Wie neemt Petra op sleeptouw?
Onze verslaggever Petra Kuzee gaat dit jaar voor het eerst de uitdaging aan en loopt deze vierdaagse mee met de 40 kilometer. Ze houdt van wandelen maar realiseert zich goed dat 4 keer 40 toch net even iets anders is...
Petra gaat in haar eentje van start, maar is op zoek naar gezellige, interessante mensen die haar er doorheen kunnen slepen. Een ervaren wandelaar, een rasoptimist, allemaal zijn ze welkom. Maar het kan natuurlijk ook andersom, misschien heeft u Petra juist nodig om u door die zware, moelijke momenten van de vierdaagse te slepen!
Petra wordt de hele dag live gevolgd op radio Gelderland en ook de mensen die haar "op sleeptouw" nemen zullen te horen zijn. Dus zoek haar blauwe omroepgelderland-shirt op tussen de wandelaars, pak het touw en loop mee met Petra! Petra's vierdaagse-ervaringen zijn ook nog elke dag te lezen op onze website.
Volg Petra op Twitter!
Waar is Petra?
Weblog Petra
Dinsdag 20 juli
4 blaren, zere voeten en pijn in mijn spieren. Het resultaat van de eerste wandeldag. Het was heet en het was zwaar. Maar ik heb het gehaald en vandaag begin ik vol goede moed weer aan de tweede dag. Het was wel even wennen gisteren. Ik heb natuurlijk geen ervaring als vierdaagseloper dus de eerste tien kilometer dacht ik: waar ben ik in vredesnaam aan begonnen? Mensen voor, naast en achter je, mensen overal. Niet van je pas afwijken want dan trap je op iemands enkel. “O, jee is dit die geweldige ervaring waar iedereen het altijd over heeft? Nou ik weet eigenlijk niet of ik het wel leuk vind...” In Elst had ik al vingers als worstjes, bij Oosterhout kreeg ik kramp en het voelde alsof ik tenminste 10 blaren had...
Maar ik ging door. Verstand op nul en voet voor voet. Gesteund door lieve mensen langs de route en gesterkt door de vele telefoontjes en smsjes. Rond kwart over 3 bereikte ik eindelijk de wedren. Even uitrusten en dan lekker naar huis. En als ik naar mijn auto strompel, stopt er ineens een lieve man die zegt: “spring maar achter op mijn fiets.” Een onverwacht cadeautje die de dag en de pijn weer een beetje verzacht.
“Dag één zit er op... gelukkig! Nog drie te gaan...”
Maandag 19 juli
Na een weekend van toenemende spanning en kriebels in de buik is het dan vanmiddag zo ver: ik mag mijn polsbandje gaan ophalen! Ik weet niet of het zo werkt voor mensen die de Vierdaagse al vaker hebben gelopen, maar voor mij is het toch een spannend moment. Alleen gaat het niet zoals gepland. Het bewijs van inschrijving heb ik uitgeprint en wel bij me, maar de barcode blijkt te klein te zijn om goed af te lezen! Wat nu? Naar het internetcafe, zegt de vriendelijke mevrouw achter de tafel. Aangekomen in het internetcafe blijkt dat meer wandelaars hetzelfde probleem hebben: wel een printje bij zich, maar niet goed genoeg.
Even wachten en een hele aardige meneer regelt voor me dat het juiste papiertje uit de printer rolt. Weer terug naar het inschrijfhokje, waar ik gelukkig meteen aan de beurt ben, en voor ik het weet heb ik hem om! Trots loop ik naar het perscentrum, waar ik samen met collega's van verschillende omroepen marsleider Willemstein hoor vertellen dat de startijd voor de eerste dag van de Vierdaagse een uur vervroegd is. Ik vond een startijd van 05.15 al vroeg genoeg, maar nu ik hoor dat ik om 04.15 uur ga starten moet ik wel even slikken. Dat betekent om 02.00 opstaan.......Toch vind ik het een juiste beslissing en op de Wedren hoor ik van andere lopers dat ze zich gaan houden aan de oproep van marsleider Willemstein: vroeg op pad om de ergste hitte te mijden. Vanavond alle aanmoedigende smsjes, tweets en e-mailtjes van collega's, vrienden en familie nog eens nalezen. Gesterkt sta ik morgen aan de start van de eerste dag.
Vrijdag 16 juli 2010
"Het wordt een interessante start van de Vierdaagse" hoor ik weerman Reinout van den Born zeggen vanochtend in Goedemorgen Gelderland. Hij voorspelt 30 graden of misschien wel 32 graden op dag 1 en op dag 2 temperaturen van rond de 30 graden, met aan het eind van de dag mogelijk onweer.
Ik ben gek op dit zomerse weer, maar in combinatie met de vierdaagse? De moed zakt me een beetje in de schoenen. Dan krijg ik een e-mail van een collega die volgende week met vakantie is. Ze schrijft: "Heel veel succes volgende week. Ik weet zeker dat je het gaat redden". Wat lief dat ze op haar laatste werkdag aan me denkt, mijn gemoed zit gelijk weer in de lift! En via Hyves krijg ik een e-mail van een freelance collega techniek. Ook zij wenst mij geluk, en ze schrijft dat het me vast gaat lukken om de vierdaagse uit te lopen.
Het werkt goed, die aanmoedigingen. Ik houd op met somberen over iets waar ik toch niets aan kan veranderen en regel nog wat dingen voor volgende week. Nog maar 3 nachtjes slapen en dan mag ik m'n startbewijs gaan ophalen bij een registratiebureau op de Wedren.
dinsdag 13 juli 2010
Als je je voor de Vierdaagse hebt aangemeld, moet je veel lopen, kilometers maken, zoals dat heet. En dat doe ik graag, lopen. Maar als je elk weekend de wandelschoenen aan moet doen wordt het wel eens een vervelende klus waar je tegen op gaat zien. Moet ik weer mijn vrije weekend, of een gedeelte daarvan, gaan lopen. Naast het werk, de boodschappen en het poetsen blijft er geen tijd meer over om familie en vrienden te bezoeken of leuke dingen te doen.
Maar goed, het moet. Licht mopperend sta ik dan op de zaterdagochtend op een onmogelijk tijdstip bij de voordeur, rek en strek oefeningen gedaan, de wandelschoenen aan en de rugzak op z'n plaats. De eerste kilometer staar ik naar de grond en verbeten neem ik de ene stap na de andere. Dan, haast onmerkbaar, kom ik in een bepaald ritme. Het is fijn, het voelt goed, m'n lijf ontspant en vanzelf volgt mijn hoofd. Ik zie de omgeving voor de eerste keer die ochtend en denk: wat is het mooi hier, wat is het genieten hier buiten. Tussen de bomen, de weilanden, in de leuke dorpjes. En kijk, is dat niet een vos die snel wegloopt en zit daar op die paal niet een uil naar me te kijken?
Na 35 kilometer sta ik weer bij de voordeur die ik zeven uur geleden mopperend achter me op slot hebt gedraaid. En ik weet, deze dag had ik echt niet willen missen. Ook de andere dagen die ik trainend voor het grootste wandelevenement ter wereld heb doorgebracht heb ik uiteindelijk zo ervaren. Ondertussen heb ik er zo'n 400 kilometer op zitten. Nog een kleine week en dan gaat het gebeuren, en van mij mag het ook wel! Na al die maanden voorbereiding ben ik er klaar voor, al nemen de zenuwen met elke dag wel toe. Gezonde spanning zullen we het maar noemen!
maandag 27 juli 2010
Het viel niet mee om een weblog bij te houden tijdens de Vierdaagse. Na dag 1 is het me vanwege een gebrek aan energie ook niet meer gelukt het weblog bij te houden. Nu de wandelmars ruim een dag achter me ligt, ben ik voldoende uitgerust om een verslag van de andere drie dagen te schrijven.
