudelijke leiding van het museum. Hij was directeur van het Zeeuws Museum in Middelburg.
In oktober 2008 maakte de directie bekend dat het museum in elk geval niet in 2011 opengaat. Het is volgens haar niet mogelijk binnen ruim twee jaar een nieuw gebouw met een complete inrichting neer te zetten. Architect Francine Houben tekende al een ontwerp voor het gebouw.
In maart 2009 maakte de directie van het museum bekend dat het museum bij de Rijnkade komt en dus niet bij het Openluchtmuseum. Het pand moet verrijzen op de plek waar Volkshuisvesting nu zit, bij de John Frostbrug. Deze locatie past volgens de directie beter bij de museumthema's 'oorlog en vrede' en 'land en water'. Ook is het centrum beter bereikbaar dan het noorden van de stad.
Deze keuze zorgt voor rumoer in de Tweede Kamer. In mei hield de Kamer een hoorzitting, in juni is er een debat. Dat zou donderdag 11 juni zijn, maar werd op verzoek van minister Plasterk verzet naar woensdag 17 juni. Hij had nog meer informatie nodig.
Minister Plasterk toonde zich eerder, net als burgemeester en wethouders van Arnhem, positief over de keuze voor de plek bij de John Frostbrug. Er kan volgens Plasterk snel een museum komen, de locatie is goed bereikbaar, er is parkeergelegenheid en het is volgens Plasterk een locatie met een onmiskenbare relatie met de Nederlandse historie.
Het Nederlands Openluchtmuseum blijft erbij dat het Nationaal Historisch Museum het beste naast het Nederlands Openluchtmuseum kan komen. De musea zouden prima bij elkaar passen: "de hightech van het Nationaal Historisch Museum en de authenticiteit van het Openluchtmuseum biedt alle Nederlanders een even toegankelijke als indringende kennismaking met onze geschiedenis in al zijn breedte."
Het CDA meldt zondag 14 juni dat het Nationaal Historisch Museum wat die partij betreft bij het Nederlands Openluchtmuseum moet komen. Daarmee is er een meerderheid in de Tweede Kamer voor deze locatie. Ook PVV, SP en D66 willen het museum daar.
Plasterk laat maandag 15 juni in een brief aan de Kamer weten dat zijn voorkeur naar de locatie bij de John Frostbrug gaat. Uit gegevens die door het museum en de gemeente zijn aangedragen blijkt volgens Plasterk dat er minder risico’s op vertraging en kostenoverschrijding zijn. Ook scoort deze plek beter op het punt van bereikbaarheid. Volgens Plasterk bestaat het gevaar dat er bij het Openluchtmuseum een parkeergarage zou moeten komen. Die zou tussen 20 en 40 miljoen euro kosten.
Ook de nieuwe locatie maakt een goede samenwerking met het Openluchtmuseum mogelijk, heeft de directie van het Nationaal Historisch Museum tegen Plasterk gezegd. De minister vindt het belangrijk dat het museum op de plek komt waar het volgens de directie "zijn doelstellingen optimaal kan verwezenlijken". Plasterk wijst er overigens op dat "de keuze voor de precieze locatie, binnen de door de politiek geformuleerde randvoorwaarden, formeel de verantwoordelijkheid is van de stichting NHM".
Woensdag 17 juni overlegt de Kamercommissie Cultuur over de locatie van het Nationaal Historisch Museum. Een meerderheid van CDA, SP, D66 en PVV blijft erbij dat het museum bij het Openluchtmuseum moet komen. Er komt een nieuw overleg, waarbij het CDA een motie over de kwestie zal indienen.
Donderdag 25 juni blijkt dat een Kamermeerderheid de voorkeur blijkt geven aan een plek naast het Openluchtmuseum.
Dinsdag 30 juni is de stemming. SP, D66, PVV en het Kamerlid Verdonk steunen een CDA-motie die bepaalt dat het museum bij het Openluchtmuseum moet komen.
Verder berichtgeving:





