Surinaams paradijs was hel voor kolonisten

DOETINCHEM - Ze zijn blank, ze spreken met een onvervalst Surinaamse tongval en ze zijn allemaal nazaten van 400 meest Gelderse kolonisten die in 1845 naar Suriname vertrokken. De Boeroes, blanke Surinaamse boeren, vieren dit jaar het 170-jarige bestaan van hun gemeenschap.

Het plan is bedacht door Arend van den Brandhof, een dominee uit Veenendaal die in de gaten heeft dat de afschaffing van de slavernij slechts een kwestie van tijd is en dat er dan blanke handen nodig zijn om het werk te doen. Als voorbeeld voor de slavenhouders-  en voor de slaven wil hij een kolonie stichten op de plantage Voorzorg aan de Saramacca. Een van de kolonisten is Gart Jan Loor, een timmerman die geboren is op landgoed de Slangenburg bij Doetinchem. Hij laat zich verleiden door de beloftes van de dominee:  een eigen lapje grond, een huis en vee. Maar eenmaal in Suriname blijkt er niets geregeld te zijn. De autoriteiten hebben er geen behoefte aan dat de slaven op gedachten worden gebracht en boycotten het project.  

Paradijs blijkt de hel

Voorzorg blijkt een voormalige leprozenkolonie en voor de vierhonderd kolonisten zijn er maar 10 huisjes beschikbaar. Tot overmaat van ramp is het gebied een moeras. Maar voor de kolonisten is er geen ontkomen aan. Ze zullen en moeten aan wal van dominee van den Brandhof die overigens zelf aan de overkant van de rivier in de nederzetting Groningen gaat wonen.In de drie maanden na aankomst breken er besmettelijke ziektes uit en  sterven de boeroes bij bosjes maar de dominee is niet te vermurwen. Pas nadat een collega dominee en ruim 170 kolonisten overleden zijn mogen ze naar Groningen verhuizen, daar heersen geen ziektes en is de grond beter. Maar in Groningen en omstreken is er geen afzetmarkt voor landbouwproducten, de reis naar Paramaribo duurde minimaal twee dagen en tegen die tijd waren de meeste produkcen niet te verkopen. De dominee raakt de grip op zijn kudde kwijt en kleine groepjes boeroes vertrekken richting Paramaribo waar ze terecht komen in de nederzetting Uitvlucht. In 1853 komt er een officieel einde aan het kolonisatieproject. Dominee van den Brandhof vertrekt naar Nederland en overlijdt in 1863 in Terborg waar hij ook begraven ligt. De boeroes vergaat het ondertussen goed, ze specialiseren zich in de melkveehouderij. Vandaag de dag is er nog maar een enkele nazaat die ook boer is maar de naam boeroe koesteren ze allemaal.

Boeroe Kon Makandra

Ook in Nederland wonen inmiddels honderden boeroes, de meesten zijn hier gekomen in de jaren 70 toen Suriname onafhankelijk werd. De meesten voor studie of werk. Sinds een aantal jaren hebben ze een eigen stichting: Boeroe kon Makandra en dat is Surinaams voor 'boeren kom tezamen". De Boeroe-families dragen de namen Berkemeijer, Van Brussel, Van Dijk, Van den Eng, Gerbrands, Hoogvliet, Van der Klift, Van Leijden, Loor, Van Meteren, Nellenstein, Overeem, Van Raai, Van Ravenswaay, Rijsdijk, Rozenberg, Stolk, Tammenga, Teunissen, Veldema, Veldhuizen, Veldkamp, Wouters en Zweers. Ter nagedachtenis aan de inspanningen van hun voorvaderen is er in het dorp Groningen een monument opgericht.

 

Deel dit artikel:

Reageren