Aan het eind van dag 1 ga ik na de Wedren door naar Bart Jan, een fantastische fysiotherapeut die mijn voeten en benen heerlijk masseert, en ik voel me weer een beetje mens. De volgende ochtend ben ik om half zeven door de start en kan dag twee beginnen. Goed gemutst loop ik de eerste 10 kilometer naar de eerste militaire post, waar ik de blaren wil laten behandelen. Er is een wachttijd van anderhalf uur, maar ik besluit toch maar in de rij aan te sluiten omdat ik de blaren niet stuk wil lopen. Achteraf gezien had ik beter door kunnen lopen, want pas drie uur later sta ik weer buiten. Schrik! Ik moet nu nog 30 kilometer lopen in 6 uur. Ga ik dat wel halen? Ik wandel in mijn eentje stevig door, er is geen Vierdaagse deelnemer meer te bekennen. Ook langs de route is het stil, geen publiek die me aanmoedigt, alle wegversperringen zijn al opgeruimd. Moederziel alleen loop ik door naar de volgende militaire post, gesterkt door smsjes, tweets en telefoontjes, en de wetenschap dat mijn zusje en haar vriend op me staan te wachten. Na post twee ontmoet ik Roos, een vrouw uit Nijmegen. Ook zij heeft een achterstand opgelopen door de blarenpost. We kijken elkaar aan en het is goed, er is meteen een mooie klik. We besluiten dat we die dag samen succesvol uit gaan lopen. We moeten nog 14 kilometer, en we hebben nog maar twee en een half uur. Maar het lukt, we zijn net op tijd binnen. Mijn moeder, die me thuis volgt via de computer, zegt 's avonds dat de dag nog spannender is geweest dan een aflevering van de Amerikaanse televisieserie 24.
Omdat we het zo bijzonder goed met elkaar kunnen vinden, hebben Roos en ik afgesproken de laatste twee dagen van de Vierdaagse met elkaar te lopen. Om vijf uur op donderdagochtend treffen we elkaar op de Wedren. Omdat er problemen zijn met het scannen van de polsbandjes op de route, krijgen we een ouderwetse controlekaart mee voor onderweg. Dag drie, de dag van Groesbeek, voorloopt voorspoedig. Zelf de Zevenheuvelenweg trotseren we zonder problemen. Euforisch komen we op tijd binnen, en op de Wedren zeggen Roos en ik tegen elkaar: op naar de Via Gladiola!
Die euforie is de volgende dag wel verdwenen. Als ik om half vijf 's ochtends opsta ben ik ontzettend moe, heb ik hoofd- en buikpijn, en doen mijn voeten en benen behoorlijk zeer. Roos ziet er nog fris uit als ik op de Wedren arriveer, en ze helpt me de komende twee uur door, totdat ik me weer een beetje mens begin te voelen. We lopen goed door tot aan Beers, waar familie op me staat te wachten. Een zusje en haar dochter lopen mee tot aan Cuijk, waar we even uitrusten bij de militairen. Nog maar ongeveer 14 kilometer te gaan. En die blijken de moeilijkste te zijn. Roos en ik zitten er op een gegeven moment behoorlijk doorheen, maar opgeven kan niet, en uiteindelijk zien we het spandoek boven de weg: de Via Gladiola. Het publiek langs de kant van de route draagt ons naar het eind, naar het felbegeerde kruisje. Aan het eind van de Via Gladiola worden Roos en ik opgewacht door familie en vrienden, en als ik binnen ben staan collega's te wachten om me te feliciteren. Ik steek mijn arm uit om voor de laatste keer mijn polsbandje te laten scannen en plechtig overhandigt een Vierdaagse meneer me mijn kruisje. Het is volbracht! Ik heb de Vierdaagse uitgelopen! Roos en ik nemen afscheid, en spreken af elkaar binnenkort te zien. Ik wil nog graag samen met mijn collega's eten en feest vieren, maar het gaat niet meer. Emotioneel en totaal uitgeput laat ik me naar mijn auto brengen. Eenmaal thuis strompel ik naar bed, en voordat ik in slaap val denk ik: heerlijk, morgenochtend kan ik lekker uitslapen.