Lichtjesfeest

Divali is een van de belangrijkste Hindoe feesten en Walhalla viert het mee in de grootste mandir (tempel) van Nederland. Laat die nou toevallig in Wijchen staan!  De logica daarvan is simpel, namelijk dat de oprichters ervan in de buurt woonden. Omdat ik al een aantal keren in India ben geweest, weet ik wel een beetje wat me te wachten staat. Ik heb zelfs mijn in Bangalore gekochte sari onderuit de kast gevist en gestreken. Komt die 6 meter (!) zijde met bijpassende top toch nog eens van pas! Ik heb er ooit les in gehad maar heb nu geen idee meer hoe je zoiets om moet wikkelen. Gelukkig zit bij de Mandir een shopje waar ze sari’s verkopen, dus dat probleem is getackeld. Ik heb me echt verheugd op deze middag; na jaren weer in ‘ de India vibe’  komen; de klanken, de mooie gekleurde kleding en de ontspannen sfeer.

Een groot aantal mensen hebben offertjes meegenomen zoals bloemen, fruit en gebakken zoetigheid. Stom, daar heb ik totaal niet aan gedacht! Gelukkig kun je ook een bloemetje uit een mandje voor het offerritueel pakken, dus dat doe ik. Tijdens het ritueel ontsteek je een lichtje en offer je aan de godin Laksmi, zij is de bezorgster van voorspoed. Divali is het feest van het licht.  Het licht in jezelf wel te verstaan. Je laat daarbij een licht schijnen over je eigen duisternis; zoals daar zijn; je angsten, je haat, je jaloezie… etc. De delen dus van jezelf die nog niet zo verlicht zijn, die je misschien eigenlijk liever niet van jezelf ziet en gauw wegstopt. Het idee is hier dat je het eerst onder ogen ziet en dat je het dan offert aan Laksmi. Ik vind het een mooi en waarachtig ritueel. Niet zomaar een lichtfeest vieren en hupla een kaarsje aansteken, nee wel eerst eigen je schaduwkanten onder ogen zien! En dan pas kan het licht daadwerkelijk overwinnen op de duisternis.

Terwijl ik het ritueel uitvoer en mijn duistere onhebbelijkheden overgeef aan de godin, chant de pandit (priester) naast me heilige Sanskriet klanken. Op het podium in de zaal staat een hele rij verschillende hindoe Goden en Godinnen, als hele kleurig beschilderde en aangeklede poppen, opgesteld. Getooid met bloemen en andere offertjes. De pandit legt me uit dat hindoes wel degelijk geloven in een God; al die Goden en Godinnen staan juist voor de verschillende Goddelijke aspecten. Het ziet er in ieder geval heel uitbundig en kleurrijk uit, het heeft zelfs iets kinderlijks. Mensen druppelen binnen terwijl de gezangen en het offeren al in volle gang zijn. Maar dat maakt allemaal niet uit, iedereen is heel relaxed en wat me vooral opvalt: niet zo serieus. Ik herinner me uit mijn katholieke opvoeding opeens weer de ernstige gezichten in de kerk. Dat was allemaal zo plechtig en zwaar, dit is meer een viering en veel lichter en levendiger.

Kinderen lopen, prachtig aangekleed, op een neer met bloemetjes. Ik zou me zo kunnen voorstellen dat deze ‘ poppengoden’ kinderen wat meer aanspreken dan een lijdende man aan een kruis. Mensen lachen naar elkaar en zingen mee. Dit is wat ik ook zo leuk vond aan India; het chaotische en blije van de mensen, het komt allemaal weer een beetje terug. Na de offering is er nog een lezing in het Hindie die ik niet kan verstaan en dan is er eten. Dat is bij de hindoes onlosmakelijk met elkaar verboden. Voor iedereen is er een warme maaltijd, toch zo’n ruime honderdvijftig man schat ik. Aan tafels  zit men druk met elkaar te kletsen en dat is meteen de sociale nevenfunctie van deze mandir; een plek voor ontmoeting. De sfeer is zo gastvrij, ontspannen en gezellig, ik merk dat ik me echt verbonden voel. Verbonden met de mensen en met deze cultuur. Samen het leven en het licht vieren, wat mooi. Zou de mensheid eigenlijk elke maand of week moeten doen. 






A A A
woensdag 04 november 2009 | 08:17 | Laatst bijgewerkt op: woensdag 04 november 2009 | 08:30
|