Gelderse Boeroe's in Suriname beschreven door Karin Sitalsing

ARNHEM - Het boek 'Boeroe's, een familiegeschiedenis van witte surinamers' ligt al klaar bij de drukker en komt dit najaar uit. Het vertelt het verhaal van de Boeroe's in Suriname, nazaten van meestal Gelderse kolonisten die in 1845 naar Suriname vertrokken, en is geschreven door journaliste Karin Sitalsing, zelf een afstammeling van de Boeroe's.

Het is in wezen een treurige geschiedenis, die van de Boeroe's. Boeroe is in Suriname het woord voor boer. Halverwege de 19-e eeuw streek een groep van ongeveer 400 meestal Gelderse arme boerengezinnen neer bij Groningen in Suriname, aan de Saramacca-rivier. De nederzetting kent zijn ontstaansgeschiedenis als fort, maar veel meer dan een paar straten en een kerk is het niet. Aan de overkant van de rivier ligt een voormalige lepra-kolonie, Voorzorg. Hier moet de toekomst van de Nederlandse boeren met eigen handen worden opgebouwd, is de gedachte,. 

Gedoemd project

De kolonisten staan onder leiding van dominee Arend van den Brandhof, een dominee uit Veenendaal. Hij legt in 1842 een uitgewerkt kolonisatieplan voor aan de minister van Koloniën Baud, samen met twee andere dominees. Ze krijgen groen licht om de leprozenkolonie Voorzorg te koloniseren met Nederlandse gezinnen. Vooral de christelijk-orthodoxe gemeenschap in Nederland is in die tijd gevoelig voor het nieuwe kolonialisme, vanwege de gedachte dat de Europese beschaving en het christendom moet worden verspreid over de continenten. In 1845 landen twee tweedeks barkschepen aan de oever van de Saramacca-rivier, bij fort Groningen, met aan boord ongeveer 200 Nederlanders. Het is het begin van een gedoemd project waarbij in korte tijd meer dan 200 doden zijn te betreuren. 

Typhus slaat toe

De kolonisten, gedreven door de mooie beloften van de dominee, treffen een moeras aan. Geen huizen, geen vee, geen ontgonnen land. Ook wordt de gemeenschap vrijwel meteen getroffen door ziektes, waaronder typhus, dat veel levens kost. 'Ze hadden geen flauw benul waar ze aan begonnen,' zegt Karin Sitalsing, 'Als je kijkt naar de paklijsten op de boot, dan zie je dat er wollen dekens werden meegesleept uit Nederland, Dat zegt veel over het gebrek aan kennis over het gebied bij de kolonisten.'

De betovergrootvader van Karin Sitalsing was een van hen. Hij was timmerman op landgoed Slangenburg bij Doetinchem en koos voor een toekomst in Suriname. Hij was ongetrouwd en ging alleen. 'Hij heeft er niet lang geleefd, hij is overleden. In totaal is de helft van de ongeveer 400 kolonisten overleden. En na ongeveer 8 jaar werd het project als mislukt beschouwd,' zegt Sitalsing. De overgebleven kolonisten vertrokken, in de richting van Paramaribo, waar echte boeroe-wijken ontstonden.

Blond, blank maar Surinaams

'Mijn moeder is een echte boeroe. Ze is blond, blank, blauwe ogen, maar praat met een onvervalst Surinaams accent.' Karin Sitalsing lacht: 'Mensen denken vaak dat ze in de maling worden genomen.' Sitalsing is naar Suriname afgereisd om de geschiedenis van de Boeroe's op te tekenen. Groningen is pas in de jaren 60 opgeleefd. En Voorzorg bestaat al lang niet meer. Maar de omstandigheden zijn hetzelfde. Ze kan zich levendig voorstellen hoe de kolonisten aankwamen. Ze kwam zelf vast te zitten in de modder toen ze van een boot stapte. Tot in haar middel. 'Dat hebben mijn voorouders ook meegemaakt. Vast in de modder, en niets om op terug te vallen. Geen drinkwater, geen huizen, geen goede grond.'

Eerder zond Omroep Gelderland een reportage uit over de Boeroe's, waarin de moeder van Karin Sitalsing haar verhaal vertelt.

 

Deel dit artikel:

Reageren